of 59045 LinkedIn

Expertise opbouwen

De Jeugdwet, waarin geregeld is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het hulp- en zorgaanbod voor ‘hun’ kinderen, is inmiddels ruim een kwartaal in werking.  De Raad voor de Kinderbescherming gelooft in deze verandering, waarbij hulp voor kinderen die dat nodig hebben, dicht bij huis wordt georganiseerd. Tegelijkertijd moeten we, zeker in deze vroege fase van de transformatie, alert blijven. Veel organisaties en instanties hebben te maken met nieuwe materie en een veranderende rol. Ook voor gemeenten is een deel van de verantwoordelijkheid nieuw, en groot.

Op papier ziet de organisatie rondom hulp aan kinderen er goed uit. Sociale wijkteams zijn volop actief, in alle regio’s zijn de voormalige Centra voor Huiselijk Geweld en de Advies en Meldpunten Kindermishandeling omgevormd tot Veilig Thuis, waar meldingen rondom zorgelijke situaties meestal als eerste terechtkomen. Goede ontwikkelingen, maar we zijn er nog niet. Op deze nieuwe organisaties staat veel druk; er wordt flink verbouwd terwijl de winkel open moet blijven. We zien dat alle professionals hard aan het werk zijn. Maar we zien ook dat er op een aantal vlakken nog expertise opgebouwd moet worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om het op tijd melden bij de Raad voor de Kinderbescherming en het maken van een juiste risico-inschatting. Ook het schrijven van een goed veiligheidsplan voor kinderen kan nog worden verbeterd.

 

Vaak krijgen we de vraag of we de effecten van de nieuwe jeugdwet al terugzien in de cijfers. Dat blijft een lastige vraag. Landelijk zien we al een aantal jaren een dalende trend in het aantal onderzoeken rondom opvoedingsproblemen dat door de Raad is opgestart. Ook onder de nieuwe jeugdwet zet deze trend zich voort: in het eerste kwartaal zijn er ruim 3500 onderzoeken opgestart, tegen ruim4000 inhet eerste kwartaal van vorig jaar. De tussenliggende kwartalen lieten deze dalende lijn zien. De regionale verschillen echter, zijn groot. Waar in de ene regio de trend gelijk is aan de landelijke trend, laat een andere regio juist een tegengestelde ontwikkeling zien, waarbij er uitschieters naar beneden en naar boven zijn.  

 

Wat zeggen deze cijfers ons? In eerste instantie helemaal niets. De oorzaak van een lage of juist een hoge instroom bij de Raad voor de Kinderbescherming kan uiteenlopende oorzaken hebben. Worden kinderen in het voortraject al heel goed geholpen waardoor gedwongen ingrijpen niet nodig is? Of  is het juist mis, en komen de meldingen niet of laat aan bij de Raad? Om cijfers juist te kunnen interpreteren, is het van belang dat gemeenten en de raad voor de kinderbescherming op zoek gaan naar de verhalen hierachter. Pas dan krijgen deze cijfers betekenis en kunnen we met elkaar kijken wat er goed gaat en wat niet.

 

Bij een grote transformatie als deze is altijd een aanloop nodig om het nieuwe systeem weer soepel te laten verlopen. We willen daar graag samen met de gemeenten in optrekken en  meedenken over oplossingen. Afgelopen maand ontvingen alle gemeenten een bericht  van ons met diezelfde uitnodiging. Waar het gaat om de ernstige bedreiging van veiligheid van kinderen kunnen gemeenten altijd bij de Raad voor de Kinderbescherming aankloppen voor advies. Laten we met elkaar, voor uw en onze kinderen, een succes maken van de Jeugdwet.

Annette Roeters 

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.