of 59045 LinkedIn

Werk maken van Werkbedrijven

Joost Clarenbeek & Karin Lagendijk Reageer

In de 35 arbeidsmarktregio’s die Nederland telt is sinds enige tijd sprake van de oprichting van ‘Werkbedrijven’. Het Werkbedrijf is een bestuurlijk regionaal netwerk waarin gemeenten, werkgevers(organisaties), werknemersorganisaties en het UWV participeren. Het doel is om binnen 10 jaar 125.000 mensen met  een arbeidsbeperking aan het werk te helpen.

Opvallend is  het verschil in het tempo waarin en de manier waarop Werkbedrijven worden ingericht. Is dat erg? Nee. In alle regio’s is al een basis  om Werkbedrijven (verder) te gaan bouwen. Er is daarom in onze visie geen probleem als er geen geformaliseerd werkbedrijf is per 1 januari 2015. In onze visie is er echter wel urgentie om in 2015  te komen tot een Werkbedrijf. Gemeenten hebben de ambitie om het (minimaal) beter te doen vanaf 2015, maar moeten keuzes maken rond het ontschotte budget dat ze ontvangen. Meer dan ooit is het realiseren van uitstroom naar werk noodzakelijk. Dat kan niet zonder effectieve samenwerking in de regio. Het jaar 2015 staat in het teken van transformatie; de dienstverlening zal doelmatiger en doeltreffender moeten worden doorontwikkeld. Het proces om te komen tot een Werkbedrijf, langs de lijnen die de Werkkamer schetst, kan helpen die doelmatigheid en doeltreffendheid te vergroten. De inrichting van een Werkbedrijf is vormvrij en het is aan elke regio om zelf te bepalen hoe de uitvoering wordt gedaan. VNG en de Stichting van de Arbeid hebben via de ‘Werkkamer’ afspraken gemaakt over samenwerking tussen gemeenten en sociale partners en schetsen de lijnen. Zo moet er een samenwerkingsvorm zijn waarin het voorzitterschap is belegd en taken, verantwoordelijkheden, financiering en evaluatie zijn vastgelegd; er dient een expliciete opdracht te zijn van het Werkbedrijf voor uitvoerder(s) en het arbeidsaanbod moet transparant zijn. Tevens dient elke arbeidsmarktregio een eigen marktbewerkingsplan, een geharmoniseerd basispakket met instrumenten en één loonwaardemethodiek te hebben.
 

Op basis van een interviewronde langs regio’s waar men al op de goede weg is, komen wij tot drie belangrijke succesfactoren. Ten eerste, werk aan een gedeelde urgentie. Ten tweede, maak dat werkgevers eigenaarschap voelen; werk ligt bij werkgevers. Maak werkgevers mede-eigenaar van de banenopdracht, bijvoorbeeld door hen een grote verantwoordelijkheid te geven bij de inrichting en formalisering van het werkbedrijf. Ten derde, onderschat niet het belang van een bestuurlijke trekker die tijd investeert in het realiseren van draagvlak. Deze succesfactoren zijn in onze visie goed te organiseren. Een sterke projectorganisatie helpt hierbij. In die projectorganisatie is van belang onderscheid te maken naar bestuurlijke rollen (richting werkgevers en collega-gemeenten, als opdrachtgever) en ambtelijke rollen (opdrachtnemer met mogelijkheden snel te escaleren naar bestuurlijk niveau).  
 

Politiek en publiek zullen met zeer veel interesse volgen hoe gemeenten werk maken van hun nieuwe taken als gevolg van de decentralisaties en welke effecten dat heeft op de doelgroep. Als er zich incidenten, complicaties of schrijnende gevallen gaan voordoen, wordt in eerste instantie gekeken en  gewezen naar de verantwoordelijk wethouder. Tegelijkertijd zullen gemeenten zoeken naar mogelijkheden om dienstverlening beter en goedkoper te doen. Dat kan de gemeente niet alleen. Er is innovatie en samenwerking nodig om doelmatiger en doeltreffender te werken. Oude structuren voldoen daarbij niet meer omdat het budget daalt. Het oprichten van een Werkbedrijf helpt bij de transformatie om de samenwerking in de regio te verbeteren.

 

Joost Clarenbeek & Karin Lagendijk
Auteurs zijn adviseurs bij EY 
Meer over het onderzoek naar werkbedrijven leest u hier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.