of 59054 LinkedIn

Taaleis in de WWB: doe het niet

Hans Hoes 3 reacties

Burgers die aanspraak maken op de WWB moeten tenminste een basale kennis van de Nederlandse taal hebben. Dan hebben ze meer kans op betaalde arbeid. Dit staat in het wetsvoorstel Taaleis in de WWB, dat op 27 juni aan de Tweede Kamer is aangeboden. Dat mensen een betere uitgangspositie krijgen door kennis van de taal klopt, maar draagt het wetsvoorstel daar aan bij?

De wet legt bij gemeenten de plicht op te onderzoeken of het taalniveau van WWB aanvragers tenminste het niveau 1F heeft. Zo niet dan worden betrokkenen verplicht binnen één maand een cursus te gaan volgen om zich bij te scholen (op kosten van de gemeente), anders wordt de uitkering gekort.

 

De gemeente dient regelmatig de vorderingen van betrokkene te volgen en daarop te sanctioneren. Via een AmvB worden gedetailleerde regels gesteld met betrekking tot de 1F. Dit wetsvoorstel hinkt (evenals vele onderdelen van de WWB) op twee gedachten. Enerzijds de wens om alle burgers van Nederland op dezelfde wijze rechten en plichten te doen toekomen en anderzijds de gemeentelijke autonomie, die het maken van eigen beleid en het stellen van eigen prioriteiten hoog in het vaandel zet. Gemeenten zijn dus niet de uitvoeringsorganisatie van de landelijk vastgestelde WWB regelgeving.
 

Dat speelde al in 2003, bij de totstandkoming van de huidige WWB. toen de toenmalige staatssecretaris Rutte in de tweede kamer uitdrukkelijk betoogde dat decentralisatie van regelgeving per definitie inhoudt dat lokale beslissingen leiden tot verschillende uitkomsten.  Rutte betoogde indertijd (en dat vond ik moedig en sterk): 'als we deze wet decentraliseren, dan gaat de tweede kamer dus niet meer over die lokale keuzen en verschillen'. Het huidige wetsvoorstel Taaleis WWB schiet wel heel erg door naar de andere kant.

 

Niet alleen betogen veel gemeenten dat het volstrekt overbodig is, de huidige artikelen 9, 18 en 55 van de WWB kennen genoeg instrumenten om dat doel te bereiken, ook het effect is marginaal. Volgens landelijke cijfers hebben tegen de 1.300.000 burgers moeite met taal en rekenen, behoren tot de doelgroep laaggeletterden. Toch zal een aanzienlijk deel van deze groep gewoon werken. Is wel onderzocht op welk gedeelte van de ongeveer 375.000 WWB gerechtigden deze regeling van toepassing is?  En in hoeverre behoren deze burgers dan tot de uitzonderingen (niet verwijtbaar)? Mijn inschatting is dat er een regeling wordt gemaakt (met een erg ingewikkeld toetsingskader) voor een wel zeer beperkt deel van de WWB gerechtigden. Zelf rekent het kabinet op nog geen 400 bijstandsuitkeringen.

 

In de aanhef, het wetsvoorstel en de toelichting  wordt het van groot belang geacht de Nederlandse taal te beheersen, waarbij het taalniveau minimaal  het niveau 1F moet hebben, omdat ook eenvoudige werkzaamheden vaak vragen om een basale kennis van de Nederlandse taal. Het is dus niet (geheel) onoverkomelijk om zonder de Nederlandse taal te beheersen te participeren in Nederland.
 

In de memorie van toelichting wordt in 9 van de 14 pagina’s uitgebreid ingegaan op de Internationaal- en Europeesrechtelijke aspecten. Als niet deskundige leid ik daaruit af dat e.e.a. juridisch niet waterdicht is. Dan herinner ik me de discussies in 2006 over de invoering van de Wet inburgering, waar dezelfde discussie speelde. Uiteindelijk heeft Nederland (achteraf) die wet voor een groot aantal inwoners met de Turkse nationaliteit moeten intrekken. Dat willen we toch niet nog eens ?

 

Met dit wetsvoorstel grijpt de wetgever (voor een zeer beperkte groep) in op de autonomie van de gemeente. De vraag is  of het effect wel bereikt wordt alsmede of het juridisch wel kan. Dan rest maar één aanbeveling: Doe het niet.

 

Hans Hoes is projectleider/beleidsadviseur in het sociaal domein

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan Beerenhout azn (v/h Tolkencentrum Noord-Holland) op
Voor iedere vreemdeling die zich in Nederland wil vestigen is (basis-)kennis van het Nederlands m.i. een eis , zo niet dan creëer je wederom een grote schare van cultureel-invaliden die voor deelname aan de samenleving permanent van derden afhankelijk zijn, en derden op grote (tolk-& vertaal-)kosten jaagt. Kennis van de taal van je vestigingsland is een normale en logische consequentie van je immigratiebesluit.
Door TIP! (PR-/Imagospecialist) op
Wil je recht hebben op Nederlandse uitkeringen en toelagen mag toch zeker wel verwacht worden dat je potentie hebt om aan deze zelfde maatschappij bij te dragen in de vorm van werk. Ook het begrijpen en je verstaanbaar maken zonder die uitdaging direct bij de ander weg te leggen, hoort hierbij. Dus; minimale eis van Nederlands: PRIMA!
Door A. Willemsen op
Het lijkt mij volkomen normaal dat je jezelf kunt redden in Nederland door de taal te spreken en het ook te kunnen lezen en schrijven. Laaggeletterdheid leidt tot isolatie en vervreemding van de samenleving. Dat deze eis wordt gesteld is niet meer dan terecht. Maar dat geldt net zo voor alle andere regelingen en vergoedingen die er zijn. Als je een brief krijgt over desbetreffende uitkering dan moet je die toch kunnen lezen? Mensen die dat niet kunnen moeten daarbij geholpen worden en mensen die niet willen hebben derhalve ook geen rechten meer. Ik vond het al vreemd dat ik voor mijn HBO examen aanvraag een brochure kreeg in tig vreemde talen, terwijl het examen toch echt ik het Nederlands wordt afgenomen.