Geen medelijden, maar normaal werk
In Nederland staan ongeveer 250.000 mensen aan de kant die wel in staat zijn om betaalde arbeid te verrichten. De komende jaren loopt dit op tot 350.000. Het gaat hierbij om onder meer ex-verslaafden, vluchtelingen, daklozen en veel jonggehandicapten.
Om deze groepen aan het werk te krijgen, bestaan er tal van regelingen, die voor iedere groep verschillend zijn en door diverse instellingen worden uitgevoerd. Voor de autistische jongere is er - via het UWV - de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong); voor de ex-verslaafde is er de Wet werk en bijstand van de gemeente en de psychiatrische patiënt mag zijn toevlucht zoeken tot de sociale werkvoorziening of dagbesteding (die weer onder de Awbz valt).
Naast hun handicap of andere achterstand, kampt deze groep dus met een ondoorzichtig woud van hulpverleners, regels en instellingen. Het wordt voor hen steeds moeilijker om in regulier werk terecht te komen. Bovendien leiden alle verschillende loketten tot onnodige bureaucratische rompslomp. Behalve veel mankracht van instanties en frustraties van jonggehandicapten, kost dit de samenleving jaarlijks miljoenen.
Nu door de vergrijzing een de massale uitstroom van arbeidskrachten voor de deur staat, is iedere arbeidskracht nodig - achterstand of niet. Er moet dus snel iets gebeuren om deze groepen aan regulier werk te helpen. Onlang debatteerde de Tweede Kamer over het rapport van oud-minister De Vries. Dit rapport is de aanzet voor een fundamentele herbezinning op de sociale werkvoorziening (SW). Centraal in het rapport staat de opdracht om meer mensen in het reguliere arbeidsproces krijgen.
Nederland telt te veel mensen in de SW: 1,3 procent van de beroepsbevolking ten opzichte van 0,6 procent in andere landen. Wij, wethouders van vier grote steden in Nederland, pleiten ervoor de verantwoordelijkheid om jongeren in het arbeidsproces te laten stromen, zoveel mogelijk bij de gemeenten te leggen. Immers, de gemeenten kennen de lokale en regionale arbeidsmarkt als geen ander. Beter dan de rijksoverheid en de individuele instanties zijn gemeenten in staat om jongeren de weg te wijzen en alle belanghebbende partijen bij elkaar te brengen. Niet door medelijden gedreven, maar juist om deze jongeren een bijdrage te laten leveren aan de samenleving en zo de structurele arbeidstekorten op te vangen. We pleiten voor de volgende maatregelen:
-
De Wajong moet overgeheveld worden naar de gemeenten in plaats van naar het UWV. Sommige gemeenten kiezen er al voor om bij te dragen aan de participatie van Wajongers. Dit bevalt goed. Ook omdat zij partijen bij elkaar kunnen brengen om de jongeren aan werk te helpen.
-
Sociale werkvoorzieningplekken moeten doorgroeien tot ‘mensontwikkelbedrijven’. De werkvoorziening is van oudsher een beschutte werkplek, die uitgaat van de beperking van mensen. De SW is niet gericht op hun ontwikkeling en groei. Een mensontwikkelbedrijf heeft een positieve uitstraling en ontwikkelt SW’ers voor de arbeidsmarkt. Je gaat uit van de capaciteiten van mensen en kijkt vooral naar wat ze wél kunnen.
-
Gebruik als mensontwikkelbedrijf de CAO van de betreffende sector. Als een SW’er bijvoorbeeld in de groenvoorziening werkt, dan moet hij zich ontwikkelen tot werknemer in de groenvoorziening om zo uiteindelijk terecht te komen bij een commercieel groenbedrijf. Met de CAO van de groenvoorziening. De weg naar een reguliere CAO is hierdoor korter en makkelijker af te leggen. Voor een bedrijf is er dan geen arbeidsrechtelijke of financiële belemmering meer om de jongere in dienst te nemen. Jongeren stromen zo sneller door naar een reguliere baan.
-
Schaf loondispensatie af. Loondispensatie houdt nu nog in dat je géén direct loon krijgt van het bedrijf waar je werkt. Dit systeem motiveert en emancipeert de werknemer niet. Het leidt bovendien tot twee bureaucratische geldstromen. Beter is om een loonkostensubsidie in te voeren. Deze subsidie stelt de werkgever in staat om een normaal salaris te betalen. Medewerkers met een achterstand worden zo als gelijkwaardige collega’s behandeld.
-
Prikkel werkgevers door met sociale aanbestedingstrajecten te werken. Maastricht, Utrecht, Tilburg en Dordrecht werken hier al mee. Dit houdt in dat er in de aanbestedingsopdracht wordt bepaald dat een aantal mensen uit achterstandsgroepen moeten meewerken aan een project.
Met al deze maatregelen zijn gemeenten beter in staat om ‘moeilijke’ groepen, zoals jonggehandicapten op weg te helpen. Wel moeten gemeenten hiervoor dan ook de eindverantwoordelijkheid krijgen.
Jan Jaap de Haan, wethouder in Leiden, Martine Visser, wethouder in Almere, Martijn Vroom, wethouder in Noordwijk, Myra Koomen, wethouder in Enschede. Deze vier wethouders zijn van CDA-huize.