of 58959 LinkedIn

Struisvogelpolitiek bij decentralisaties ongepast

De overheveling van taken naar gemeenten is afgerond. De gemeenten zijn nu aan zet en hebben daarbij de nodige beleidsvrijheid. Dat zich hierbij kinderziektes voordoen is begrijpelijk. En dat er niet bij elke kinderziekte van bovenaf wordt ingegrepen ook. Maar wat doen we als het geen kinderziektes zijn? Wat als de decentralisaties anders uitpakken dan bedoeld? In dat geval mogen het rijk, het kabinet en de volksvertegenwoordiging hun kop niet in het zand steken. Want het gaat hier op zijn zachtst gezegd niet om een onbelangrijk dossier. Het gaat om de gezondheid, welzijn en participatie van honderdduizenden mensen met een beperking.

Onbedoelde effecten

Zelfs de hardnekkigste tegenstander van staatsbemoeienis kan niet ontkennen dat de decentralisaties een aantal onbedoelde en ongewenste effecten hebben gehad. Te beginnen met de - voor mensen met een beperking - onbegrijpelijk grote verschillen tussen gemeenten. Voor absoluut noodzakelijke zorg, zoals begeleiding na een beroerte, betaal je met een modaal inkomen in de ene gemeente zomaar drieduizend euro per jaar meer dan elders. Daarnaast lijkt het erop dat het voorzieningenniveau in arme gemeenten - met relatief veel kwetsbare burgers - aanzienlijk slechter wordt dan in rijke. Is dit nog aanvaardbaar als artikel 1 in de Grondwet zegt: gelijke gevallen worden gelijke behandeld?

 

Een ander onwenselijk gevolg is dat burger en gemeente vaker lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Veel gemeenten hebben, mede door de opgelegde bezuinigingen, de toegang tot zorg beperkt en gesneden in voorzieningen. Het zichtbare gevolg is een toenemend aantal rechtszaken en bezwaarprocedures. Ook zijn doelgroepen uit beeld geraakt en is het vertrouwen van zorgvragers in hun overheid geschaad.

 

Tot slot is het ontbreken van deugdelijke controle op de uitvoering onwenselijk. Gemeenten hebben overal nieuwe vormen van bedrijfsvoering ingericht. Die kunnen de toets der kritiek lang niet altijd doorstaan. Het tv-programma De Monitor liet afgelopen zondag zien dat commerciële belangen van zorgaanbieders soms een twijfelachtige rol spelen bij het indiceren van (thuis)zorg. Deze belangenverstrengeling kan ontstaan omdat veel gemeenten geen onafhankelijk toezicht op de nieuwe taken geregeld hebben.


Rondgang

Bezorgd over bovenstaande effecten maakte ik een rondgang langs ministeries, uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen. Op mijn vraag naar de grenzen van de beleidsvrijheid klonk steeds hetzelfde antwoord: 'Dit is een politieke keuze, de wet biedt voldoende waarborgen, dit moet op lokaal niveau gereguleerd worden.'

 

In theorie klopt dit, maar het werkt natuurlijk alleen als zorgvragers ook echt een gelijkwaardige partij zijn op het lokale speelveld. Daar is geen sprake van. Haast geen enkele gemeente betrekt mensen met een beperking structureel bij de ontwikkeling en evaluatie van beleid. Dit zal overigens snel moeten veranderen. Want dit erbij betrekken van mensen met een beperking wordt verplicht als Nederland dit jaar het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking ratificeert.

 

Gezamenlijk fundament

En vervolgens ontkomen we er niet aan om met elkaar af te spreken wat het basisniveau aan zorg is waar mensen met een beperking op kunnen rekenen en wat daarvoor een redelijke eigen bijdrage is. Pas met een dergelijk gezamenlijk fundament kan de gemeentelijke beleidsvrijheid werkelijk tot haar recht komen. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Leo van Oudheusden (theoloog/zorgethicus) (Secr. cliëntenraad MEE West-Brabant/lid dag. bestuur WMO-adviesraad) op
De struisvogelpolitiek komt naar mijn mening o.a.voort uit het feit dat geld het uitgangspunt is en niet de mens, alhoewel het gebezigde discours anders wil doen lijken.
Eigen regie, zelfredzaamheid e.d. zijn, hoe goed naar hun eigen aard ook, in feite bezuinigingsmaatregelen. Tot zover niets nieuws.
Wij zijn vrij om de eigen regie te voeren en daarin keuzes te maken, maar dan moeten we wel - naar de criteria van de overheid - het juiste kiezen.
Vrij, jawel, maar in feite ontbreekt ons de taal om onze onvrijheid te verwoorden (vrij naar Slavoj Zizek). Aldus worden kwetsbare mensen steeds kwetsbaarder en (nog niet) kwetsbaren kwetsbaar door het systeem dat wordt opgetuigd.
Ik denk an wat de borgethicus Andreis Baart schrijft in "De Zorgval" (p. 25): "De inzet voor kwetsbare mensen moet allereerst van henzelf komen en vervolgens van mantelzorgers en naaste buren. Dan pas van professionele hulp- en zorgverleners. Zelfredzaamheid betekent niet dat iemand zelfredzaam is, maar dat er geen professional naar hem of haar omkijkt."
Er is nog veel werk aan de winkel en dus veel inzet en energie en wijsheid!
Door Debbie Molhuizen (Auteur en Coach) op
Helder stuk Illya. Wat deze tijd lastig maakt is dat juist de noodzaak tot participatie nog lang niet door iedereen begrepen wordt en dus opgepakt. Velen zijn nog onwetend op welke manier er een open en zuivere dialoog gevoerd wordt zodat in dit geval mensen met een beperking echt gehoord worden. Goed dat er aandacht is voor het creëren van een gezamenlijk fundament, zodat er een vorm van helderheid en gelijkheid ontstaat. Maar juist in deze overgangstijd is het niet ondenkbaar, dat juist deze kwetsbare groep mensen, niet gehoord wordt. Belangen en commercie kunnen in deze tijden nog steeds de boventoon voeren en de mens achter deze belangen is nog steeds niet zo ver om te zien, dat zij daarmee onrecht creëren. Sterkte met dit taaie proces!