of 59045 LinkedIn

Loslaten? Liever anders vastpakken!

Bij het doornemen van het ‘Binnenlands Bestuur’ van 27 februari 2015  viel mijn oog op het de constatering dat het ‘scheefgegroeid gelijkheidsideaal’ ertoe heeft geleid “dat publieke  voorzieningen niet meer aan mensen werden toebedeeld op basis van behoeften en vermogens, maar op basis van rechten en aanspraken.“

Daardoor hebben veel te veel mensen die voorzieningen gekregen, terwijl ze die in principe niet nodig hadden. Aldus de waarschuwing van José Manshanden, die dezelfde boodschap uiteen mocht zetten in ‘Leren innoveren in het sociaal domein’, een in december 2014 verschenen advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling.


Het gelijkheidsideaal en het ideaal van de verzorgingsstaat krijgen hiermee een fikse veeg uit de pan. Wellicht niet ten onrechte, maar deze kritiek blijft wel vrij oppervlakkig. Ook dat is geen ramp. Maar als oppervlakkige kritiek klakkeloos wordt overgenomen en de basis wordt voor oproepen aan de overheid om te stoppen met het spelen van AWBZ’tje en zoveel mogelijk los te laten… dan heb ik er toch moeite mee en lijkt het mij belangrijk enkele kanttekeningen te plaatsen bij het al te snel afschrijven van het gelijkheidsideaal en het ideaal van de verzorgingsstaat. Beide idealen zijn vertekend door de logica van de markt die we als kinderen van het neo-liberale tijdperk hebben leren zien als de enige weg, de enige waarheid en het enige leven. De werking van die vanzelfsprekend geachte logica moet beter in beeld worden gebracht. Dat gebeurt te weinig.

 

De logica van de markt vertrekt vanuit het idee dat mensen van nature gelijk zijn en dat het volstaat ze in een gelijke startpositie te zetten. Als dat gebeurt ligt de weg open naar geaccepteerde vormen van ongelijkheid. Door ijverig leren, hard werken, sparen, talenten inzetten, geboden kansen benutten, kortom, door eigen inspanningen brengen mensen namelijk ongelijkheid tot stand. Zij die meer hebben dan een ander, hebben dat zelf verdiend. Op die manier ontstaat er van nature een ongelijkheid van gelijken.  Als dat bedoeld wordt met de constatering van het ‘scheefgegroeide gelijkheidsideaal’ is een kritische noot ten aanzien van dat gelijkheidsideaal op zijn plaats, wat mij betreft. De verzorgingsstaat vertrok evenwel vanuit een ander gelijkheidsideaal, namelijk het ideaal van de gelijkheid van ongelijken. Dit model heeft als uitgangspunt dat mensen van nature ongelijk zijn. Gelijkheid ontstaat in een sociale context, bij een bepaalde maatschappelijke organisatie van produceren, distribueren en samenleven. Tussen de belangen van de samenleving en die van het individu bestaat een relatie. Centraal daarin staat het begrip  compensatie. We zouden ook kunnen zeggen: aan ieder naar behoefte, van ieder naar vermogen.


Vanuit dat ideaal heeft de verzorgingsstaat een rem gezet op de werking van de markt. Die rem op de marktwerking, die temming van de markt, is losgelaten. Dat is begonnen bij de bezuinigingsoperatie Bestek ’81, het beginpunt van de neo-liberale politiek in Nederland. Een oproep aan het adres van de overheid om nog meer los te laten, komt in dat kader vreemd over. Niet loslaten, maar anders vastpakken, zou een beter advies zijn. Niet een te veel aan overheid is oorzaak van een te omvangrijk gebruik van voorzieningen; dat is veeleer veroorzaakt door een te veel aan markt. De overheid is zich gaan opstellen als ware het een bedrijf en ze is de mensen gaan behandelen als klant. Onder de noemer de burger als klant zijn tal van nota’s geschreven waarin burgers en ambtenaren de lessen voorgeschoteld kregen die de markt dicteert. Daarmee zijn essentiële verworvenheden van de verzorgingsstaat uitgehold. Twee ervan wil ik kort noemen. Allereerst gaf de verzorgingsstaat aan de economie een menselijk gezicht: niet de winstgevendheid was leidend, maar de betrokkenheid bij menselijke waarden. Ten tweede was de verzorgingsstaat de uitdrukking van het besef dat mensen alleen in relatie tot anderen zichzelf als individu kunnen verwerkelijken. Als er al sprake is van een scheefgegroeid gelijkheidsideaal is dat vanwege een losgeslagen marktdenken en een relatieloos individubegrip.

 

Raf Janssen
Meer columns van Raf Janssen leest u hier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Angelique (bmw) op
Dank Yvonne voor compliment, maar uhh wist niet daar er behoefte was bij pvda... heb je te iets ruilen? ( grapje)
Door A.Vrijaart (bmw) op
De logica van de markt vertrekt vanuit het idee dat er naar behoefte iets te ruilen valt van ongelijk waarde. Je stelling gaat mak omdat je het verkeerde vertrekpunt neemt. De markt heeft niet minder oog voor de van nature ongelijke maar is minder geïnteresseerd in zijn ruilaanbod ! Het gelijk of ongelijk zijn van de mens is voor de markt niet relevant. ( iemand op de intensive care heeft wat te ruilen maar is op dat moment niet gelijk maar wordt wel behandeld) (coca cola kijkt niet naar je persoon maar naar je behoefte )

Dat de markt is losgeslagen is ook overtrokken. Als je de markt enkel beziet uit de hoek van consumptie ga je kort door de bocht, de markt is ook de spoorwegen echter deze markt werkt niet omdat deze op slot zit. Iedereen mag mee want we zijn gelijk? Welnee, iedereen mag mee want er is behoefte aan verplaatsen van ongelijke personen.
Door yvonne morselt (pvda-bestuurder bij waterschap) op
Mooie analyse, van waarde bij het schudden van onze ideologische veren. Dank!