Stel ouders onder toezicht
Een vechtscheiding brengt ernstige schade toe aan kinderen. Geen mooiere illustratie daarvan dan de SIRE reclame met getatoeëerde armen. Kinderen zijn voor de rest van hun leven letterlijk en figuurlijk getekend. Met de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer “Herziening van de maatregelen van Kinderbescherming” wordt de mogelijkheid gecreëerd om eerder in te grijpen in gezinnen waar het met de opvoeding mis dreigt te gaan. Een goede zaak.
Vroegsignalering en effectief ingrijpen, we roepen het al jaren. Straks kunnen daar handen en voeten aan worden gegeven. In vaktermen is er behoefte aan het inzetten van drangmaatregelen, het benutten van de transitie van de jeugdzorgmiddelen en het verruimen van de positie van het kind. Waarom zouden we kinderen verplicht willen laten omgaan met beide ouders als er in het huis van een van beide ouders geen rust, veiligheid, liefde en warmte is? Is dat echt beter voor de toekomst van het kind om in het nu ‘af te dwingen’ dat beide ouders het kind mogen zien, verzorgen en opvoeden?
Waarom moeten beide ouders überhaupt toestemming verlenen om een kind bijvoorbeeld naar een kiescoach te laten gaan? De ouders vechten hun onenigheid uit over de rug van kinderen. Het niet zetten van een handtekening geeft macht, verkeerde macht. Zodoende krijgen kinderen niet op tijd de juiste ondersteuning omdat een van beide ouders dat blokkeert, hulp en ondersteuning die kinderen zelf wel graag willen hebben.
Als ouders elkaar de tent uitvechten, maken ze meer kapot dan hun lief is, namelijk hun kinderen. Toch bestaat in 1 op de 3 gevallen waarin een ondertoezichtstelling wordt opgelegd een causaal verband met de (v)echtscheiding. Zo’n ondertoezichtstelling (OTS)krijgt een kind alleen maar als sprake is van een ernstige bedreiging in hun ontwikkeling.
Hebt u de setting nog in uw achterhoofd? Een vechtscheiding. Het gedrag van ouders is het probleem en niet het gedrag van kinderen. Dat deze kinderen vervolgens gedragsproblemen ontwikkelen, of zich in extreme gevallen van het leven willen beroven, was niet nodig geweest. Ik durf dat te stellen, ook al kan ik het niet bewijzen. Ik weet dat veel professionals dit ook vinden en dit niet met lede ogen blijvend willen aanzien.
Er gaan dan ook geluiden op in het veld om ouders onder toezicht te stellen. Een OTS voor ouders omdat zij hun kind ernstig in zijn ontwikkeling bedreigen. Het moment is daar. Als eerste profiteren kinderen hiervan. Dat zijn precies diegenen voor wie de wettelijke kinderbescherming ooit in het leven is geroepen. Het stoppen van vechtscheidingen is hardcore business. Zo hardcore dat ouders niet vrijblijvend van hun scheiding een ellendige bende mogen maken.
De OTS voor ouders heeft de bescherming van het kind tot doel omdat ouders verplicht ondersteund en geholpen worden. Of dat effect zal hebben? Ja, want de factor tijd is cruciaal. De tijd tussen de eerste signalen dat kinderen aan een vechtscheiding onderdoor gaan, moet het moment worden om in te grijpen. Dat is een staatsding, een publieke saeck.
Het op tijd interveniëren is van groter belang dan observeren, registreren, vrijwillige hulp aanbieden en doorverwijzen. We staan er bij en keken er naar, appelleert aan ons verantwoordelijkheidsgevoel. En dat is precies waar het hart geraakt moet worden.
De week van de Opvoeding komt er aan, een uitgelezen kans om te debatteren, te agenderen en bewustwording over de impact van vechtscheidingen te vergroten. In Breda en Oosterhout gebeurt dat. Stadsdebat: Uit elkaar, samen verder!
Reactie op dit bericht
Zelfs als hij door een Amsterdamse politicus op klachten wordt aangesproken doet Gerritsen net alsof hij van niets weet. Hij houdt zich op de vlakte en vraagt: 'Heb je concrete voorbeelden?'
Afkomstig van het prikbord van zijn facebookpagina:
Henk Bakker Ik ben al een tijdje bezig met diverse zaken wat Jeugdzorg betreft maar elke keer zeggen medewerkers van Jeugdzorg bij de rechter dat zij niks kunnen doen vanwege geldgebrek.
06 augustus om 9:25
Henk Bakker Waar iets aan moet gebeuren is de bureaucratische inslag bij Jeugdzorg wat vaak klakkeloos wordt overgenomen door de rechter zonder daadwerkelijk van de juiste feiten op de hoogte te zijn en of het allemaal wel op waarheid berust..
06 augustus om 9:26
Erik Gerritsen Heb. Je concrete voorbeelden?
06 augustus om 9:46
Henk Bakker ja hoor genoeg dossiers hoeveel wil je er hebben ?
06 augustus om 11:58
Henk Bakker misschien moeten we maar eens een bakkie doen dat ik je ff bijpraat...
06 augustus om 12:00
Erik Gerritsen Mail me de dossiers eerst even dan kan ik me inlezen Erik.Gerritsen@bjaa.nl
06 augustus om 12:07
http://onmacht.punt.nl/?id=461391&r=1&tbl_archief=1&
bron: http://ombudsman.vara.nl/Fragment-detail.8315.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=35860&cHash=5d603c4238b17b3a59c2d8819c2e4b32
Carla Veldwachter (59) is pleegouder van haar kleinkind Abygail. Maar sinds april krijgt ze daarvoor geen pleegzorgvergoeding meer, waardoor oma en kleinkind van 900 euro in de maand moeten rondkomen. Volgens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) weigert Abygails oma mee te werken aan het opstellen van een veiligheidsplan. Zij voelt zich juist onheus bejegend door Jeugdzorg na al die jaren die ze voor Abygail heeft gezorgd.
Medewerking afdwingen
Volgens De Ombudsman gebruikt Jeugdzorg de pleegzorgvergoeding als middel om de medewerking van Carla Veldwachter af te dwingen en wordt daarbij het belang van het kind over het hoofd gezien. Een standpunt dat gedeeld wordt door Peter van den Bergh, onderzoeker pleegzorg verbonden aan de Universiteit van Leiden. De Ombudsman confronteert Eric Gerritsen, bestuursvoorzitter van BJAA, met de situatie en is op zoek gegaan naar een oplossing. Jeugdzorg start weer met de pleegzorgvergoeding. Oma Veldwachter zal mee gaan werken aan de hulpverlening, die niet gericht is op veiligheid, maar op hulp bij de opvoeding van een puberende kleindochter. Carla Veldwachter wordt dus gewoon weer pleegzorgmoeder zoals zij dat al was mét de bijbehorende pleegzorgvergoeding.
13 juli 2010 Het betreft een klacht van een vrouw over fouten in dossiers op basis waarvan zij haar kinderen niet mocht zien;
http://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2010/202
Verzoekster klaagde er tevens over dat er BJAA een onjuist en vertekend beeld van haar schetste in de rapportages. De Nationale ombudsman oordeelde dat ook deze klacht gegrond was. Strijd met het vereiste van professionaliteit. Over de handelwijze van de bestuursvoorzitter van BJAA nadat de klachtencommissie uitspraak had gedaan oordeelde de Nationale ombudsman dat sprake was van schending van het redelijkheidsvereiste.
Rapport 2010/128
Datum: 20-05-2010
Samenvatting
Volledige tekst
Samenvatting
Bureau Jeugdzorg verzocht de rechter om een spoedmachtiging gesloten plaatsing voor verzoeksters dochter. Verzoekster diende bij de klachtencommissie van het Bureau Jeugdzorg een klacht in over de onderbouwing van dit verzoek. De klachtencommissie oordeelde dat het verzoek niet zorgvuldig was onderbouwd en achtte de klacht gegrond. Bureau Jeugdzorg liet haar vervolgens weten dit oordeel niet te delen, omdat de klachtencommissie geen uitspraak kon doen over de onderbouwing van een verzoek tot gesloten plaatsing. Dit kon alleen de rechter.
Verzoekster klaagde erover dat Bureau Jeugdzorg het oordeel van de klachtencommissie niet deelde en naar aanleiding van dit oordeel geen maatregelen nam.
De No overwoog dat met de motivering van Bureau Jeugdzorg echter niet inhoudelijk werd aangegeven waarom het oordeel niet werd gedeeld, maar dat de geloofwaardigheid van de klachtencommissie ter discussie werd gesteld. Dit was niet de bedoeling van de uitspraak op de klacht van Bureau Jeugdzorg en deed bovendien afbreuk aan het vertrouwen van verzoekster in de klachtprocedure. Indien Bureau Jeugdzorg van mening was dat de klachtencommissie zich over dit soort gedragingen niet behoorde uit te laten, had het dit standpunt intern met de klachtencommissie moeten bespreken. Door in plaats hiervan naar verzoekster toe de klachtencommissie in twijfel te trekken, schaadde Bureau Jeugdzorg het vertrouwen in behoorlijke klachtbehandeling.
Bureau Jeugdzorg handelde in strijd met het vereiste van rechtszekerheid. De No achtte de klacht gegrond.
No deed aanbeveling aan Bureau Jeugdzorg om uitspraak over oordeel klachtencommissie te heroverwegen.
Hyves
Facebook
Twitter
LinkedIn
http://www.nationaleombudsman.nl/rapporten/2010/128#
Bron: www.stadsregioamsterdam.nl
Rapport Gemeentelijke Ombudsman
Versterking klachtbehandeling
nodig en mogelijk
Stadsregio Amsterdam
Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam
16 december 2009
RA0945788
Samenvatting
In het kader van zijn jaarplan heeft de Gemeentelijke Ombudsman onderzoek gedaan naar de
infrastructuur van klachtbehandeling bij Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA). Het
onderzoek heeft het karakter van een quick scan en is hoofdzakelijk uitgevoerd via
dossieronderzoek en interviews met sleutelfiguren.
Het onderzoek heeft betrekking op de volgende beoordelingspunten:
- Klachtherkenning en –behandeling;
- Positie en werkwijze klachtencommissie;
- Informatieverstrekking over klachtbehandeling via website en folder;
- Interne voorlichting over klachtbehandeling;
- Terugkoppeling van klachten naar de werkvloer;
- Rapportage aan Raad van Bestuur en Raad van Toezicht.
Een voorname conclusie is dat de ruime klachtdefinitie die BJAA hanteert medewerkers
onvoldoende houvast biedt over wat zij als klacht dienen aan te merken. De status van de
informele klachtbehandeling via bemiddeling door de leidinggevende is onduidelijk. Dit betreft de
wijze van behandeling en de afwikkeling. De inschakeling van het Advies- en Klachtenbureau
Jeugdzorg is gebrekkig geregeld. Ook is het lerend effect van klachten door de geringe
verslaglegging van de informele klachtbehandeling onvoldoende. Klachten die door de
klachtencommissie worden afgedaan leiden nog niet tot een optimale verbetering van de
dienstverlening van BJAA. Een gemeenschappelijke klachtenregeling bestaat niet, waardoor
klachten die ook op zorgaanbieders betrekking hebben nu niet in samenhang worden behandeld.
De handvatten voor informatieverstrekking over klachtbehandeling, aan medewerkers en cliënten,
zijn grotendeels aanwezig maar kunnen beter worden benut.
Aan alle onderdelen van zijn onderzoek heeft de ombudsman aanbevelingen verbonden.
Rapportnummer: RA0945788
Datum : 16 december 2009
Klacht tegen Jeugdzorg Amsterdam gegrond verklaard
De Nationale Ombudsman heeft de klacht van een moeder van een cliënt tegen Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) gegrond verklaard. BJAA had haar besluiten beter moeten onderbouwen en het oordeel van haar eigen klachtencommissie niet zomaar opzij mogen schuiven.
Dit blijkt uit een recent onderzoeksrapport van de Nationale Ombudsman.
Nieuwe verblijfplaats
De vrouw diende een klacht tegen BJAA in omdat zij vindt dat zij niet juist behandeld is door BJAA en de klachtencommissie. In eerste instantie diende de vrouw een klacht in, omdat zij niet geïnformeerd was over de nieuwe verblijfplaats van haar dochter. Van deze klacht heeft zij nooit het oordeel van de klachtencommissie van BJAA gehoord, waardoor zij wederom een klacht indiende.
Onder toezicht
De dochter van de klaagster stond sinds juni 2007 onder toezicht van BJAA. De instelling besloot het meisje in de gesloten justitiële inrichting DeVerhulst in Veenhuizen te plaatsen. Tot december 2007 verbleef zij daar, totdat werd besloten dat ze overgeplaatst werd naar een open instelling voor hulpverlening aan meisjes in Amsterdam. Een wachtlijst bij deze instelling zorgde ervoor dat de dochter eerst een tijd bij haar oma ging wonen, totdat zij in de instelling terecht kon. Bij haar oma liep ze weg, hierdoor verzocht BJAA de rechter om een spoedmachtiging voor het plaatsen in een gesloten instelling.
Op 9 juli 2008 gaf de rechter deze spoedmachtiging gesloten plaatsing af voor maximaal vier weken. De moeder kreeg van BJAA toestemming om op 11 juli 2008 het meisje op te halen uit de open instelling voor een afspraak voor kindertherapie. Op deze dag liet BJAA echter aan haar weten dat haar dochter zojuist was overgeplaatst naar justitiële jeugdinrichting de Doggershoek in Den Helder voor een gesloten plaatsing. Op de zitting van 17 juli 2008 gaf de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing af voor verblijf in de open instelling De Verhulst.
Klachtencommissie
Het verzoek van BJAA om een vervolgmachtiging voor gesloten plaatsing wees de kinderrechter af. Het meisje zou in De Verhulst de behandeling kunnen krijgen die zij nodig had. Desondanks diende de vrouw een klacht in bij de klachtencommissie van BJAA. Ze vond dat BJAA slecht had onderbouwd waarom haar dochter gesloten moest worden geplaatst. De klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg stelde haar in het gelijk. Vervolgens liet BJAA echter weten dat ze zich niet kon vinden in het oordeel van de klachtencommissie. BJAA zag dus daarom ‘geen aanleiding in het treffen van maatregelen’.
Uitzonderlijke gevallen
De Nationale Ombudsman schrijft in zijn rapport dat het bureau jeugdzorg slechts in uitzonderlijke gevallen kan afwijken van het oordeel van de klachtencommissie. Als dat gebeurt moet het bureau dat gemotiveerd aan de klager meedelen. Daarin is BJAA in gebreke gebleven, vindt de Nationale Ombudsman.
De Nationale Ombudsman doet de aanbevelingdat BJAA de uitspraak van de klachtencommissie zal moeten heroverwegen met inachtneming van hetgeen dat in het rapport van de Nationale Ombudsman is opgenomen.
Klik hier om het hele rapport van de Nationale Ombudsman te lezen.
Nadia Baza
Geplaatst: 08 juni, 2010
Lezers van deze klacht: 1158
BJAA reageerd zeer naïef op klachten hier op QQLQ.
De meeste mensen hebben allang en meerdere malen geklaagd bij de instantie zelf alvorens zich tot sites als QQLQ te wenden.
Zelf heb ik de ervaring dat zowel BJAA, als het AMK en het AKJ gewoon niet reageren. En dan nu hier de vermoorde onschuld spelen?
Uit frustratie probeer ik nu zoveel mogelijk informatie, forums en mogelijke oplossingen omtrent misstanden in de jeugdzorg bij elkaar te brengen. Helaas luid mijn advies: “Neem zo snel mogelijk een advocaat in de hand!”
http://www.kinderblik.nl/php/any.php?id=1&name=zoekjijhulp
Gewenste oplossing
Waarheidsvinding en standaard juridische bijstand.