of 59142 LinkedIn

Een ogenblik geduld aub?

Sommige consequenties van nieuwe wetgeving accepteer je. Er zijn zaken die gewoon even moeten betijen. Maar geduld is niet altijd een schone zaak. Dan is snel ingrijpen juist geboden, om erger te voorkomen. Voor jeugdzorg die gemeenten afnemen van aanbieders zijn als gevolg van de transities 107.000 verschillende productcodes gedefinieerd. Daar gaan cliënten zich niet beter door voelen…

Het is logisch en belangrijk dat 393 gemeenten in transformatietijd soms verschillende keuzes maken. Dat hoeft wat mij betreft echter niet tot gevolg te hebben dat elke gemeente met een eigen codering gaat werken. Want het gevolg daarvan is dat aanbieders te maken krijgen met verschillende codes voor bijvoorbeeld ‘begeleiding’ en ‘ondersteuning’. 107.000 verschillende codes! Hoe moeilijk is het om tot een gemeenschappelijk begrippenkader te komen? Duidelijker voor de aanbieder die daardoor minder kosten hoeft te maken om te voldoen aan de vraag.

 

Laat ik voorop stellen dat alle betrokken partijen momenteel keihard aan het werk zijn om nieuwe wetten en regels zo goed mogelijk te laten landen. Ik ben dan ook de laatste die met een vingertje wil wijzen. Als we elkaar steeds de maat nemen op details, verdwijnt snel de prikkel om het beter te gaan doen. Het is dus de kunst om de diversiteit aan codes zodanig te beheersen dat de burger begrijpt wat hij krijgt, de zorgaanbieder ziet wat hij levert en de gemeente snapt waarvoor zij betaalt. Zonder dat de kosten uit de hand lopen en zonder dat de kwaliteit en de uitvoerbaarheid van de zorg daaronder lijden. Alleen al door de codes in gewone mensentaal te benoemen, kom je naar mijn inschatting al op lagere aantallen uit.

 

Aan de andere kant snap ik dat gemeenten voldoende ruimte moeten hebben om hun ‘couleur locale’ te geven aan geleverde diensten. Maar als je informatie verzamelt, kan dat toch best op een uniforme manier? Ik denk dat een platform met bindende kracht een goede denkrichting is. Een partij die als het ware de zin van de onzin kan onderscheiden. Waardoor zo snel mogelijk een aanvaardbaar aantal codes ontstaat.

 

Gemeenten zitten niet te wachten op zo’n vorm van inmenging, ik weet het. Ze maken bij voorkeur hun eigen beleid. Ik hoor het ze zeggen: uitwassen als dit zijn nu eenmaal het gevolg van de gemaakte keuzes bij de decentralisatie. Toch is het wenselijk dat er snel een vorm van sturing wordt gezet op de codering. Hoe langer we deze ontwikkeling laten voortwoekeren, hoe moeilijker het wordt om uiteindelijk de controle te behouden.

 

Het mooie is dat er eigenlijk al zo’n platform bestaat. De VNG heeft zich verbonden aan het iZA*, een initiatief van zorgaanbieders, met betrokkenheid van VWS. Maar ik begreep dat het nog veel woorden vergt om in gezamenlijkheid tot actie over te gaan. Dat afhoudende moet eraf. De initiatieven zijn er dus wel, maar het tempo is te laag.

 

Dat is zeer spijtig, want kwetsbare mensen met een serieuze vraag  zet je niet in de wacht met  ‘een ogenblik geduld aub’. Terwijl  we sleutelen aan de randvoorwaarden , wordt de werkelijke zorgvraag onvoldoende beantwoord. Meer dan 100.000 codes, dat is toch aan geen cliënt uit te leggen? Laten we, nog voordat  de volgende inkoopronde begint, al in de lente het zorg-onkruid wieden.

 

Hans Schirmbeck

 

* In het project informatievoorziening Zorgaanbieders (iZA) werken de brancheorganisaties van zorgaanbieders (ActiZ, VGN, GGZ Nederland, BTN, Federatie Opvang, Jeugdzorg Nederland) aan een gezamenlijke regie van de ICT en de consequenties voor de administratieve organisatie als gevolg van de overheveling van zorgtaken.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bert op
Ik vind hier mede een verantwoordelijkheid liggen bij het huidige kabinet. Als je verantwoordelijkheden overhevelt naar een ander, dit kan een win-win situatie zijn, creëer je toch mede de voorwaarden om te kunnen uitvoeren?
Gemeenten hebben de taken overgenomen, maar zij hebben niet het gereedschap meegekregen waar je het werk mee kan uitvoeren en ze hebben het zelf ook niet klaargelegd of bij voorbaat ingekocht. Of je nieuwe kabels moet leggen in de grond en je hebt geen schep of graafmachine meegekregen. Blijft over: alles met de hand. Zo werken nu de jeugdzorgwerkers bij de gemeenten, met hun professionaliteit, maar zonder werkwijze. Wat er moet gebeuren weten deze jeugdprofessionals wel, maar waar, wie, wanneer, en hoe daar te komen, zijn de vragen. Gemeenten zijn dit nog aan het ontwikkelen. Werken zonder gereedschap, maar wel de verantwoordelijkheid hebben voor een goede uitvoering (tuchtrecht) kan niet.
Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdzorg? De Jeugdzorgwerker die geen gereedschap heeft gekregen of de gemeente die nog niet weet wat hij eigenlijk in huis gehaald heeft, zijnde de volledige verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van alle jeugd binnen haar grenzen en dit alles nog aan het ontwikkelen is.