of 59054 LinkedIn

Verschil in terminologie (3)

Na de eerste twee delen met aandachtspunten voor het formuleren van contracteren over zorgtaken, is dit het derde en laatste deel. De Wmo 2015 en de Jeugdzorg betreffen heel verschillende wetten. De terminologie bij de Jeugdwet is anders dan bij de Wmo 2015. De Wmo 2015 spreekt over “maatwerkvoorzieningen”, de Jeugdwet over “individuele voorzieningen”.

 

Waarschijnlijk heeft dit te maken met het afwijkende uitgangspunt van de Jeugdwet. Dit wordt door veel gemeenten uit het oog verloren. Waar soms dezelfde termen gebruikt worden, hebben die een andere strekking. De Wmo 2015 gaat uit van zelfredzaamheid en participatie van de burger. Die termen komen in de Jeugdwet ook terug, maar vormen niet het hoofduitgangspunt. Dat is ook logisch, “zelfredzaamheid” bij een volwassene heeft een andere betekenis dan bij een jeugdige. Jeugdigen hoeven immers per definitie in ieder geval voor een deel niet zelfredzaam te zijn. Om verwarring te voorkomen is het altijd goed om contractuele termen nauw bij de wettelijke begrippen aan te laten sluiten.

 

Dat geldt ook voor de flexibiliteit van wettelijke begrippen. De wet gaat ervan uit gaat dat bij AmvB of verordening nadere kwaliteitseisen kunnen worden gesteld. Het contract moet een voorziening hebben om dan mee te bewegen.

 

De decentralisatie van de taken naar de gemeenten gaat uit van de veronderstelling dat gemeenten per 1 januari 2015 hun beleid, wetgeving, personele organisatie, know how, etc. op orde hebben. Gezien de tijdsdruk is dat een veronderstelling die niet perse strookt met de werkelijkheid. Van gemeenten wordt een ongelofelijk grote inspanning gevraagd in een onzekere situatie. In de juridische literatuur is de Jeugdwet wel een “ongehoord ambitieuze wet” genoemd. Die onzekerheid moet goed in contracten worden vertaald. De contractspartners moeten onderkennen dat veel zal moeten worden geregeld en aangepakt, terwijl de situatie nog niet volledig is te overzien. De overeenkomst mag niet suggereren dat de gemeente volledig “in control” is, waar dat niet de realiteit is. Anders zal die gemeente contractueel aldus worden aangesproken. Verstandig is om contractueel te benoemen dat partijen de situatie onderkennen, dat zij zich in dat kader beide moeten inspannen voor een optimaal resultaat en elkaar daarbij ook moeten helpen.

 

De meeste contracten zijn al gesloten, maar kennen een bepaling op basis waarvan wijzigingen kunnen worden doorgevoerd en waarin expliciet tot overleg wordt uitgenodigd. Veel contracten zijn ook kortlopend juist vanwege de vele onzekerheden, alsmede de overgangsperioden die uit de wetten volgen (bepaalde zorgtaken blijven nog even onder het wettelijke regime van de AWBZ). Dit betekent dat het altijd nuttig is het bovenstaande in het achterhoofd te houden en dit zo mogelijk in het overleg met zorgaanbieders of bij het voorbereiden van nieuwe contracten mee te nemen.

 

Tot slot nog een korte opmerking over een recente discussie. Er zouden gemeenten zijn die menen dat huishoudelijke taken geen onderdeel van het takenpakket Wmo 2015 zouden zijn.

Daarover kunnen we kort zijn. De Memorie van Toelichting geeft het antwoord: “ “Het ondersteunen van een cliënt met huishoudelijke hulp kan (…) onderdeel uitmaken van een maatwerkvoorziening.”

Michael de Groot en Jurgen Vermeulen

Auteurs zijn advocaten bij Lawton in Rotterdam
Meer columns van Michael de Groot leest u hier.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.