of 59045 LinkedIn

Sociale (wijk)teams: hype in vele varianten

Helga Koper 1 reactie

Veel grote en middelgrote gemeenten kiezen voor de inzet van sociale (wijk)teams als instrument voor de transformatie in het sociale domein, zo blijkt uit de analyste van de coalitieakkoorden. Sociale (wijk)teams worden gezien als de onmisbare schakel in de wijkgerichte aanpak.

Eerder in dit blad werd in de artikelen 'vaagheid troef' en ‘duur en complex wondermiddel’ al aangegeven dat er enorme diversiteit is in de manier waarop gemeenten hun teams inrichten en aansturen. Op zich is het niet zo vreemd, dat in dezelfde jas verschillende personen huizen: steden hebben vrijheid in inrichting, samenstelling, taken en bevoegdheden van teams. Maar dat maakt een analyse natuurlijk wel een stuk ingewikkelder. Wat weten we nu wel van sociale wijkteams?

 

De universiteit van Twente heeft in een consortium met de steden Zaanstad, Leeuwarden en Enschede samen met  Platform31 en BMC Advies de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar de vormgeving van sociale (wijk)teams. De onderzoekers hebben in de drie consortiumsteden gekeken naar de inrichting en organisatie van de teams en naar de vraagstukken en knelpunten die zich voordoen bij de (door)ontwikkeling van de teams. Daarnaast heeft BMC Advies op basis van een door de universiteit van Twente ontwikkelde vragenlijst dit voorjaar een vergelijkend onderzoek verricht in de G32 steden. Daarmee is een overzicht gekregen van de gemaakte keuzen.

 

Tijdens het onderzoek is gezorgd voor een goede wisselwerking tussen theorie en praktijk door nauwe betrokkenheid van de onderzoekers bij de door Platform31 georganiseerde leerkringen sociale wijkteams, waarin 31 gemeenten met elkaar vraagstukken rond sociale wijkteams verkenden. Sindsdien deelt men jaarlijks tijdens de zogeheten alumni-dagen de nieuwste inzichten met elkaar. Het onderzoek geeft nog meer zicht op de variatie tussen wijkteams, de knelpunten en vraagstukken. Na de zomer wordt het rapport afgerond en gepresenteerd op 8 oktober tijdens de eerstvolgende alumnidag, waar in deelsessies de nieuwste inzichten en aanpakken worden gedeeld.

 

Er is een aantal opvallende zaken te melden. De reikwijdte van de teams: vanuit het 'oud voor nieuw' principe is de verwachting dat de wijkteams in de plaats komen van de bestaande infrastructuur om daarmee de benodigde besparing op te leveren. In veel gemeenten is echter niet scherp wat er van het 'oude' verdwijnt en wordt het wijkteam als 'kers op de taart' bovenop de bestaande hulpverlening gezet.
 

Bij de ontwikkeling van sociale (wijk)teams wordt door gemeenten op verschillende manieren onderscheid gemaakt tussen doelgroep en taakgebieden. Hoofdzakelijk heeft de inzet vanuit het sociale (wijk)team betrekking op meervoudige problematiek op diverse leefdomeinen. Terwijl uit de eerder genoemde analyse van de coalitieakkoorden ook blijkt dat arbeidsparticipatie hoge prioriteit heeft en we weten dat het hebben van werk de zelfredzaamheid van mensen vergroot, is in veel gevallen werk en inkomen nog nauwelijks aangehaakt op de sociale wijkteams. De teams gaan daarnaast uit van de problemen van cliënten, maar er wordt nog onvoldoende welke dingen men dan anders doet om binnen de (nieuwe) financiële kaders te blijven. De kans bestaat dat het werk alleen maar toeneemt. Ook blijkt het verbinden aan de wijkverpleegkundige zorg blijkt nog erg in de kinderschoenen te staan.

 

De gevonden verschillen roepen de vraag op of de deze verschillen het gevolg zijn van pogingen aansluiting te vinden bij de specifieke lokale behoeften, of dat die verschillen vooral duiden op grote onduidelijkheid en onzekerheid onder degenen die de sociale teams moeten vormgeven.

 

Helga Koper

Programmamanager Sociaal

Platform31

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter (lean coach) op
Beste Helga,

Je artikel ademt de geest van je denkkader: hoe krijgen wij alles weer gelijkwaardig onder controle op termijn?
En daar zit'm precies de kneep.

Wij zitten in een maatschappij in transitie. Die krijg je voorlopig niet onder controle!

Dat moet je ook niet willen. Want wij moeten nu allen en samen knetterhard oefenen, op zoek en proberen om een nieuwe invulling te geven aan wat wij onderweg participatiemaatschappij zijn gaan noemen. Állen is burger en maatschappelijk veld. Daarbij moet de lokale overheid vooral faciliteren! Namelijk dat die oefeningen plaatsvinden en dat daarvan geleerd wordt.

In die zin heeft je onderzoek zin: namelijk als inventarisatie en leerplatform voor alle initiatieven. Níet om daar de ideale definitieve uit te zoeken.

Help ons dus leren!

Anne Pastors schreef daarover een verhelderend boek: "Wijsheid in Pacht". Anders dan jij denkt!