Een nieuw en stabiel thuis
Onlangs gaf ik een training aan gedragswetenschappers die werken in de JeugdzorgPlus, de gesloten jeugdzorg, over de Standaard Taxatie Ernst Problematiek (STEP). Dit instrument brengt onder meer de kwaliteit van de opvoedingsomgeving van de betreffende jongere in kaart. Dit lijkt eenvoudig: beantwoord de vragen voor het laatste gezin waar de jongere woonde. Een uitgebreide discussie ontstond. Want wat vul je in als een jongere al sinds zijn zesde niet meer in een gezin woont?
Schokkend
Voor iedereen die in de jeugdzorg werkt is dit een bekend verhaal: jongeren die al meer dan tien jaar op verschillende leefgroepen hebben gewoond of kinderen die op hun vijfde al drie pleeggezinnen achter de rug hebben. En toch schokt het mij iedere keer opnieuw als ik zo’n voorbeeld hoor. Ik probeer me dan voor te stellen hoeveel verzorgers/opvoeders zo’n kind al heeft gehad, hoeveel keer hij is verhuisd of hoeveel scholen het inmiddels heeft versleten. Met mijn gezonde verstand kan ik bedenken dat al die wisselingen niet goed kunnen zijn voor een kind.
Te veel verplaatsingen
Inzichten uit wetenschappelijk onderzoek naar hechting hebben inmiddels ruimschoots laten zien dat het van belang is kinderen die om welke reden dan ook niet meer in hun gezin van herkomst kunnen wonen zo snel mogelijk langdurig en stabiel te plaatsen. Zogenoemde 'verplaatsingen' verergeren de problemen van het kind en geven het geen kans zich te hechten aan een volwassene die continuïteit biedt. Een veilige hechting is de basis van de ontwikkeling van ieder kind en een belangrijke beschermende factor tegen problemen en tegenslag. Tussen deze inzichten en de huidige praktijk van de jeugdzorg gaapt een diepe kloof. De levensloop van uit huis geplaatste kinderen kenmerkt zich vaak door meerdere over-, ver- en doorplaatsingen. En deze praktijk verergert de problemen van deze kinderen eerder dan dat ze een oplossing biedt.
Een professioneel gezin
Onze samenleving kent kinderen met meervoudige en complexe problemen die niet meer in hun gezin van herkomst kunnen opgroeien. Het toekomstperspectief van deze kinderen ligt niet meer thuis. Voor deze kinderen moet er een nieuw en stabiel thuis komen. In veel gevallen is dat een pleeggezin, in andere gevallen een professioneel gezin (zoals een gezinshuis). Achtereenvolgende plaatsingen op residentiële leefgroepen moeten snel tot het verleden behoren!
Verder lezen
Catharijnesingel 47
