of 59045 LinkedIn

Gemankeerd leren

Ben je het eens met de stelling dat mensen 10% leren door cognitieve kennisoverdracht, 20% leren door iemand anders het voor te zien doen en 70% leren door het zelf de ervaren? Ik heb die vraag de afgelopen maanden aan honderden mensen gesteld die betrokken zijn bij de voorbereiding op de transitie jeugdzorg en elke keer weer was de reactie unaniem ja. 

Daarom durf ik wel te spreken van een sociale natuurwet. Eentje die ook gebaseerd is op een eeuwenoude wijsheid van Confucius: “Vertel het me en ik zal het vergeten, laat het me zien en ik zal het onthouden, laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken”. Kortom, je begrijpt de jeugdzorg pas echt als je die zelf diepgaand hebt ervaren.

 

Met nog 35 werkdagen te gaan op weg naar de enige echt harde deadline van 1-1-2015 is de ophef over het voor de zoveelste keer niet halen van een afgesproken deadline (1 november) zeer begrijpelijk. Natuurlijk is het ernstig dat veel gemeenten nog steeds geen contracten hebben gesloten en dat verordeningen en beleidsnota’s nog niet door B en W en/of gemeenteraad zijn vastgesteld. Maar wat veel ernstiger is, is dat met deze focus impliciet wordt verondersteld dat dit de belangrijkste mijlpalen zijn als het gaat om een goede voorbereiding op de transitie jeugdzorg. Veel belangrijker is immers nog de vraag of gemeenten voldoende hebben gedaan om de jeugdzorg te leren kennen. Pas dan kun je spreken van goed voorbereid zijn. Pas dan kun je materieel zorgcontinuïteit garanderen en voldoen aan de jeugdhulpplicht zonder dat het financieel uit de hand loopt of dat er weer wachtlijsten gaan ontstaan. Pas dan kun je garanderen dat er geen kwetsbare kinderen tussen wal en schip gaan belanden.

 

Cruciaal is dus de vraag of gemeenten de afgelopen tijd hebben geïnvesteerd in leren, in het opdoen van ervaringskennis, in het gezamenlijk met alle andere betrokken actoren uitproberen van nieuwe werkwijzen waarmee kinderen in de knel beter worden geholpen tegen minder kosten. Ik heb die vraag de afgelopen maanden op veel plekken gesteld aan vertegenwoordigers van gemeenten op bestuurlijk en ambtelijk niveau. Het antwoord was vaak simpelweg nee. Met als belangrijkste excuus dat men het nog te druk had met beleidsnota’s, verordeningen en inkoopprocedures. Wanneer ik dan vroeg hoe deze reactie te rijmen was met de unanieme overtuiging dat men alleen deskundig opdrachtgever kan zijn als er voldoende is geïnvesteerd in het opdoen van ervaringskennis, volgde meestal een pijnlijke stilte.

 

In een aantal gevallen werd met enige opluchting gewezen op proeftuinen die waren gestart. Op mijn vervolgvraag hoe het ging in die proeftuinen, werd dan vaak gemeld dat de proeftuin binnenkort geëvalueerd zou worden, vaak door een extern adviesbureau op basis van individuele interviews en een gemeenschappelijke bespreking van de conceptbevindingen. Als ik me vervolgens hardop afvroeg of zo’n aanpak nu consistent is met de wijsheid van Confucius dan werd ik vaak wat verwonderd aangekeken. Ik probeerde dan uit te leggen dat een experiment, bijvoorbeeld met een sociaal wijkteam of veilig thuis team, zonder dat er tijdens het experiment permanent feedback komt vanuit het experiment naar middenmanagement en bestuur, een vorm van gemankeerd leren is. Wachten op een formele evaluatie betekent immers dat het lang duurt voordat successen worden gevierd en dat er geen platform is waar knelpunten (systeemfouten) kunnen worden besproken en direct opgelost. Management en bestuur worden zo niet “in de actie” aan de hand van actuele casuïstiek meegenomen en leren niet mee. Ze moeten het doen met een evaluatierapport met behulp waarvan je maar 10% kunt leren. Met als zeer waarschijnlijke gevolg dat men zal kiezen voor het uitrollen van beste praktijken. Een recept voor mislukking, omdat sociale innovatie alleen met succes breder verspreid kan worden wanneer elk sociaal wijkteam of veilig thuis team de ruimte krijgt het wiel zelf opnieuw uit te vinden. Voor alle medewerkers geldt immers ook dat ze alleen zelf eigenaar worden van de gewenste transformatie als ze de vernieuwing zelf met vallen en opstaan ervaren en vormgeven. Als er wordt ingerold in plaats van uitgerold.

 

Deze door mij voorgehouden spiegel leidde meestal tot een tweede pijnlijke en ook bijna wanhopige stilte, klemgezet als men zich voelde tussen enerzijds de erkenning van hoe een goede voorbereiding op de transitie er eigenlijk uit moet zien en anderzijds het gevoelde gebrek aan ruimte om daar werk van te maken. Tegen deze achtergrond lijkt de stresstest die veel gemeenten zeggen te gaan doen in november uitkomst te bieden. Maar opnieuw lijken de gemeenten massaal in de valkuil van gemankeerd leren te lopen. Wegens vermeende tijdsdruk wordt gekozen voor eendaagse simulaties waarin de werkelijkheid dusdanig wordt vereenvoudigd dat van daadwerkelijk ervaringsleren geen sprake kan zijn. Casuïstiek wordt vereenvoudigd of erger nog, de stresstest wordt beperkt tot het met elkaar nalopen van de bedachte werkprocesschema’s. En veelal ontbreken ook de managers en de bestuurders bij die stresstest om zelf mee te leren. Die moeten het weer doen met een evaluatierapportje. Beleidslogica wordt met beleidslogica getest in plaats van met uitvoeringslogica.

 

In een eerdere column heb ik al eens geschetst hoe een echte praktijkstresstest er uit zou kunnen zien. Met nog 35 werkdagen te gaan wordt hiermee de laatste kans gemist om in november/december de ervaringskennis met elkaar op te doen die nodig is om goed voorbereid aan de start te verschijnen op 1-1-2015. Natuurlijk is een echte praktijkstresstest nog steeds beperkt, omdat slechts een aantal “hot cases” kunnen worden behandeld in de korte tijd die ons nog rest. Toch kan een gemeenschappelijke leerervaring, op zowel werkvloerniveau, managementniveau als bestuurlijk niveau, aan de hand van een poging om een aantal actuele casussen op te lossen op de op papier geplande nieuwe manier, een belangrijke bijdrage leveren aan de veerkracht die nodig is om vanaf 1-1-2015 gezamenlijk door de eerste maanden heen te komen zonder grote ongelukken. Je leert met zo’n praktijkstresstest immers niet alleen welke systeemfouten nog gerepareerde moeten worden, je leert ook hoe je samen leert. De mate waarin alle bij de transitie jeugdzorg betrokkenen beschikken over de competentie om samen te (blijven) leren zal uiteindelijk bepalend zijn voor het succes of falen van de transitie.

 

Een echte praktijkstresstest biedt de gelegenheid bij uitstek om die competentie nog dit jaar te ontwikkelen. Zoals Confucius ook aangaf:  “Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen”. Die mijl kan en moet echt nog dit jaar gelopen worden.

 
Erik Gerritsen
Meer columns van Erik Gerritsen leest u hier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jos Dings (Oud-wethouder Beemster, zelfstandig adviseur) op
Goed verhaal. Angst voor en gebrek aan kennis van de casuïstiek (Of het echte leven) gaat bestuurders, beleidsambtenaren en wijkteams opbreken. De focus op technische termen als transitie en transformatie brengen dat met zich mee. Er is dus nog heel veel te doen. Gelukkig zijn sommige harde grenzen ook zacht: het kan dus ook nog in 2015 worden geleerd.
Door Menno Oosterhoff (psychiater) op
Ik heb je wel eens enthousiaster gehoord over de transitie en de transformatie. een eendaagse stresstest minder dan twee maand is alle praktijkervaring waarmee begonnen wordt aan een van de grootste operaties qua stelsel ooit. Als de inkoop keer op keer al niet lukt , Hoe zal het dan met de uitvoering straks gaan?
Door Bert op
Uitstekende conclusie.
Stel uzelf de vraag wat u doet met een gezin waar een kind in een twijfelachtige / onveilige situatie opgroeit. Wie kan de communicatie bij dit gezin op gang brengen, wie wekt het vertrouwen bij dit gezin, wie krijgt de medewerking van het gezin om vrijwillig hulp te aanvaarden, welke hulp is er nodig, welke drang, dan wel dwang of is uithuisplaatsing een oplossing.
Veel van deze vragen kunnen beantwoord en onderbouwd worden door huidige werkers in de Toegang van de Jeugdzorg. Opnieuw het wiel uitvinden, onder het mom: hoe moeilijk kan het zijn, zal vele verkeerde beslissingen opleveren. Leer van de ervaren deskundigen, loop een ochtend of middag mee als bestuurder en neem de beslissing een keer samen met hen, dan ziet u de complexiteit en de honderden overwegingen die aan een beslissing, voor de juiste zorg, ten grondslag liggen. Een aantal bestuurders zijn werkelijk op de werkvloer meegelopen en zij zijn ervan overtuigd geraakt hoe complex de beslissing over een gezin, met zijn omgeving, is. Bestuurders, u heeft nu nog de tijd om mee te lopen en te zien wie wel of niet in staat zijn deze keuzes te maken. Veel mensen kunnen het u vertellen met mooie schema’s en laten lezen in prachtige rapporten, maar het werk uitvoeren en de beslissing nemen, is toch iets geheel anders. Dan wordt ook duidelijk dat de Toegang van de hulp een vak is en niet zomaar door iedereen uitgevoerd kan worden. Veel wijsheid en kennis gewenst bij deze keuzes.