of 59180 LinkedIn

Het sociaal domein kan leren van de civiele techniek

Peter Scholten en Niels Springeling Reageer

In het sociale domein heerst nog wel eens de opvatting dat het daar ‘allemaal anders’ en ‘moeilijker meetbaar’ is dan in andere sectoren. “Ons werk is moeilijker meetbaar te maken dan bijvoorbeeld het aanleggen van een weg.” Maar dat is een slechte redenering, die geen recht doet aan de wijze waarop bijvoorbeeld wegen worden aangelegd. Daarbij gaat het allang niet meer om de goedkoopste verbinding van A naar B, maar om het doorcontracteren van het uiteindelijke maatschappelijke einddoel: wegen die maximaal beschikbaar zijn voor het verkeer. Waarmee ineens dus ook onderhoud en het voorkomen van vertragingen onderdeel van de aanbesteding werden.

Met andere woorden: een aanbesteding begint met het stellen van de einddoelen per opdracht, per klant. En doelen stellen begint met simpele vragen: Wat is nu eigenlijk precies het probleem? Voor wie precies? En hoeveel bewoners met dat probleem zijn er dan? En bijvoorbeeld: wat is participatie nu eigenlijk? Als je het niet concreet maakt, heeft iedereen er een ander beeld bij. En hoe weet je dat iemand ‘onwenselijk niet-participeert’. Op basis van welke indicatoren vind je dat?

 

Als duidelijk is wat je nu precies bedoelt met sociale cohesie, participatie, empowerment, enzovoort, en weet of het een urgent probleem is in plaats van een ‘wens’ (er is niets tegen wensen; maar die hoeven niet per se publiek gefinancierd te worden) dan wordt het al een stuk makkelijker om een einddoel te beschrijven. En dan kun je achteraf kijken of het probleem is verminderd of opgelost; of er vervolg nodig is of niet, en of de beperkte middelen efficiënt worden ingezet.

 

Bij een gemeente in Nederland hielden we een bijeenkomst met zorgaanbieders om het over resultaatsturing te hebben. Iedereen leek het te begrijpen en er was zelfs enthousiasme. Tot tegen het einde iemand vroeg: “Maar wat als het niet lukt? Krijgen we dan niet betaald? Want we doen toch wel heel erg ons best?” En dat is een lastige spagaat: we zijn nog niet gewend om afgerekend te worden op het realiseren van een concreet resultaat. We zijn gewend dat ‘ons best doen’ en een ‘inspanningsverplichting’ voldoende is. Daar ligt dus de echte verandering voor de komende jaren: experimenteren met echte resultaatfinanciering, zoals ook elders in de maatschappij gewoon is. Dat zal lastig zijn voor wethouders en aanbieders, voor wie het sturen op concrete resultaten wellicht ook risico’s inhouden.

 

De weerstand is er niet zozeer omdat het zichtbaar maken van resultaten zo moeilijk is, maar omdat het niet het vertrouwde speelveld en directe belang is van aanbieders en gemeenten. Daarom is het sluiten van grote aantallen contracten (tot wel 150 per gemeente) met grote aantallen zorgaanbieders veiliger en makkelijker. Maar of het een stap is op weg naar resultaatfinanciering, dat is nog maar de vraag. Dat dit een proces is dat tijd vraagt, daarover zal iedereen het eens zijn, maar de eerste stappen in die richting zijn niet allerlei inkoopconstructies, complex contractmanagement, of denken dat het sociaal domein zoveel verschilt van de rest van de wereld. De sector kan nog veel leren van haar collega’s van de civiele techniek.

 

Peter Scholten van Scholten & Partners en Niels Springeling van PSI. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.