of 59054 LinkedIn

Contracteren over maatwerkvoorzieningen (1)

De decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten houdt de gemoederen flink bezig. Daar is ook alle aanleiding voor. Het takenpakket van de gemeenten wordt onder forse tijdsdruk flink uitgebreid.

Voor de uitvoering zijn gemeenten deels afhankelijk van zorgaanbieders. Leidde dat destijds rond de aanbesteding van de huishoudelijke hulp nog tot veel procedures, met de Wmo en de Jeugdwet gaat de wetgever niet uit van een openbare aanbestedingsplicht. De zorg is namelijk een zogenaamde II B dienst.

 

Gemeenten hebben zich de afgelopen maanden gericht op het contracteren. Zij kiezen voor verschillende benaderingen: het opstellen van een leidraad met als bijlage een overeenkomst, of het onderhandelen met de bij de gemeente bekende zorgaanbieders over één, soms twee overeenkomsten. Doorgaans is sprake van een overeenkomst die algemene punten en de structuur voor overleg bevat en een daarop gebaseerde raamovereenkomst voor te verstrekken dienstverleningsopdrachten in de zorg. Sommige gemeenten stellen de onderhandelingen en de toetreding tot de overeenkomsten open voor elke zorgaanbieder die kwalificeert. Sommige alleen voor hun bekende zorgaanbieders.

Veel gemeenten worstelen in de praktijk met de wijze van opdrachtverlening. En terecht. Op gemeenten komt een zware verantwoordelijkheid te rusten. Maar het mag niet leiden tot overeenkomsten die verantwoordelijkheid onvoldoende doorvertalen naar de zorgaanbieders. Zorgaanbieders zullen terughoudend zijn te zware verplichtingen te accepteren, hetgeen begrijpelijk is. De realiteit is echter dat gemeenten in hoge mate van hen afhankelijk zullen zijn voor de zware taak die de wetgever gemeenten heeft toegedacht.

 

Wat moeten gemeenten regelen? Veel verplichtingen blijken direct uit de omvangrijke wetteksten. Daarbij dient gelijk te worden opgemerkt dat die niet altijd duidelijk zijn. Voor het begrijpen van de verschillende wetten is het naslaan van de wettekst onvoldoende. De Memorie van Toelichting is voor veel onderdelen nodig om een goed inzicht te verkrijgen. Maar dat is geen sinecure. Die van de Wmo 2015 telt bijvoorbeeld 205, die van de Jeugdwet 219 bladzijden.

 

Opvallend in veel overeenkomsten (gemeenten gebruiken vaak dezelfde basisdocumenten of bepalingen) is dat er moeite bestaat bij het vertalen van de wettelijke structuur naar de concrete situatie. Dat is ook begrijpelijk, de verplichtingen van vooral de Wmo 2015 en de Jeugdwet beslaan een breed vlak van zorgtaken. Het uitgangspunt is dat directe hulpverstrekking zoveel mogelijk moet worden voorkomen. In beleidstermen: het “in de eigen kracht zetten”. In termen van de Wmo 2015 heet het dat bewoners “zelfredzaam” moeten zijn. Voorts dat zij moeten kunnen deelnemen aan de maatschappij, oftewel moeten kunnen “participeren”. Daarnaast dat hulp “dicht bij” de zorgbehoevenden moet worden geboden. Feitelijk komt dat er op neer dat het kabinetstandpunt voor zover dat uit gaat van een grotere verantwoordelijkheid van de samenleving en dus van een mindere taak van de overheid, ook hier vertaald wordt in wetgeving. Vooral in het kader van de Wmo 2015 moeten gemeenten zich dus primair de vraag stellen óf er wel zorg geboden moet worden, vervolgens of dat door middel van algemene maatregelen kan (“algemene voorzieningen”) waarbij het van belang is zoveel mogelijk de eigen omgeving van de zorgbehoevenden in te schakelen (door middel van bijvoorbeeld mantelzorgers en vrijwilligers). Pas in laatste instantie wordt nagedacht over het leveren van “maatwerk”. Dat betreft dan het deel dat aan zorgaanbieders zal worden opgedragen: de “maatwerkvoorzieningen”.

 

Deze context moet niet alleen goed in het achterhoofd worden gehouden bij het contracteren over maatwerkvoorzieningen, maar ook bij het formuleren van de tekst, om bijvoorbeeld onterechte aanspraken van zorgaanbieders te voorkomen. Met de juiste zorg, kunnen de overeenkomsten ook de gemeente zo “ontzorgen”.
 

In het volgende deel van dit artikel zullen nog enige aspecten worden genoemd die belangrijk zijn bij contracteren over de Wmo 2015 en Jeugdwet.

 

Michael de Groot en Jurgen Vermeulen

Auteurs zijn advocaten bij Lawton in Rotterdam

Meer columns van Michael de Groot leest u hier.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.