of 59045 LinkedIn

Sleutel tot adequate (jeugd)zorg ligt bij gemeente

Inge Norbruis 1 reactie

Sinds de decentralisatie van de (jeugd)zorg in 2015 met de introductie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet zijn gemeenten opdrachtgever van zorgorganisaties. Zorgorganisatie werken hard om hun bedrijfsvoering op orde te brengen en om naast alle uitdagingen van het primaire proces hun rol als opdrachtnemer goed te vervullen. Zij willen daarbij graag een goede gesprekspartner van de gemeente zijn, maar deze dialoog verloopt stroef. Voor de zorgorganisaties is er een duidelijk gevoel van urgentie om deze situatie snel te verbeteren. Begrijpelijk, want hun bestaan en daarmee vooral het welzijn van hun cliënten hangt ervan af. Bij betrokkenen aan gemeentezijde ontbreekt een dergelijke prikkel en dat is merkbaar.

Aan de kant van de gemeenten zijn het voornamelijk inkopers van regionale inkooporganisaties die belast zijn met het contact met zorgorganisaties. Door een gebrek aan inhoudelijke kennis van de (jeugd)zorg hebben deze inkopers vaak geen idee welke onderwerpen aan de orde moeten komen in gesprekken met hun counterparts bij de zorgorganisaties. Zij beperken zich daardoor voornamelijk tot het administratieve proces. Kennisdeling tussen partijen kan hiervoor een oplossing bieden, maar de daarvoor benodigde basis van wederzijds vertrouwen ontbreekt vaak. Waar het gaat om verantwoording heeft elke individuele gemeente een eigen werkwijze. Dat leidt bij zorgorganisaties tot enorme administratieve lasten, wat ten koste gaat van het primaire zorgproces.

 

Als onderdeel van de decentralisatie van de jeugdzorg werden vorig jaar jeugd- en gezinsteams in het leven geroepen, die direct onder verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen. De relatie tussen gemeenten en jeugdzorgorganisaties is hiermee echter nóg complexer. Gemeenten zijn immers niet alleen opdrachtgever, maar ook in hoge mate zelf bepalend voor de prestatie van de jeugdzorgorganisaties. Dat komt omdat de jeugd- en gezinsteams veelal de eerste en laatste schakel in het zorgproces vormen en feitelijk het gehele proces zouden moeten begeleiden, en jeugdzorgorganisaties daar tussenin zitten. Dit blijkt nu al uit het feit, dat het aantal urgente gevallen bij jeugdzorgorganisaties toeneemt. Dat stelt nog meer eisen aan goed opdrachtgeverschap vanuit de gemeenten. De prestaties van de jeugd- en gezinsteams in relatie tot die van de zorgorganisaties is zo’n complex geheel, dat een goed overleg op strategisch, tactisch én operationeel niveau een primair vereiste is.

 

Het is evident dat het onvermogen tot samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers het gezamenlijk sturen op kwaliteit en resultaat onmogelijk maakt en funest is voor het zo broodnodige innovatieve vermogen in de sector. Om de zorg binnen de beschikbare budgetten structureel te verbeteren, moeten gemeenten op het hoogste niveau keuzes durven maken. In de gemeentelijke boardroom ligt namelijk de verantwoordelijkheid om de belangrijkste uitgangspunten en doelstellingen voor het opdrachtgeverschap te formuleren. Hierbij is het zaak om de benodigde verandering in cultuur en gedrag van gemeenten als opdrachtgever vanuit die boardroom te sturen. Pas dan kan de werkvloer adequaat met de uitvoering aan de slag. De gemeentelijke top moet daarbij vooral de verantwoordelijkheid voelen dat zijzelf bepalend is bij het verzekeren van een goede (jeugd)zorg in Nederland. En zich niet alleen met (jeugd)zorg bemoeien als er calamiteiten of budgettaire problemen zijn.

 

Inge Norbruis
Auteur is managing consultant bij Emeritor

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door W.F.Willems (pensioen) op
Op orde brengen? Dan deugde er kennelijk iets niet!.
Nou niet gaan zeuren met allerlei konsultant praatjes, want de gem. hebben dit nog maar net op bord.