of 59045 LinkedIn

Hoe overleven we samen de transformatie jeugdhulp?

In mijn vorige column schreef ik over de noodzaak om, nu de transitie jeugdhulp een feit is, alle ballen op de transformatie te richten. Vorig jaar april schreef ik het boek “Hoe overleef je als gemeente de transitie jeugdzorg: 55 tips voor deskundig opdrachtgeverschap”.

In de laatste maanden van 2014 voegde ik daar in verschillende columns tips 56 tot en met 62 aan toe. En ook de meeste andere columns die ik eind 2014 publiceerde kunnen gelezen worden als tips om het stelsel van jeugdhulp duurzaam te verbeteren. Alles bij elkaar dus pak weg 75 tips. Circa 2500 exemplaren zijn er inmiddels verkocht. Ik hoop van harte dat lezing heeft bijgedragen aan een goede voorbereiding op de transitie. Een transitie waarvan ik, zoals bekend, een groot voorstander ben. Een transitie ook die alleen zinvol is als die direct gevolgd wordt door een transformatie van de jeugdhulp. Een transitie die geen doel op zich mag zijn, maar alleen als noodzakelijke hefboom moet dienen voor de transformatie. Een transformatie die weliswaar hier en daar al op kleine schaal gaande is, maar tot op heden nog te weinig aandacht heeft gekregen.

 

In dit verband las ik onlangs alle tips nog eens terug. Ik kwam tot de conclusie dat ze op een enkele door de tijd achterhaalde tip na nog zeer actueel zijn. De rode draad door alle tips heen is namelijk, dat snel werk maken van de transformatie de beste manier is om de transitie te overleven en dat het om een gezamenlijke opgave gaat voor alle bij de jeugdhulp betrokken partijen. Gemeenten zijn nu primair aan zet, maar een fundamentele systeeminnovatie zoals de transformatie jeugdhulp zal alleen slagen als alle betrokkenen de schouders eronder zetten. In die zin was de titel van mijn boek gericht op de gemeenten natuurlijk niet helemaal juist gekozen. Al waren de tips zelf wel in meer of mindere mate op alle bij de jeugdhulp betrokkenen gericht en zijn die tips natuurlijk primair gericht op de ultieme vraag hoe de kwetsbare kinderen in de knel de transitie en transformatie kunnen overleven. Zodat ze blijvend veilig kunnen opgroeien tot volwaardig in de samenleving participerende burgers.

 

Tegen deze achtergrond helpt het niet om te blijven zwelgen in discussies over onvoldoende voorbereiding en tekortschietende budgetten gericht op indekken voor als het fout gaat en voorsorteren op het spel van zondebokken en zwartepieten. Dat is verspilling van (negatieve) energie die ten koste gaat van doen wat nodig is voor kinderen die in hun veilige ontwikkeling worden bedreigd. Laten we dus ophouden met het naar elkaar versturen van brandbrieven en noodkreten.

 

Alle ballen op de transformatie is dus het devies. 75 tips kunnen overweldigend overkomen en zelfs verlammend werken, maar dat hoeft niet zo te zijn. De grote hoeveelheid tips weerspiegelt de complexiteit van de opgave en de onzekerheden die daarmee onvermijdelijk gepaard gaan. We weten wat we hadden (ook al werkte dat niet zo goed), we weten niet wat we gaan krijgen (ondanks de belofte dat het beter wordt). Dat geeft velen een ongemakkelijk gevoel en leidt tot een neiging om te vervallen in simplistische schijnzekerheid gevende structuuroplossingen waarin de bestaande problemen in een nieuwe vorm zullen terugkeren. Terwijl het geheim van een succesvolle transformatie schuilt in het creatief benutten van complexiteit en het slim omgaan met onzekerheid. In dit verband kan ik het recente briefadvies van de RMO “Samen verder, verder samen: zorgen voor kinderen met complexe problemen” van harte aanbevelen 

 

Belangrijk is ook dat we gewoon erkennen dat we nog lang niet klaar zijn en dat er nog veel te overwinnen obstakels op ons pad zullen komen. Betrokkenen die dat eerlijk toegeven vind ik vertrouwenwekkender dan partijen die dat ontkennen. Gewoon samen aan de slag dus, waarbij ik hoop dat mijn tips behulpzaam kunnen zijn. Met dien verstande dat niet alle tips tegelijkertijd hoeven te worden opgepakt. Met tip 55 op het netvlies: “Neem de tips niet blind voor waar aan, toets ze kritisch bij anderen, maar probeer ze vooral ook gewoon (eerst op kleine schaal) uit”. Want hij die worstelend voorwaarts treedt mag op verlossing hopen.

 

In het kader van het verder verspreiden van het woord, in de hoop en verwachting dat er veel daden zullen volgen, bied ik mijn boek graag aan voor de speciale actieprijs van 9,99 euro en doe ik er het boek “Ken de praktijk” gratis bij (bestellen bij communicatie@jbra.nl). Bij een bestelling van 10 exemplaren of meer reken ik 4,99 euro per stuk. Ter geruststelling, ik verdien er niets mee.

Erik Gerritsen 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bert op
Door R van Klaveren: Hoe overleven we de jeugdhulp?
Als mensen zich werkelijk zorgen maken om kinderen, vragen ze zichzelf en anderen:
Hoe kunnen kinderen geestelijk of lichamelijk overleven?
Wie grijpt in als de veiligheid in het geding is?
Wie beschermt het kind tegen mensen die het goed bedoelen en willen helpen, maar zonder kennis of kunde dingen doen en roepen zonder zich af te vragen wat de gevolgen zijn van hun acties?
300.000 kinderen worden per jaar door 30.000 jeugdzorgwerkers over het algemeen goed geholpen, graag zie ik hier een pluim voor; wie heeft het hier eens over?
Mochten er fouten gemaakt worden wil ik die zeker ook voor de tuchtrechter zien om het vak nog beter te maken.