Jeugdzorg naar de gemeenten; regisseren én loslaten
De komende jaren krijgt de decentralisatie van de jeugdzorg vorm. Waarom hadden we ook alweer bedacht dat deze transitie van de jeugdzorg nodig is? Met de decentralisatie van de jeugdzorg kunnen preventie en zwaarder zorgaanbod veel sterker aan elkaar verbonden worden.
Daarbij hoort ook een integratieslag met de jeugdpsychiatrie, zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Een sterkere focus op preventie en inclusiviteit, de eigen kracht en versterking van het netwerk van de jeugdige is leidend. Onder lokale regie dient zonder tussenkomende bureaucratie zorg van de juiste zwaarte ingezet te kunnen worden.
Wij zijn er daarom voorstander van dat de gemeenten de regie pakken en zelf opschrijven wat ze willen bereiken. Het zal een verademing zijn wanneer duidelijk wordt neergezet welke prestaties gewenst worden (het ‘wat’) en vervolgens daadwerkelijk kritisch wordt gevolgd of die resultaten geboekt worden.
Het zou ideaal zijn wanneer gemeenten zich niet verliezen in particularistische opvattingen over de wijze waarop zaken georganiseerd zouden moeten zijn (het ‘hoe’). Bovenlokale afstemming van vorm biedt naar ons idee meer ruimte om inhoudelijk lokaal te variëren.
Gemeentelijke regie sluit echter samenspraak met betrokken organisaties niet uit, integendeel! Het gaat hierbij om de wisselingwerking tussen beleid en uitvoering. Deze samenwerking moet erop gericht zijn om als (gezamenlijke) gemeente(n) met de betrokken organisaties in de jeugd(gezondheids)zorg te komen tot een gedeelde visie. Openheid, vertrouwen en ruimte voor inbreng van het veld zijn hierbij kernbegrippen.
Vanuit deze gezamenlijkheid is een kernvraag: ‘Hoe krijgen we de professional weer aan zet?’ Juist de decentralisatie biedt hier kansen. Er is in de jeugd(gezondheids)zorg behoefte aan meer handelingsruimte voor de professional ‘aan de voorkant’ om snel te kunnen vast stellen wat er nodig is en de juiste hulp te kunnen inzetten.
Dit vraagt om een lokaal verankerde voorziening waarbij ingezet wordt op signalering en een generalistische blik. Daarvoor is kennis nodig van het achterliggende veld en handelingsruimte om de zorg snel en adequaat in te zetten daar waar die nodig is. Bevrijd de medewerkers van de consultatiebureau’s, de schoolartsen en –verpleegkundigen en (jeugd)maatschappelijk werk van de overdetaillering waaraan hun werk nu onderhevig is en geef ze de ruimte hun inzet te plegen waar de risico’s zitten. Maak deze professionals verantwoordelijk voor signalering en advisering binnen ‘hun’ populatie en geef ze de bevoegdheid direct deskundigheid en zorg in te schakelen waar dat nodig is.
Een belangrijk ingrediënt om een dergelijke voorziening te realiseren, is het versterken van het lokale veld door de inbreng van expertise uit de tweedelijn. Onderdeel hiervan is dat meer diagnostische en (ortho)pedagogische deskundigheid aan de voorkant en dichtbij huis wordt ingezet om sneller een goede diagnose te stellen. Dit kan doorverwijzing naar de langdurige tweedelijnszorg voorkomen of juist leiden tot een eerdere inzet maar dan ook gerichter inzet van benodigde zwaardere hulp. Door de professionals ‘los te laten’ is het opnieuw, maar dan lokaal, gaan inrichten van een indicatietraject niet nodig!
‘Er moet meer met minder’. Bezuinigingen van totaal 300 miljoen in 2015 brengen beperkingen met zich mee. Een bekend mechanisme is dat de overheid daarop stuurt door indicatieorganen in te richten. Juist als we willen leren van andere sectoren kunnen we vaststellen dat een helder professioneel domein aan de voorkant met voldoende handelingsruimte leidt tot een grote mate van afhandeling in de eerstelijn en alleen indien noodzakelijk toeleiding naar de tweedelijn. Kostenbesparing pur sang!
Hoe kan een gemeente dit dan concreet vormgeven? Een weg zou zijn om bij de decentralisatie van de jeugdzorg het CJG drie functies toe te kennen; die van thuisbasis voor de lokale generalisten, die de bevoegdheid hebben lokale vormen van ondersteuning direct in te zetten, die van schakelpunt waar de lokale generalisten deskundige hulp uit de tweede lijn kunnen mobiliseren en die van steunpunt dat de inzet van jeugdzorgmaatregelen (gedwongen kader) inhoudelijk toetst en verzorgt.
Niet alleen van de gemeente wordt vertrouwen in de professionals gevraagd. Dat geldt net zo goed voor de partijen, die in en rond het CJG met elkaar te maken hebben. Is men bereid mee te werken aan zorgcoördinatie door een ander? Wil men vertrouwen op elkaars informatie en deskundigheid? Door de bekwame en bevoegde professional in de plaats te laten komen van het brede casusoverleg kan veel geld en tijd gewonnen worden voor de eigenlijke zorg.
Auteurs zijn respectievelijk oud-wethouder te Delft en partner bij adviesbureau Obelon
Reactie op dit bericht