of 59054 LinkedIn

Inzet vrijwilligers bij Jeugdbescherming

Onlangs ontstond er in de (sociale) media enige ophef over proeftuinen (Kind Veilig Thuis) waarin geëxperimenteerd wordt met de inzet van vrijwilligers in de jeugdbescherming. De ophef bereikte uiteraard ook de Tweede Kamer en leidde dan ook tot vragen aan staatssecretaris Dijkhoff. 

De essentie van zijn antwoord was, dat het om aanvullende inzet gaat onder eindverantwoordelijkheid van de betreffende jeugdbeschermer. Vrijwilligers worden dus niet ingezet in de plaats van professionele jeugdbeschermers. Het beeld dat door sommige critici is opgeroepen dat professionals worden vervangen door vrijwilligers met maar een paar dagen opleiding is dus feitelijk onjuist.

 

Ook al klopt de kritiek dus niet, wel ben ik blij met de steun die hiermee wordt gegeven aan het belang van inzet van hoogwaardige professionals in de jeugdbescherming. Juist vanuit de hoek van organisaties die opkomen voor ouderkracht en eigen kracht. In die zin snap ik de kritiek ook niet zo goed, want als je voor het maximaal benutten van eigen kracht en de kracht van het sociaal netwerk bent, waarom zou je dan tegen de inzet van vrijwilligers zijn?

 

Hoe dan ook, het vraagstuk aangaande de verhouding tussen beroepskrachten en vrijwilligers is belangrijk genoeg om goed te doordenken. Wat dan helpt is om de discussie niet in tegenstellingen en wij/zij termen te voeren. Het gaat niet om of/of maar om en/en. De beste jeugdbescherming wordt gerealiseerd door een vorm van co-productie tussen het gezin, vrijwilligers en beroepskrachten. Vrijwilligers zelf uitgekozen door het gezin of daarvoor speciaal geselecteerd en opgeleid door vrijwilligersorganisaties als Humanitas of de Regenboog. Vrijwilligers zijn geen hulpverleners maar kunnen binnen het gezin zorgen voor gezelligheid en rust door ondersteuning bij alledaagse dingen, naast de begeleiding vanuit de jeugdhulpverlening en jeugdbescherming. De professionele eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid van kinderen ligt bij de jeugdbeschermer.

 

Hoe goed de professional ook is, een goede vrijwilliger is soms inherent beter in staat om contact te maken op gelijkwaardige basis. Het is juist het summum van professionaliteit om dat te kunnen erkennen en om te kunnen bepalen op welk moment op welke wijze inzet van een vrijwilliger een bijdrage kan leveren aan het herstel van een veilige opvoedsituatie. Nog een stapje verder geldt dat ook voor de inzet van ervaringsdeskundigen die zichzelf met succes uit vergelijkbare problematische situaties hebben weten te ontworstelen. Natuurlijk leer je als professional om je goed in te leven en niet te veroordelen, maar authentieker dan een ervaringsdeskundige kan je natuurlijk nooit worden. Dat erkennen en ernaar handelen is het toppunt van professioneel handelen.

 

Het is dus mooi dat de pleitbezorgers voor ouderkracht en eigen kracht het opnemen voor het belang van de inzet van professionals in de jeugdbescherming. De enige juiste reactie van professionals daarop is dat ze het opnemen voor het belang van de inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen in de jeugdbescherming.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door A.Vrijaart (bmw) op
Erik, je bent de grijp met de realiteit en uitvoeringspraktijk nu al kwijt, hoe kan dat nu ? Slokt t onderwijs juk je nu al op met al haar wijsheden? Heeft de MOgroep, jeugdzorgnederland of een ander grootverdiener in jeugdzorgland je de wijsheden van de professional verteld? Als dit de toon voor de komende periode bemoei je dan s.v.p. niet meer met jeugdbescherming. Blijf prikkelen in de transformatie of zwijg. 't is echt klinklare onzin die je hier schrijft, theoretische gezwets en dat weet jij ook.
Door Stichting De Vijfde Macht (Voorzitter Stichting De Vijfde Macht) op
In de column stelt Erik Gerritsen (1e) dat Staatssecretaris Dijkhoff als vermeend juist feit stelt dat vrijwilligers slechts aanvullend werken, (2e) dat vrijwilligers geen hulpverlener zijn. De werkelijkheid, die uit bronnen van Humanitas zelf eenduidig blijkt, is echter (ad 1e) dat vrijwilligers WEL deels reeds beroepstaken van beroepskrachten overnemen, (ad 2e) vrijwilligers WEL als hulpverlener worden ingezet. En hoeveel meer dan thans reeds feit wordt dit in de naaste toekomst, gezien de budgettaire belangen? (Aangetekend zij: In Amsterdam, waar met vrijwilligers van De Regenbooggroep wordt gewerkt, schijnen beide feiten gelukkig anders te liggen.) Er is dus wel degelijk reden om te moeten spreken van wij/zij, zeker als deze keiharde feiten door Humanitas, de betrokken gemeenten, Jeugdbescherming West en andere belanghebbenden thans worden ontkend, bereidheid tot een dialoog buiten rechte ontbreekt. Gezien het vaststaande, onverantwoorde risico op veiligheidsschade bij de huidige en komende jeugdigen/ouders door voormelde werkelijkheid in multiprobleemgezinnen, waarin de veiligheid reeds in het geding is, kan Stichting De Vijfde Macht dan ook niet anders dan in rechte door te gaan, daarbij de escape van een dialoog aan 'zij' altijd open houdend.