of 59045 LinkedIn

Maak de Omgevingswet gezonder

De nieuwe Omgevingswet herziet de stelsels van ruimtelijke regels en milieuregels volledig en bundelt 26 wetten voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Artikel 1.3 beschrijft de maatschappelijke doelen van de wet. Met daarin onder andere: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Maar gaat de Omgevingswet die gezonde fysieke leefomgeving ook daadwerkelijk dichterbij brengen?

De tranentrekkend mooi verwoorde doelen van de omgevingswet kun je simpel vertalen naar de dagelijkse werkelijkheid. De wet moet zorgen voor een florerende economie, het bouwen zo min mogelijk beperkingen opleggen en tegelijkertijd de gezondheid bevorderen. In de dagelijkse gemeentelijke arena levert dat nogal eens strijd op. Groen is goed voor de gezondheid, maar levert minder op dan grijs (werken) en beperkt de ruimte voor rood (wonen). In een gezonde stad wordt gelopen en gefietst en is er zo min mogelijk ruimte voor de auto. De economie kan daaronder lijden (ook al hoeft dat niet). We weten bijvoorbeeld dat brede stoepen kinderen en ouders stimuleren om naar school te lopen in plaats van de auto te pakken, maar ja…, het gevolg is dan wel minder parkeerruimten.

 

De Omgevingswet vergroot de mogelijkheden voor gemeenten om zelf te bepalen waaraan ze voorrang geven in de arena: economie, bouwen of gezondheid. Voor gezondheid is de Omgevingswet zogenaamd beleidsneutraal. Dat wil zeggen dat de huidige normen in stand blijven. Dat is overigens niet helemaal waar, want de normen voor geluid worden wat soepeler. Belangrijker is dat de normen betekenisloos zijn. Meer dan 99 procent van Nederland voldoet aan de normen voor geluid en luchtkwaliteit. Er valt nauwelijks nog gezondheidswinst te boeken door de resterende minder dan 1 procent aan de normen te laten voldoen.

In de dagelijkse praktijk gaan de meeste gemeenten niet verder dan zich houden aan de normen. Maar zijn het goede normen als we de volksgezondheid willen bevorderen? De toegenomen beleidsvrijheid die gemeenten krijgen, zullen ze meestal gebruiken om de economie en het bouwen te bevorderen en gezondheid zo min mogelijk in de weg te laten staan. Amsterdam en een aantal andere gemeenten hebben een prachtig gevoelige bestemmingenbeleid en stille zijdenbeleid. Dat houdt in dat er geen scholen bij drukke wegen worden gebouwd en dat alle woningen minimaal een stille zijde hebben. De bulk van de gemeenten in Nederland heeft zulk beleid (nog) niet.

De oplossing is simpel. Maak het gevoelige bestemmingenbeleid, stille zijdenbeleid en andere manieren om de gezondheid te bevorderen tot landelijke standaard en geef gemeenten de mogelijkheid om daarvan gemotiveerd af te wijken. Ofwel, neem de gezonde situatie tot uitgangspunt en niet, zoals nu, de ongezonde.


De Gezondheidsraad heeft onlangs geadviseerd om precies dat te doen. Gemeenten, GGD’en als je gezondheid belangrijk vindt, grijp deze unieke kans! Dit vraagt overigens lang niet altijd om ingewikkelde maatregelen. Daarover in een volgende column meer, ter motivatie van gezond gedrag.

 

Paul van der Velpen
Meer columns van Paul van der Velpen leest u hier.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.