Controversieel verklaren decentralisatie awbz is nutteloos
Aanstaande dinsdag beslist de Tweede Kamer over het al dan niet controversieel verklaren van kabinetsvoorstellen. Eén van de voorstellen die op tafel ligt is het decentraliseren van delen van de Awbz naar de gemeentelijke Wmo met ingang van 2013.
Lokale overheden kunnen deze begeleiding dichterbij burgers, beter en goedkoper uitvoeren, is het idee van het kabinet. Gemeenten zijn het er in beginsel mee eens dat zij binnenkort de democratische en financiële verantwoordelijkheid dragen voor deze taken. Onder de voorwaarde van een reëel budget en ruimte om het anders aan te pakken. Beter zou de Tweede Kamer het demissionaire kabinet daarom de opdracht geven om met gemeenten duidelijkheid te scheppen over die voorwaarden, dan onduidelijkheid daarover te vergroten door het controversieel verklaren van dit voorstel.
Nadat gemeenten en kabinet het in juni vorig jaar eens werden over het overhevelen van Awbz-functies, bereiden inmiddels alle gemeenten zich voor op hun nieuwe taken. Op een enkeling na. Dat blijkt uit onderzoek van het WMO Kantoor onder 119 kleine en middelgrote gemeenten en zes G32-steden. 80% van de gemeenten bereidt zich in samenwerkingsverbanden met andere gemeenten voor. De meeste gemeenten hebben geïnvesteerd in kennisontwikkeling en hebben beleidscapaciteit ingezet op die voorbereiding. Veel van de gemeenten gelooft in een goede afloop van de decentralisatie. 70% van de gemeenten voorspelt op basis van hun huidige voorbereidingen dat zij in staat zullen zijn gelijke of betere kwaliteit van begeleiding te leveren. Een ruime meerderheid denkt dat dat tegen gelijke of lagere kosten kan. Waar gemeenten vandaag hoofdzakelijk nog mee worstelen is de onduidelijkheid over financiën en de onzekerheid over de overdracht van cliëntgegevens.
Die onduidelijkheid en onzekerheid zal voor gemeenten toenemen als dit kabinetsvoorstel dinsdag controversieel wordt verklaard. Want, dat gemeenten deze taken vroeg of laat gaan uitvoeren is welhaast zeker. Deze decentralisatie staat namelijk niet op zich, maar past in een ontwikkeling van vele decentralisaties die al vanaf de eeuwwisseling is ingezet. Grote delen van de tot dan toe centrale verzorgingsstaat worden lokaal ingebed in een nieuw activerend en compenserend stelsel. Aan die ontwikkeling verandert het controversieel verklaren van dit voorstel van dit kabinet helemaal niets. Integendeel. Het zet een dossier in de ijskast dat is aanbelandt in een kritieke fase waarin afspraken moeten worden gemaakt tussen de rijksoverheid en gemeenten over budget, beleidsruimte en overgangsregelingen. Om dat er na de verkiezingen weer ongewijzigd uit te halen en het met veel hitte te ontdooien. De overheveling van deze Awbz-taken kan immers alleen succesvol zijn in het veroorzaken van een betere en betaalbare lokale verzorgingsstaat, als die zich in samenhang kan ontwikkelen met andere decentralisaties op het gebied van werk en inkomen en zorg voor jeugd. We moeten dus door.
Daarom doen onze parlementariërs er dinsdag 29 mei goed aan de decentralisatie van de Awbz niet controversieel te verklaren. Liever zouden ze er bij het kabinet op aandringen om snel de duidelijkheid en zekerheid te geven die gemeenten nodig hebben om vooruit te kunnen met het ontwerp van de verzorgingsstaat van de toekomst.
Auteurs zijn oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden en directeur van het WMO Kantoor.