Alcoholbeleid
Het comazuipen onder jongeren is in korte tijd uitgegroeid tot een zorgwekkende ontwikkeling. De afgelopen twee jaar deed zich een schrikbarende stijging voor van het aantal jongeren dat op de alcoholpoli van een ziekenhuis belandt.
Ook de jaarwisseling vormde in dat opzicht weer een dieptepunt. Ernstig als deze ontwikkeling mag zijn, vormen de comazuipers slechts het topje van de ijsberg. Zij maken namelijk deel uit van een veel grotere groep ‘veeldrinkers’ waarbinnen alcoholgebruik inmiddels een serieus probleem vormt. Want Nederlandse jongeren drinken nog steeds te jong, te veel en te vaak, met alle gevolgen van dien voor hun gezondheid, hun toekomst en hun omgeving.
Om dat alcoholgebruik te verminderen is de bestaande regelgeving op rijksniveau niet meer dan een eerste beginpunt. De echte inzet – naast uiteraard die van ouders en jongeren zelf - moet komen van de betrokken instellingen en instanties op gemeentelijk niveau.
Over die inzet op gemeentelijk niveau verscheen recentelijk een rapport van Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ), een samenwerkingsverband van vijf rijksinspecties* die toezicht houden op zorg en voorzieningen voor de jeugd. In het rapport Vechten tegen de bierkaai? wordt verslag gedaan van een onderzoek in de gemeenten Enschede, Rijssen-Holten, Helmond en Gemert-Bakel.
Uit het onderzoek blijkt dat alle vier gemeenten goede initiatieven kennen om het alcoholgebruik van jongeren te verminderen. Waar het echter aan ontbreekt is een stevige regie en een goede afstemming van alle maatregelen en initiatieven. Dat kan voorlichting zijn, signalering of ondersteuning, maar ook handhaving en het bestrijden van overlast. De belangrijkste conclusie van het rapport is dan ook, dat er niet één oplossing is voor het alcoholprobleem onder jongeren. Het is juist de combinatie van (deel)oplossingen die het meeste effect sorteert.
Een aangrijpingspunt is de beschikbaarheid van alcohol. Sommige jongerencentra schenken vóór 22.00 uur geen alcohol of kennen een prijsdifferentiatie waardoor bier duurder is dan fris. Handhaving van de leeftijdsgrens van 16 jaar voor alcoholverkoop is een tweede punt. Met de invoering van de nieuwe Drank- en Horeca Wet krijgt de gemeente hiertoe meer mogelijkheden. En dat gaat dan niet alleen op voor de lokale slijter, maar juist ook voor supermarkten, horeca en sportkantines.
Voorwaarde is ook, dat er zicht komt op de groep ‘veeldrinkers’, doordat betrokken instellingen – onderwijs, GGD, verslavingszorg, jeugdzorg, politie en horeca – overmatig drankgebruik onder jongeren signaleren en gegevens over deze veeldrinkers met elkaar delen. Belangrijk blijkt verder de houding van ouders: wanneer twaalfjarigen thuis een biertje mee mogen drinken, valt aan die jongeren niet meer uit te leggen dat ze dat buitenshuis vooral niet moeten doen. Vandaar dat het noodzakelijk is om juist ook ouders bij de problematiek te betrekken en te ondersteunen via bijvoorbeeld het onderwijs of de jeugdzorg. Uit onderzoek blijkt namelijk, dat het stellen van regels door ouders wel degelijk helpt.
Voor het op elkaar afstemmen van al die maatregelen en initiatieven is er een belangrijke regierol weggelegd voor de gemeente. Allereerst binnen het gemeentelijk apparaat en vervolgens daarbuiten, met alle betrokken instellingen. Het is aan de gemeente om extra in te zetten op de handhaving van de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop en/of in overleg te gaan met supermarkten, horeca en sportverenigingen over mogelijkheden om alcoholgebruik tegen te gaan. Andere opties zijn bijvoorbeeld het stellen van strengere voorwaarden bij het evenementen- en vergunningenbeleid en het in samenwerking met onderwijs, GGD en verslavingszorg ouders betrekken bij de voorlichtings- en discussiemomenten op middelbare scholen.
In de onderzochte gemeenten zijn daartoe plannen opgesteld waarvan de uitwerking de komende twee jaar nadrukkelijk zal worden gevolgd door de vijf samenwerkende jeugdinspecties. De meest effectieve maatregelen en initiatieven zullen worden gedeeld met andere gemeenten, zodat ook daar de vermindering van alcoholgebruik onder jongeren gericht kan worden aangepakt.
Esther Deursen
Veerle Pachen
De auteurs zijn werkzaam bij ITJ, Esther Deursen als programmadirecteur en Veerle Pachen als projectleider van het hierboven besproken onderzoek.
*Inspectie Jeugdzorg, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Inspectie van het Onderwijs, Inspectie Veiligheid en Justitie, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. www.jeugdinspecties.nl
Reactie op dit bericht
Mark Slinkman
burgemeester van Rijnwaarden