of 59142 LinkedIn

Doorbraak thuiszitters, deel 4

In mijn derde column over doorbraak thuiszitters vorige week concludeerde ik dat er geen wettelijke en financiële belemmeringen zijn om maatwerk te leveren in de vorm van onderwijs thuis/op afstand voor die kinderen waarvan onafhankelijk is vastgesteld dat ze simpelweg niet in staat zijn om onderwijs op school te genieten. En dat er dus blijkbaar sprake is van handelingsverlegenheid bij de betrokken instanties, met een bijzondere verantwoordelijkheid voor de schoolbesturen en gemeentebesturen om die handelingsverlegenheid te doorbreken.

In deze vierde column over thuiszitters doe ik een aantal handreikingen om die handelingsverlegenheid te doorbreken. Handreikingen die er ook toe zullen leiden dat een deel van de thuiszitters alsnog, stapje voor stapje, weer (gedeeltelijk) terug naar school kunnen.

 

Ik begin met een appel op staatssecretaris Dekker die mij uitdaagde om hem met “knelpuntcasussen” te bestoken. Ik zal hem de mij toegezonden casussen uiteraard nog doen toekomen. Maar daaruit blijkt dus dat het probleem niet in de wet- en regelgeving zit. Toch kan de staatssecretaris een belangrijke rol spelen bij het doorbreken van de handelingsverlegenheid waarin in de praktijk nog te veel sprake is. Ten eerste door mijn analyse te onderschrijven en publiekelijk uit te dragen, mede op basis van de toezeggingen die hij aan de Tweede Kamer heeft gedaan naar aanleiding van de motie Ypma en de door haar eveneens aan hem toegezonden knelpuntcasussen. Wellicht dat een ander “frame” dan de huidige benaming thuisonderwijs daarbij kan helpen. Laten we het voortaan hebben over onderwijs op afstand.

 

Ik daag de staatssecretaris uit om aan de hand van een gedetailleerde analyse van een fors aantal, geanonimiseerde, casussen te laten zien in welke situaties alsnog passend onderwijs op een school kon worden gerealiseerd en in welke gevallen dit objectief niet aan de orde kan en mag zijn. Hij kan dit doen aan de hand van de op 3 juli vorig jaar in beantwoording van Tweede Kamer vragen al openbaar gemaakte criteria ten aanzien van de zogenaamde “Miep ziek contracten”: De leerling is aantoonbaar door (psychische) ziekte niet in staat een school te bezoeken. “Alle opties ten aanzien van schoolbezoek zijn onderzocht door in eerste instantie de leerplichtambtenaar en vervolgens de onderwijsconsulent. Als de onderwijsconsulent tot de conclusie komt dat schoolbezoek voor een leerling op dat moment niet mogelijk en ook niet in zijn/haar belang is kan hij de casus voorleggen aan de inspecteur bijzondere opdrachten. Als deze na eigen onderzoek de bevindingen van de onderwijsconsulent onderschrijft, verleent de inspecteur medewerking aan school en ouders bij het maken van afspraken over tijdelijk onderwijs thuis.”

 

Op dit moment wordt er maar zeer incidenteel gebruik gemaakt van deze route. Zo’n gedetailleerde analyse op basis van concrete casuïstiek kan als inspiratie dienen ook maatwerk mogelijk te maken voor de naar schatting duizenden andere kinderen die niet in staat zijn om onderwijs op school te genieten. Voor precedentwerking en hellend vlak hoeft hij niet te vrezen als maatwerk wordt gekoppeld aan het beschikbaar zijn van een onafhankelijk professioneel oordeel over de vraag of onderwijs op school haalbaar is of niet. Daarbij kan ook nog gedacht worden aan het inschakelen van de jeugdarts. Wat mij betreft kan de beslissing over maatwerk worden overgelaten aan de schoolbesturen en hoeft de Inspectie (of een afdeling op het ministerie van OCW) er pas aan te pas te komen op het moment dat ouders, schoolbesturen en gemeentebesturen er samen niet uit komen. Dat geeft ouders ook een snellere “last resort’ optie dan de nu bestaande bureaucratische en langdradige bezwaar- en geschillenprocedures die niet in het belang zijn van de kinderen in kwestie.

De Inspectie houdt uiteraard haar toezichthoudende taak om te voorkomen dat scholen en/of ouders te makkelijk de weg van de minste weerstand kiezen. Ik daag de staatssecretaris en de Inspectie ook uit om in de beoordeling van scholen rekening te houden met het aantal “speciale” leerlingen dat ze bereid zijn voor hun verantwoordelijkheid te nemen.

 

Zo’n “last resort”-optie is nodig voor die, hopelijk incidentele, gevallen waarin echt sprake is van onwil bij school- en gemeentebesturen. Voor het overige vertrouw ik er, uitgaande van de goede intenties van de meeste school- en gemeentebesturen, op dat men op eigen kracht gezamenlijk in staat is om de bestaande handelingsverlegenheid te doorbreken. Schoolbesturen kunnen door gemeentebesturen worden geholpen om maatwerk financieel mogelijk te maken door cofinanciering vanuit het jeugdhulpbudget als scholen kunnen aantonen dat de bestaande onderwijsfinanciering tekort schiet. Ik ben er van overtuigd dat zo een groter deel van de thuiszitters alsnog passend onderwijs op school kunnen genieten en dat daarnaast de financiering van onderwijs thuis/op afstand onder begeleiding van een school betaalbaar wordt. Ik ben er ook van overtuigd dat leraren sneller bereid zullen zijn dat stapje extra te zetten voor hun kwetsbare leerlingen als ze vanuit de jeugdhulpverlening worden ontzorgd.

 

Schoolbesturen en gemeentebesturen hebben er een gezamenlijk financieel belang bij om de samenwerking te intensiveren voorbij de nu veelal nog te beleidsmatige afspraken die ze in het kader van het wettelijk verplichte “Op Overeenstemming Gerichte Overleg” hebben gemaakt. Kinderen die onnodig op het speciaal onderwijs terecht komen kosten de samenwerkingsverbanden onnodig veel geld. Kinderen die onnodig geen onderwijs genieten worden dure jeugdzorgcliënten en zullen de gemeenten ook op latere leeftijd op hoge kosten gaan jagen (werkloosheid, zorg).

Een gezamenlijke escalatietafel waarin concrete knelpuntcasussen tot een oplossing worden gebracht kan hier goede diensten vervullen. Een escalatieprocedure is de oplossing bij uitstek voor situaties waarin de eindverantwoordelijkheid voor de oplossing niet belegd is bij een instantie. Het dwingt alle betrokkenen om maximaal onorthodox naar oplossingen te zoeken. Wegkijken is veel moeilijker bij concrete casuïstiek dan bij abstracte aantallen. Niemand wil op basis van slechte argumenten op de koffie komen bij de bestuursvoorzitter, wethouder of staatssecretaris. Een escalatieprocedure zorgt voor doorzettingsmacht in situaties waarin niemand de baas is.

 

Last but certainly not least, doen school- en gemeentebesturen er verstandig aan om mee te golven op de breed aanwezige positieve energie die er onder betrokken ouders en sociale ondernemers aanwezig is om te voorzien in het onderwijs op afstand maatwerk waarin reguliere en speciale scholen niet kunnen voorzien. Dit past volledig in de filosofie van de participatiesamenleving. Door samen te werken met deze initiatieven van onderop hoeft ook niet gevreesd te worden voor gebrekkige kwaliteit. Ik ben in mijn zoektocht vele inspirerende initiatieven tegen gekomen. Denk aan www.fenikstalent.nl, www.gaafkind.nl, www.centrum2play.nl, www.ivioschool.nl, www.drijvende-ambachtsschool.nl, www.zorghoevekakelbont.nl, www.flowschool.nl, www.bijdehandscholen.nl, of de flexiklas van www.basisschooldevallei.nl.

 

Wat zou het mooi zijn als langs deze weg de nu nog bestaande mogelijkheden om ontheffing van de leerplicht of geregeld schoolbezoek te krijgen simpelweg overbodig worden voor die kinderen die in staat zijn om onderwijs te genieten. Ontheffing van de leerplicht is sowieso geen goede optie, omdat daarmee de mogelijkheid tot aanspraak op (co)financiering vanuit het onderwijsbudget vervalt.

 

Kortom, in dit beschaafde land van ons waar het huidige systeem van leerplicht en passend onderwijs voor veruit de meeste kinderen prima werkt, maar voor de meest kwetsbare kinderen ronduit contraproductief is, zijn er geen wettelijke en financiële belemmeringen voor het bieden van onderwijs op afstand voor die kinderen waarvoor onderwijs op school niet aan de orde is. De praktijk wordt echter overheerst door handelingsverlegenheid met schrijnende situaties tot gevolg. Die handelingsverlegenheid kan doorbroken worden. Wie daar niet aan mee doet is en blijft onderdeel van het probleem en is persoonlijk medeverantwoordelijk voor het laten voortbestaan van schrijnende situaties rondom kinderen in de knel, die ten onrechte geen onderwijs krijgen en daarmee hun kansen om volwaardig te participeren in de samenleving fors zien afnemen.

Blijf je onderdeel van het probleem of wordt je onderdeel van de oplossing: het woord en de daad zijn vooral aan de schoolbesturen en de wethouders jeugd- en onderwijs. Maar de staatssecretaris kan wel een handje helpen door actiever en concreter aan de hand van casuïstiek te communiceren over wat er allemaal mogelijk is met betrekking tot het bieden van maatwerk.

Erik Gerritsen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Kinderen met adhd en ass passend onderwijs en schoolmaatschappelijk werk (maatschappelijk werker) op
Wat mij elke keer zo verbaasd als ik stukken lees over passend onderwijs en de problematiek die eromheen hangt dat nergens een schoolmaatschappelijk werker genoemd wordt. Ik vraag mij af wat daarvan de reden is? Samen komen we een stuk verder dan alles binnen onderwijswereld te willen houden en oplossen. Een probleem op school is vaak ook een probleem thuis! De schoolmaatschappelijk werker kan hier verbinden en in gesprek gaan, op school met de leerkracht en achter de voordeur!
Door Belinda de Hosson (hoofd leerplicht nijmegen) op
Dag Erik,

Allereerst de beste wensen voor het nieuwe jaar.

Ik zou graag meer uitdieping zien van jouw stelling: kinderen die onnodig op het speciaal onderwijs terecht komen kosten de samenwerkingsverbanden onnodig veel geld.
Tegenargumenten die ik zie:
- Een systeem dat geen heil ziet in verandering is goedkoper af met een of twee extra plaatsingen in het SO dan het inzetten van een transformatieproces.
- De echte kosten komen voor rekening van het kind dat niet het juiste onderwijs geniet. Wetenschappelijk is ondertussen wel aangetoond dat verkeerd onderwijs onbedoeld kan leiden tot kindermishandeling (ontkenning van de werkelijke behoeften van het kind en daarmee het ware zijn, leveren grote problemen op in het zelfvertrouwen en zelfbewustzijn) met alle langdurige nadelige effecten van dien (in brede context: kind, gezin, én maatschappij, want levert vaker dan eens langdurige hersteltrajecten in de zorg op én het werkelijke talent van het kind wordt door ontbreken zelfvertrouwen niet aangeboord).

Kinderen die onnodig geen onderwijs genieten worden dure jeugdzorgcliënten en zullen de gemeenten ook op latere leeftijd op hoge kosten gaan jagen (werkloosheid, zorg)
Ik begrijp wat je wilt zeggen, maar hier is geen 1 op 1 relatie te leggen. Dit wordt vooral situationeel ingegeven, afhankelijk van het gezinssysteem en de randvoorwaardelijke omstandigheden waarin dat systeem verkeert (denk aan minder kunnen werken, coöperatieve werkgever, onderwijs op afstand enz.).

Het wordt wellicht tijd voor een veel rigoureuzere kanteling in het 19e eeuwse onderwijssysteem dat op het moment wordt geboden.
Zet MOOC's in voor het cognitieve deel, daarbij kunnen Nederlandse topdocenten in hun vakgebied gebruikt worden voor de video-educatie (veel meer computeronderwijs), dit kan volledig gedifferentieerd naar talent en ontwikkeling.
Zet gedragswetenschappers en coaches voor de klas om kinderen studie- en levensvaardigheden aan te leren en te leren toepassen.

Studie- en levensvaardigheden zorgen ervoor dat kinderen meer zelf- en omgevingsbewust worden en veel zelfverzekerder in het leven staan. Dat zijn vaardigheden die je het beste zo jong mogelijk kunt bijbrengen.

Zeker weten dat dit veel uitval én veel zorg gaat voorkomen.