of 59250 LinkedIn

Participatiewet en ‘Social Return’ bij aanbesteding

Walter Parlevliet Reageer

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 21 december 2012 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin voorlopig een profielschets van de Participatiewet, waarvan de invoering voorzien is op 1 januari 2014.

De Participatiewet beoogt te werken met een quotum van een percentage in dienst te hebben mensen met een arbeidsbeperking in ondernemingen. Overheden zijn gehouden zijn overheidsopdrachten van werken, leveringen en diensten aan te besteden als de begrote opdrachtwaarde bepaalde drempelwaarden overschrijden. Bij aanbestedingen van overheidsopdrachten is tegenwoordig het begrip ‘Social Return’ in zwang, waarbij ook steeds vaker een percentage mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor de opdracht in dienst genomen moet worden door ondernemers die de opdracht gegund krijgen. Hoe verhoudt dat zich tot elkaar?
 

Het kabinet wil dat alle mensen, ongeacht leeftijd, afkomst of beperking, als volwaardige burgers kunnen participeren in de samenleving bij voorkeur via een reguliere baan dan wel, als dat (nog) niet mogelijk zou zijn, op andere wijze een bijdrage leveren aan de maatschappij. Dat is niet alleen een kabinetsstandpunt, maar ook een van de drie strategische pijlers van de Europese Commissie: ‘Europa 2020’, een strategische notitie van 3 maart 2010, die zich richt op slimme, duurzame en inclusieve groei.

Het sociale aspect komt met name onder de strategische pijler terug van ‘inclusieve groei’, waarbij dat door de EU wordt gezien als een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie. Door onder meer werkgelegenheid te creëren kansen te bieden aan mensen, te investeren in vaardigheden, armoede te bestrijden en arbeidsmarkten, opleidingsmogelijkheden van de EU-lidstaten te moderniseren. De arbeidsparticipatie van ouderen en vrouwen is relatief laag. Ook is er sprake van veel jeugdwerkeloosheid.
 

In de contourenbrief van 21 december 2012 wordt gewezen op een actievere rol van werkgevers om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in een reguliere baan te laten werken en om meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Daar waar voorheen financiële prikkels van overheidswege werden gegeven om het aantrekkelijk te maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, heeft dat niet geleid tot de gewenste arbeidsparticipatie van arbeidsgehandicapten. Het Kabinet wil dan ook toe naar een niet-vrijblijvende quotumregeling waarbij bij ondernemingen met meer dan 25 werknemers een quotum geldt van 5 procent aan banen binnen de onderneming voor arbeidsgehandicapten. Met als stok achter de deur dat het niet voldoen aan dit quotum voor het bedrijf financiële gevolgen zal hebben. De quotumregeling is nog een kabinetsvoorstel en moet nader uitgewerkt.
 

Tegenwoordig is in aanbestedingsland de terminologie ‘Social Return’ in zwang. Zij houdt in dat aanbestedende diensten bij aanbestedingen van overheidsopdrachten sociale criteria laten meewegen, bijvoorbeeld het opnemen van leerwerk- en stageplekken en andere aspecten t.a.v. kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, ergonomische eisen in geval van visueel gehandicapte personen (bijvoorbeeld ICT met spraaktechnologie). Veelal wordt in inkoop-/aanbestedingsbeleid van overheden als Social Returnparagraaf een 5 procentregeling opgenomen. Deze lijkt sterk op de quotumregeling, die het Kabinet in de Participatiewet wenst op te nemen. Maar er is een niet onbelangrijk verschil. Daar waar bij aanbestedingen ondernemingen vrij zijn om al dan niet in te schrijven op een aanbesteding waarin de 5 procent eis is opgenomen, is bij de voorgestane wettelijke quotumregeling dat niet meer het geval. Als daadwerkelijk wettelijk wordt bepaald dat het niet voldoen aan de quotumregeling door ondernemingen is gesanctioneerd, zal op de naleving moeten worden toegezien. De handhaafbaarheid door de overheid zal bij het ontwerp van de Participatiewet studie behoeven.

En hoe verhoudt de Participatiewet zich straks tot Social Return bij aanbestedingen? Krijgt een onderneming met meer dan 25 werknemers, waarvan volgens de quotumregeling in de Participatiewet 5 procent van haar werknemersbestand bestaat uit werknemers met een arbeidshandicap en die wil meedingen naar een overheidsopdracht, waarin ook een 5 procent regeling is opgenomen in de aanbestedingsprocedure, te maken met cumulatie van sociale voorwaarden? Op die wijze zou de ondernemer zich in feite geconfronteerd zien met een criterium van 10 procent. Of anders beschouwd, beoogt de aanstaande Aanbestedingswet het MKB een volwaardigere positie te geven bij aanbestedingen. Als ondernemingen van meer dan 25 medewerkers volgens de Participatiewet 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst hebben, mogen zij die dan opvoeren als er in het kader van aanbestedingsprocedures door overheden 5 procent Social Return wordt verlangd? In dat geval hebben de ondernemingen, die vallen onder de quotumregeling van de Participatiewet onbedoeld een concurrentievoordeel ten opzichte van het MKB (< 25 medewerkers) bij aanbestedingsprocedures. Al met al zal de Participatiewet goed doordacht moeten worden om dergelijke ongewenste neveneffecten te voorkomen.
 

Walter Parlevliet is mede-auteur van ‘Jurisprudentie voor de gebieds- en projectontwikkelingspraktijk - Europese en nationale uitspraken gebundeld’en verbonden aan PAC Procurement.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.