of 59142 LinkedIn

Gebrek aan samenwerking belet terugkeer kwetsbare jongere in samenleving

Erwin Duits Reageer

Zes samenwerkende inspecties hebben vorig jaar onderzoek gedaan naar de wijze waarop jongeren die een residentiële instelling of een justitiële jeugdinrichting verlaten, worden geholpen op weg naar participatie en zelfstandigheid. Uit het rapport van dit onderzoek dat recentelijk verscheen, kwam naar voren dat door gebrek aan samenwerking tussen de verschillende netwerkpartijen deze jongeren niet de hulp en zorg krijgen die zij zo hard nodig hebben. Een trieste conclusie, maar ik kijk er niet van op – integendeel.

Organisaties houden angstvallig vast aan eigen procedures en protocollen. Zo wordt bij recidivisten steeds opnieuw gestart met een intakeprocedure. De nadruk ligt op regels, niet op wat er nodig is om deze jongeren écht te helpen. Ook gemeenten hebben onvoldoende inzicht in de zorgbehoefte van deze jongeren. Zij sturen sterk op ambulantisering. Zorg wordt overgelaten aan wijkteams. Vaak is er echter geen sluitende aanpak door gebrek aan lef en door wantrouwen tussen de signalerende partijen onderling. Bovendien is de drempel voor jongeren om bij de wijkteams aan te kloppen groot. De ‘regeldrift’ en het gebrek aan samenwerking zorgen ervoor dat zij tussen wal en schip vallen.

 

Instemmend las ik dan ook de uitkomsten van het onderzoek ‘Al doende leren’, uitgevoerd door Annemiek Stoopendaal van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Vier jaar lang heeft zij de dagelijkse praktijk van de Inspectie voor de Gezondheid gevolgd, om te concluderen dat het uitvoeren van alle regels eerder slechtere dan betere zorg oplevert.

 

Regels moeten slechts een hulpmiddel vormen, geen obstructie. Instellingen moeten veel beter kijken naar de behoefte van de jongere; vaak heeft hij of zij meer tijd nodig. De behandelduur moet echter steeds korter. Die druk voelen instellingen ook. Volgens de strikte protocollen die instellingen hanteren, worden jongeren gescheiden geplaatst en bij elkaar vandaan gehouden. Maar op een zeker moment staat zo’n jongere weer buiten. Daarmee is het probleem nog niet opgelost. Wie zegt dat zij elkaar na het verlaten van de instelling of inrichting niet opnieuw zullen opzoeken? Daar moeten hulpverleners hen goed op voorbereiden. De overgang van gesloten naar open kan worden verkleind door jongeren – uiteraard onder begeleiding – al eerder te laten wennen aan vrijheid.

 

Aangezien gemeenten sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk zijn voor de jeugdhulp moeten zij de verantwoordelijkheid en regie nemen. Binnen de wijkteams is er echter vaak onvoldoende specifieke expertise beschikbaar. In plaats van de zorg over te laten aan wijkteams, is het daarom belangrijk dat gemeenten de behandelaars van de instellingen aangehaakt houden nadat de jongere de instelling heeft verlaten. Die beschikken over de benodigde kennis en ervaring met de vaak complexe problematiek.  

 

Zorg stopt niet als ze de deur uitlopen.


Erwin Duits

Auteur is directeur van De Hoenderloo Groep, onderdeel van Pluryn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.