of 59221 LinkedIn

Plicht tot zorg

Reageer

Gemeenten hebben sinds 2015 de plicht een voorziening voor jeugdhulp te treffen als een kind jeugdhulp nodig heeft. Staat die noodzaak eenmaal vast, dan zullen ze er voor moeten zorgen dat de jeugdhulp daadwerkelijk wordt verleend.

Over de vaststelling van de noodzaak voor jeugdhulp (indicatie) zegt de Jeugdwet dat daarbij alleen zorginhoudelijke gronden een rol mogen spelen. Financiële belangen mogen hierbij niet worden betrokken. Betekent dit ook dat deze financiële belangen vervolgens geen rol mogen spelen bij het daadwerkelijk inzetten van jeugdhulp?

Hierover en over de vraag wat de omvang van de zorgplicht van gemeenten is, wordt al een paar maanden gediscussieerd. Deze discussie richtte zich tot voor kort vooral op de vraag of de op gemeenten rustende zorgplicht van hen eist dat zij de zorg in moeten kopen waarvoor kinderen geïndiceerd zijn. Dit is het geval. De Jeugdwet bepaalt namelijk dat gemeenten moeten zorgen voor een kwalitatief én kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp. Dit betekent uiteraard niet dat gemeenten te allen tijde alle vormen van jeugdhulp beschikbaar moeten hebben.

Wel betekent deze plicht dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat als een kind een bepaalde vorm van jeugdhulp nodig heeft, hij deze ook moet kunnen krijgen. Hieruit volgt ook dat de jeugdhulp binnen een aanvaardbare termijn moet worden ingezet. Wat die termijn is kan per type jeugdhulp verschillen. Voor de jeugdggz zijn hier van oudsher richtlijnen voor: de Treeknormen. Deze normen bepalen dat de wachttijd niet meer dat een week of vier mag duren. Ook zonder deze normen is het echter evident dat enkele maanden wachten op een eerste intake, zeker bij kinderen, niet aanvaardbaar is.

Sinds kort heeft de discussie een nieuwe dimensie gekregen door de – inmiddels door de gemeenteraad teruggedraaide – keuze van Almere om jeugdhulpaanbieders kort gezegd te verbieden in 2016 nog residentiële jeugdhulp of jeugd-ggz aan kinderen te verstrekken, tenzij er sprake is van een crisissituatie. Deze keuze, om op voorhand bepaalde categorieën kinderen van noodzakelijke (immers geïndiceerde) jeugdhulp uit te sluiten voor de komende drie maanden, staat uiteraard haaks op de plicht die de Jeugdwet aan gemeenten oplegt om over een toereikend aanbod aan jeugdhulp te beschikken, waardoor Almere evident niet voldoet aan haar zorgplicht en dus in strijd met de Jeugdwet handelt.

Dit probleem speelt nog sterker bij de toegang tot jeugdhulp via de huisarts. Naast het college van burgemeester en wethouders is de huisarts namelijk zelfstandig bevoegd om een indicatie voor jeugdhulp te stellen (verwijsbrief). De gemeente kan hieraan niet tornen. Dit brengt mee dat jeugdhulpinstellingen zoals Dokter Bosman kinderen met een geldige verwijsbrief zonder meer in zorg moeten nemen binnen de daarvoor vastgestelde Treeknormen.

Zij zijn namelijk verplicht verantwoorde zorg te bieden binnen aan aanvaardbare termijn. Bovendien moet de zorg van voldoende kwaliteit zijn en moeten zij de zorgcontinuïteit borgen. Indien zij hier niet toe overgaan kunnen zij hierop (tuchtrechtelijk) worden aangesproken. Dit brengt mee dat die instellingen uiteraard ook de mogelijkheid moeten krijgen deze verantwoorde zorg te kúnnen leveren. Ook gelet hierop is de gemeente verplicht voldoende zorg in te kopen.

Mr. dr. drs. Lieske de Jongh, advocaat Gezondheidszorg, Dirkzwager advocaten & notarissen Dr. Michiel Bosman, psychiater, Dokter Bosman

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.