Armoede beter bestrijden
Circa 20 duizend huishoudens maken gebruik van voedselbanken en de gebruikers van voedselbanken weten de weg niet te vinden naar de gemeentelijke minimaregelingen, bijzondere bijstand, kwijtschelding en schuldhulp. De armoedebestrijding moet adequater. In de ene gemeente besteedt het gemeentebestuur er veel aandacht en geld aan, in andere gemeenten bestaat er geen enkele interesse voor. Terwijl het streven er uiteraard op gericht dient te zijn dat de armoedige voedselbanken, waar wekelijks een aantal gebruikers de hand mag ophouden voor een schamel voedselpakketje, verdwijnen.
Enkele cijfers: circa 1,5 miljoen mensen leven onder de armoedegrens van 800 euro per maand, zij moeten rondkomen van een minimumloon, uitkering of van een AOW’tje. Circa 16 procent van de bevolking (2,6 miljoen mensen) staat er financieel zó slecht voor dat er slechts enkele tientjes per week overblijven voor voedsel, de verwarming in de winter. Kleding kan niet of nauwelijks worden betaald. De scheiding tussen arm en de rest van Nederland wordt steeds groter, het gevolg van politieke desinteresse.
Het is hoog tijd maatregelen te treffen, zodat er op korte termijn geld beschikbaar komt voor groepen van Nederlanders die door armoede worden getroffen. Ook om te voorkomen dat mensen geïsoleerd raken. Immers, dan ontstaat ook het gevaar op toenemende criminaliteit, toename van het aantal werklozen, onvoldoende integratie en een onoverbrugbare ‘scheuring’ tussen arm en rijk.
Welke maatregelen zijn denkbaar? Zorg dat het inkomen van mensen die onder de armoedegrens leven stijgt met een bedrag waarvan op een acceptabele manier te leven valt. Dát bedrag zou uitgangspunt kunnen zijn, waarna er bijtelling volgt van de woonlasten. Op basis van deze normen ontstaat er dan een inkomen dat voor velen binnen de doelgroep verschillend uitvalt. Stel dat een gezin na vaststelling van nieuwe normbedragen, per maand 150 euro tekort komt, dan zou dát bedrag moeten worden toegekend via tijdelijke armoedesubsidie.
Hoe moet die worden opgebracht? Bijvoorbeeld door het solidariteitsbeginsel toe te passen. Met een geringe bijdrage van een ieder die een betaalde baan heeft (beroepsbevolking 7,5 miljoen) is al 500 miljoen euro per jaar te genereren. Daarbij zou bijvoorbeeld nog eens half miljard euro kunnen komen uit bijvoorbeeld de pot ontwikkelingssamenwerking of uit het krachtwijkengeld. Beschikbaar is dan in totaal 1 miljard waarmee 550.000 personen te helpen zijn met een tijdelijke armoedesubsidie van 150 euro per maand.
Met deze systematiek kan armoede in Nederland worden teruggedrongen. Terwijl de ingrepen gering zijn en duidelijk verband houden met de uitgaven. Zodra het bedrag van 1 miljard euro niet meer nodig is, kan de solidariteitsheffing worden opgeheven. Het solidariteitsbeginsel vormt niet alleen een gebruikelijk middel waarop onze financiële huishouding al vele decennia gebaseerd is.
Huishoudens die een heffing moeten betalen, zullen hiertegen niet of nauwelijks protesteren. Recent onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank toont immers aan dat ‘de Nederlander’ solidair is met de sociaal zwakkeren. Daarbij zal eenieder begrijpen dat bestrijding van armoede indirect ook bestrijding van nadelige effecten van armoede inhoudt. En dat een solidariteitsheffing voor iedereen gunstig uitpakt.
Robert Jan Blom, wethouder Sociale Zaken (VVD), Alphen a/d Rijn
Reactie op dit bericht
Uit onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank blijkt dat de Nederlander solidair is. Blom verwacht dan ook dat niet of nauwelijks wordt geprotesteerd. Ik deel die mening, op voorwaarde dat de solidariteitsheffing naar draagkracht wordt geheven of – wat mijn voorkeur heeft – bij degenen die voor de belastingheffing deels in de derde belastingschijf vallen (hetgeen ook bij mij het geval is). Het is echter zeer de vraag of het andere halve miljard moet worden gehaald uit de pot van ontwikkelingssamenwerking of uit krachtwijkengeld. Is dat nog solidair? Ik zie dat niet.