Jeugdzorg en ethiek
In de serie columns die ik schrijf over manieren om handelingsverlegenheid in de jeugdzorg te doorbreken, mag aandacht voor het belang van het leren omgaan met ethische dilemma’s niet ontbreken.
Handelingsverlegenheid in de jeugdzorg wordt ondermeer veroorzaakt door het gegeven dat werkers in de jeugdzorg dag in dag uit beslissingen moeten nemen die welhaast per definitie pijn veroorzaken bij de gezinnen waar ze mee werken. Vooral als het gaat om de doelgroep waarbij sprake is van onmacht, van niet willen en/of kunnen doen wat in het belang is van de veilige ontwikkeling van het kind.
Bemoeienis vanuit de jeugdzorg met de opvoeding van kinderen is, hoe terecht ook, bijna per definitie pijnlijk voor ouders en vaak ook voor kinderen, zeker als het gaat om het toepassen van drang en dwang. Het bespreekbaar maken van kindermishandeling, hoe professioneel dat ook gebeurt, veroorzaakt pijn. Ingrijpen als ouders niet in staat zijn op eigen kracht een veilig opvoedklimaat te scheppen voor hun kinderen veroorzaakt pijn.
Jeugdzorgwerkers zijn ook gewoon mensen en het feit dat hun handelen pijn veroorzaakt in gezinnen kan, hoe onterecht ook, leiden tot schuldgevoel en daaruit voortvloeiende te grote terughoudendheid ten aanzien van doen wat nodig is om kinderen te beschermen. Het is daarom van groot belang dat voorkomen wordt dat werkers in de jeugdzorg ten onrechte overmand worden door schuldgevoel. Schuldgevoel dat zowel aanleiding kan geven tot te laat ingrijpen als tot te snel ingrijpen.
Leren omgaan met de ethische dilemma’s die inherent zijn aan het werken in de jeugdzorg kan er toe bijdragen dat professionals op een zorgvuldige en integere wijze de verschillende, vaak tegenstrijdige, belangen leren afwegen waarvan bijna altijd sprake is bij complexe jeugdzorgproblematiek. Waarbij uiteraard het belang van het kind voorop staat. Door te kiezen voor de invalshoek van het kiezen van de moreel juiste oplossing zullen jeugdzorgwerkers eerder vrede hebben met de zeer complexe emotioneel zwaar beladen beslissingen die ze moeten nemen. Het verdwijnen van het schuldgevoel zal leiden tot vergroting van de handelingsbekwaamheid om te doen wat nodig is in het belang van de veiligheid van kwetsbare kinderen.
Bij het schrijven van deze column moest ik denken aan een gesprek dat ik een tijdje geleden voerde met één van mijn gezinsmanagers over de moeilijke en pijnlijke beslissingen die zij had moeten nemen in een zaak. Ik vroeg haar of ze zich schuldig voelde. Haar antwoord maakte grote indruk op me: “Nee ik voel me niet schuldig want ik heb juist gehandeld. Ik ben wel aangedaan en verdrietig over de menselijke ellende waar ik mee ben geconfronteerd. Daar zal en wil ik nooit aan wennen. Maar ik kan leven met de beslissingen die ik heb genomen en mezelf recht in de spiegel aankijken.”
Erik Gerritsen
Voor alle columns van Erik Gerritsen, klik hier.
Reactie op dit bericht
Staaltje van de werkwijze van jeugdzorg.
I rest my case.
Het moet u toch zo langzamerhand duidelijk zijn dat bijna niemand meer gelooft dat jeugdzorg en ethiek bij u en uw jeugd"zorg"in 1 zin genoemd kan worden? Leest u niet? Hoort u niet?
"Handelingsverlegenheid"?
Mishandelingsgelegenheid!
Het verschijnen van zo'n boek is de ideale aanleiding voor media om eens wat zaken uit te zoeken, bij elkaar te brengen. Zoals de Amsterdamse rekenkamer die zegt dat het geld dat Gerritsen bij elkaar bedelde in zijn columns niet bij de kinderen is terecht gekomen. Een rondje wetenschappers die zich ergeren aan alle wetenschappelijke onjuistheden is ook leuk voor media als zo'n boek uit zou komen. Of wat te denken van een middagje googelen en alle klachten over de heer Gerritsen en zijn organisatie eens op een rijtje zetten.
Goed PR-idee, zeker doen dus! En qua voorwoord kan men denken aan een inleiding van Emile Ratelband. Ratelband en Gerritsen hebben veel gemeen: Tjakka!
Bureau Jeugdzorg heeft dan tot taak om (op verzoek of uit eigen beweging) te bezien of en zo ja welke hulp er, naar aanleiding van de zorgen die ten grondslag lagen aan een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, voor ouder(s) en/of kind(eren) nodig is. Dit houdt in dat Bureau Jeugdzorg zich ervan dient te vergewissen dat er voldoende zicht blijft op de veiligheid van het kind, wie hiervoor verantwoordelijk is en dat duidelijk is hoe er gehandeld moet worden als de veiligheid van het kind in gevaar komt. Als blijkt dat de reeds aanwezige zorg onvoldoende waarborgen voor zicht op de veiligheid van het kind biedt, moet Bureau Jeugdzorg bezien of een indicatiestelling voor jeugdzorg dan wel een verwijzing naar andere vormen van zorg aan de orde is en hierover in overleg treden met de ouder(s).
Deze verantwoordelijkheid van Bureau Jeugdzorg is niet nader uitgewerkt in protocollen of richtlijnen. De inspectie vindt dit een lacune in de werkwijze van de Bureaus Jeugdzorg en is van mening dat hier op korte termijn in voorzien dient te worden."
Vorige week woensdag heb ik u voorgesteld eens na te denken over het schrijven van een voorwoord. Voor het geval dat uw reeks columns worden gebundeld en uitgebracht.
Zie mijn reactie onder de column van vorige week: http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/opinie/ …
Omdat u op deze plaats nog niet van u hebt laten horen, vermoed ik dat mijn bericht wellicht aan uw aandacht is ontsnapt.
Wellicht heeft u ’t druk, is ’t voor u vakantietijd, of anderszins.
Kortom, hierbij een reminder op mijn voorstel. Ik zie uit naar uw spoedige reactie.
Met vriendelijke groet,
mr. J.P. (Peter) Diepenknoert
Wanneer stoppen jullie zelf met die instandhouding van zulke kinderbeschadigende idioterie. (Gardner)