Capaciteiten van ouderen onderbenut
Ouderdom gaat gepaard met wijsheid. Ook gebruiken ouderen vaker positieve woorden waardoor zij vaak aardiger gevonden worden dan jongeren. Toch zijn er in alle culturen op de wereld ook negatieve connotaties met ouder worden te ontdekken.
In de wetenschappelijke literatuur is ‘ageism’, stereotypering van ouderen, een algemeen erkend verschijnsel. Volgens onderzoek van Van den Heuvel en Van Santvoort (2011) ervaart ongeveer een kwart van de oudere Europese bevolking soms of regelmatig een vorm van leeftijdsdiscriminatie. Ouder zijn wordt geassocieerd met afhankelijkheid, kwetsbaarheid en economische non-productiviteit. Voor vrouwen geldt deze negatieve stereotypering sterker dan voor mannen, omdat vrouwen in het algemeen als zwakker worden beoordeeld dan mannen. Oudere vrouwen hebben dus te maken met dubbele discriminatie, zowel op basis van leeftijd als gender.
De negatieve denkbeelden over ouderen beperken hun mogelijkheden om actief te zijn, terwijl in sociale wetgeving maatschappelijke participatie van kwetsbare doelgroepen juist centraal staat. Met de verdere vergrijzing van de bevolking zullen deze kosten de komende jaren blijven toenemen. Maatschappelijke participatie is de manier om ouderen actief te houden en hen ook na hun pensioen een productieve bijdrage te laten leveren aan de maatschappij.
Activiteiten van ouderen vormen een belangrijke bijdrage aan ons gemeenschappelijk welzijn. De babyboomers die nu met pensioen gaan, zijn over het algemeen hoog opgeleid en hebben een lange levensverwachting. Zij kunnen nog vele jaren productief zijn en dit biedt een enorm potentieel aan vrijwilligers waar de gemeenschap gebruik van kan maken. De bezuinigingen op zorg en welzijn die overheden en verzekeraars nu doorvoeren, zouden ouderen zelf gedeeltelijk met onbetaalde arbeid kunnen opvangen. Door de groep van hoger opgeleide vrijwilligers passender vrijwilligerswerk aan te bieden, zou de participatie van ouderen vergroot kunnen worden. Ouderen hebben nu vaak moeite om activiteiten te vinden die aansluiten bij hun interesses en capaciteiten. Een potentieel aan ervaring gaat zo verloren.
Liselot Godschalx
De auteur is beleidsmedewerker zorg bij de gemeente Tilburg en is verbonden aan Tranzo, centrum voor Zorg en Welzijn aan de Universiteit van Tilburg.
Reactie op dit bericht