Een open samenleving
Migratie wordt in Nederland - dat zich lange tijd een tolerante samenleving waande - hardnekkig in het perspectief van integratie geplaatst.
Dat heeft ertoe geleid dat het politieke debat over migratie gegijzeld is door de zelf benoemde woordvoerders van het maatschappelijk onbehagen. Dat is een mix van reëel ervaren sociaal-economische achterstanden, nostalgische beelden van nationale identiteit en in xenofobie gehuld ressentiment. Politiek vertaalt zich dat in een curieuze mengeling van verlichtingsidealen en klassiek zondebokdenken.
De westerse beschaving is superieur, maar de toegang ertoe moet worden beperkt: een succesvol in deze beschaving levende gymnasiaste moet terug naar de Taliban. Dat verklaart waarom we geen echt debat over migratie voeren en migratiepolitiek vooral in achterkamertjes wordt bedreven. Minister Kamp doet pogingen, maar stuit op werkgeversbelangen die ruimhartigheid eisen. We willen een kenniseconomie zijn die kennismigranten van harte welkom heet, maar in de praktijk valt dat nogal mee (of tegen, natuurlijk).
Ik geef een voorbeeld dat een schril licht werpt op onze openheid. Een van mijn Haagse MPA-cursisten is een hoogopgeleide Britse onderdaan. Ze woont al sinds 1995 in Nederland, heeft met haar Nederlandse partner twee kinderen en is sinds 2001 rijksambtenaar. Heel chique zelfs: ze werkt bij een hoog college van Staat. Ze wil onder andere Nederlandse worden omdat ze hecht aan het constitutionele principe no taxation without representation. De rode loper gaat uit, zou je zo denken. Meer modelmigrant is nauwelijks denkbaar. Helaas is ze niet getrouwd, maar heeft ze een notarieel contract. Dat is voor onze fiscale wetgeving geen enkel probleem, maar voor het staatsburgerschap is de procedure voor gehuwden veel lichter en aanzienlijk goedkoper. Inderdaad: de koopman is nog steeds icoon van onze identiteit.
Deze week heeft de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling het advies Migratiepolitiek voor een open samenleving aan minister Leers aangeboden. Uitgangspunt is dat Nederland een open samenleving wil en moet zijn. Openheid is een belangrijk kenmerk van democratie. Dat is nodig omdat het ons in staat stelt met die verschillen vreedzaam samen te leven. De rechtsstaat beschermt verschillen en daarmee openheid. Maar ook economisch is openheid van cruciaal belang. Welvaart en innovatie zijn ondenkbaar in een gesloten samenleving.
De RMO pleit daarom voor een perspectiefwisseling in de migratiepolitiek. Die moet twee grondslagen krijgen: enerzijds economisch belang en economische zelfredzaamheid, anderzijds democratie en rechtsstaat. Migranten zijn welkom als ze een bijdrage leveren aan de welvaartsgroei van Nederland en als ze zelf in hun bestaan kunnen voorzien. Migranten moeten daarom op hun individuele merites worden beoordeeld, niet op herkomst of afkomst. Dat sluit selectiviteit niet uit. Sterker nog, dat dwingt ons steeds opnieuw de voorwaarden voor toegang en verblijf scherp te formuleren. Als aan die voorwaarden niet of niet meer wordt voldaan, is strengheid gepast.
Zelfredzaamheid houdt bovendien in dat de toegang tot de voorzieningen van de verzorgingsstaat wordt gefaseerd. Rechten worden gedurende langere tijd opgebouwd en zijn ook pas na langere tijd en in ieder geval na naturalisatie verzilverbaar. Aan migranten worden geen culturele eisen gesteld. Hoe een Nederlandse voortuin moet worden aangeharkt of hoe een Nederlandse buurvrouw moet worden gefeliciteerd is geen staatszaak. In een open samenleving is er juist vrijheid van levensovertuiging en van leefwijze. Alleen de normen van democratie en rechtsstaat gelden als begrenzing, voor Nederlanders en voor migranten. Aanvaarding daarvan mag dus van migranten worden vereist.
Het sluitstuk van de migratie kan dan de verwerving van het staatsburgerschap zijn: een bekroning in de vorm van het lidmaatschap van onze politieke gemeenschap. Het gaat niet om inburgering, maar om de rechten en plichten van burgerschap. De vormgeving van dat burgerschap is in een open samenleving een zaak van vrijheid. Sterker nog: burgerschap is de ultieme verwerkelijking van de vrijheid. De vanzelfsprekende erkenning dat migranten daaraan willen deelnemen zou het uitgangspunt moeten zijn van een migratiepolitiek voor een open samenleving.
Reactie op dit bericht
Ik twijfel of deze formele definitie recht doet aan de idee burgerschap, zowel als theorie als in de beleving van mensen.