Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

UITVERKOCHT!, Jeugdzorg en de media

Erik Gerritsen
Afgelopen woensdag 10 februari bezocht ik het debat “Klem in de jeugdzorg” in de Rode Hoed naar aanleiding van de NCRV documentaire “Document Klem” die de maandag daarvoor was uitgezonden. Gelukkig had ik van te voren al een kaartje gekocht want het debat bleek uitverkocht. Nu is 'de Jeugdzorg' al jaren zeer regelmatig (vooral negatief) in het nieuws maar de laatste tijd lijken de publiciteitsgolven extra hoog. Ik weet niet precies waar dat aan ligt en wellicht is het toeval of een kwestie van eb en vloed, maar het is voor mij wel aanleiding om eens wat nader stil te staan bij het onderwerp Jeugdzorg en de media.
Ik denk dat we gerust kunnen stellen dat 'de jeugdzorg' het slechtste imago heeft van de hele publieke sector en dat in het algemeen de Bureaus Jeugdzorg als de verpersoonlijking van dat slechte imago worden gezien. Dit laatste is opvallend omdat veel van de negatieve berichtgeving – even afgezien of die terecht is of niet – gaat over problemen bij collega jeugdzorginstellingen zoals bijvoorbeeld de zorginstellingen (wachtlijsten, te weinig controle op plaatsingen in het buitenland, sex tussen jongeren door te weinig toezicht), de Raad voor de Kinderbescherming (aanvraag voor ondertoezichtsstelling of uithuisplaatsing), de Kinderrechter (beslissing tot OTS of UHP), het ministerie voor Jeugd en Gezin (te weinig plekken voor civielrechtelijke gesloten jeugdzorg met behandelplek waardoor kinderen in een justitiële jeugdinrichting moeten verblijven) of het lokale gemeentelijke voorveld (dat onvoldoende vroegtijdig signaleert en intervenieert of geen woning beschikbaar heeft voor een op straat gezette moeder met kinderen). De blijkbare behoefte in de media aan simplificeren zorgt er voor dat veelal alle publicitaire ballen op de Bureaus Jeugdzorg worden gespeeld.

 

In de 25 jaar dat ik nu in de publieke sector werk ben ik min of meer gewend geraakt aan de vaak terechte maar nog vaker éénzijdig kritische berichtgeving in de media. Goed nieuws verkoopt nu éénmaal minder goed dan schandalen, affaires en vooral familiedrama’s. Dit mechanisme wordt zeker niet alleen aangedreven vanuit de media zelf. De “acteurs” op het publieke toneel doen hier vaak net zo hard aan mee. Daarbij komt dat de toenemende inzet van “spindocters” nog eens een extra (zelf) versterkend effect heeft op de wetten van de mediacratie. Maar met “alle begrip” voor hoe de media “nu éénmaal” werken verbaas ik mij toch over de relatief mijns inziens extreem negatieve heftigheid waarmee Bureaus Jeugdzorg in de media worden bejegend. Als er iemand vermoord wordt krijgt de politie niet de schuld. Als iemand niet kan afkicken van zijn verslaving wordt dit niet verweten aan de Jellinek. Maar als een kind wordt mishandeld dan heeft Bureau Jeugdzorg het (bijna) altijd gedaan.

 

De vraag die mij bezighoudt is waarom medewerkers van bureau jeugdzorg niet dezelfde heldenstatus hebben als bijvoorbeeld brandweerlieden? Ze doen vergelijkbaar heftig en moeilijk werk en in die gevallen waarin de reddingspogingen mislukken wordt dat de brandweer niet maar de BJZ’s wel aangerekend. Ik vermoed dat dit te maken heeft met de grote emoties die gepaard gaan met het werk in de jeugdzorg. Het gaat om kwetsbare kinderen en het gaat om ouders die te horen krijgen dat ze niet in staat zijn om zelfstandig goed voor hun kinderen te zorgen. Het gaat ook om diep ingrijpende dilemma’s waarin je het bijna per definitie niet goed kan doen. Een uithuisplaatsing hoe noodzakelijk ook is tevens traumatiserend voor kinderen (en ouders). Jeugdzorg is geen exacte wetenschap. Het gaat om het zo goed mogelijk maken van inschattingen met een inherente foutkans. Het zekere voor het onzekere nemen betekent een risico op te snel ingrijpen. Alles op alles zetten om een OTS of UHP te voorkomen betekent het risico nemen dat het toch misgaat.

 

De vraag is vervolgens wat we met deze constateringen aan moeten? Is het een natuurverschijnsel waar we maar mee moeten leren leven of moeten we er iets aan proberen te doen? In dit verband is het van belang om te onderkennen dat ik voor het eerst in 25 jaar werken in de publieke sector mee maak dat het hebben van een (ten onrechte éénzijdig) slecht imago een grote eigenstandige belemmering vormt om het werk goed te doen. Medewerkers van Bureau Jeugdzorg worden naar aanleiding van kritische berichtgeving in de media geconfronteerd met cliënten die al op voorhand weinig op hebben met Bureaus Jeugdzorg (“als je bij Bureau Jeugdzorg komt dan wordt je uit huisgeplaatst”, “waarom zou ik mee werken met zo’n stelletje knoeiers”), met ouders en advocaten die menen zich extra kritisch en vaak agressief of op zijn minst zorgmijdend te kunnen opstellen (een moeder voegde een gezinsvoogd daags na de uitzending van 'DAS je goed recht' toe dat ze nu “zeker lekker ging winkelen in de baas zijn tijd”) en zelfs met netwerkpartners die ze minder serieus nemen of zelfs vijandig behandelen (ter discussie stellen van oordelen van medewerkers BJZ omdat men van te voren de kwaliteit ervan al wantrouwt). Dit maakt het toch al moeilijke werk nog eens extra lastig waardoor het niet altijd even gemakkelijk is om de moed er in te houden. Dat leidt dan weer tot een hogere werklast, hoog ziekteverzuim en hoog personeelsverloop, waardoor sprake is van zichzelf waarmakende voorspellingen.

 

Het feit dat het slechte imago bijna letterlijk naar binnen slaat is mijns inziens reden genoeg om er iets aan te doen om een uitverkoop van de jeugdzorg te voorkomen. De vraag is vervolgens wat dan? Natuurlijk is en blijft het vooraleerst van belang dat de jeugdzorg nog beter gaat functioneren. Dat dat kan en moet heb ik hopelijk duidelijk gemaakt in vorige weblogs. Maar gezien het stevig belemmerende effect van het imago an sich op alle pogingen om het beter te doen is dat niet genoeg.


De jeugdzorg moet mijns inziens meer gaan terugpraten. Dat begint bij het aannemen van een minder defensieve houding. Vaak wordt niet teruggepraat uit angst dat dan vervolgens de pers ook op het spoor komt van de altijd ook aanwezige vuile was. Geloofwaardig terugpraten begint mijns inziens met het zelf openhartig zijn over de dingen die niet goed gaan. Met het eerlijk toegeven van fouten en daaruit publiekelijk lering trekken. Best lastig in een klimaat waarin het maken van fouten wordt afgestraft en het toegeven van die fouten soms wordt misbruikt voor de volgende media hype.

 

En toch ben ik er van overtuigd dat eerlijk zijn het langst duurt. Dat terugpraten moet niet gebeuren in de vorm van “spinning”, maar vooral door zich openhartig op te stellen voor iedere journalist die geïnteresseerd is in wat er echt in de jeugdzorg speelt. Die journalisten zullen zonder enige twijfel van alles tegenkomen wat er niet goed gaat, maar dat moeten we gewoon op de koop toenemen. Sterker nog laat ze er vooral over schrijven zodat we er wat aan kunnen doen. Maar ik ben er van overtuigd dat diezelfde journalisten ook onder de indruk zullen raken van de taaiheid en weerbarstigheid van de complexe doelgroep waar de Bureaus Jeugdzorg mee te maken hebben. Dat het soms al een topprestatie is om problemen te beheersen zonder ze echt op te lossen. En dat ze vele helden tegenkomen, gezinsvoogden die wel degelijk verschil maken voor kwetsbare kinderen. Lees het boek “Een moeilijke jeugd” van Loes de Fauwe en Anita Leeser er nog maar eens op na.

 

Ik ben er van overtuigd dat als bestuurders van jeugdzorginstellingen nog meer dan we nu al doen journalisten in gesprek laten gaan met onze professionals, dat ze onder de indruk zullen raken van het vele goede werk dat er op de werkvloer wordt verricht. Tegelijkertijd moeten bestuurders het terugpraten niet alleen aan hun professionals en de vrije nieuwsgaring overlaten. Éénzijdige of apert feitelijk onjuiste berichtgeving moet worden rechtgezet. Elke keer weer. Zo schreven de collega bestuurders van de Bureaus Jeugdzorg Gelderland en Overijssel onlangs een mooie ingezonden brief ter correctie op apart onjuiste berichtgeving in de Stentor waarin in een tweepagina groot artikel iemand aan het woord wordt gelaten die de jeugdzorg een gesubsidieerde seriemoordenaar mag noemen en beweert dat de BJZ’s “koppengeld” ontvangen voor uithuisplaatsingen. Opvallend dat een zichzelf serieus noemende krant dit soort artikelen sowieso brengt en dan past maar één ding: zakelijk terugpraten. Ik heb de ingezonden brief hier bijgevoegd.

 

Een groot dilemma bij dat terugpraten treedt op wanneer individuele cliënten zelf de publiciteit kiezen. De algemene gedragslijn in de jeugdzorg is dan veelal dat wij in verband met de privacy van de betrokkenen geen uitspraken willen doen over individuele casuïstiek. Het beschermen van die privacy is uiteraard een groot goed, maar het gevolg is wel dat allerlei beschuldigingen onweersproken blijven waarmee het slechte imago van de jeugdzorg steeds weer wordt herbevestigd. Natuurlijk wordt in dit soort situaties gewezen op het feit dat er niet zo maar wordt ingegrepen, dat ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen aan zeer veel checks and balances onderhevig zijn (Raad voor de Kinderbescherming en kinderrechter), dat cliënten vele mogelijkheden hebben tot het indienen van klachten en dat het merendeel van die klachten (die gering in aantal zijn) door onafhankelijke klachtencommissies of ombudsmannen worden afgewezen (en de meeste toegewezen klachten zijn bejegeningsklachten). De reactie hierop is vervolgens vaak weer dat de RvdK en de kinderrechter slechts marginaal toetsen en dus onvoldoende tegenwicht bieden aan het “machtige” Bureau Jeugdzorg en dat de meeste cliënten niet eens durven te klagen uit angst voor “vergelding” van diezelfde Bureaus Jeugdzorg.

 

In dit publicitaire geweld is de enige manier om nog enigszins effectief terug te praten het voor zichzelf laten spreken van de feiten in de betreffende casuïstiek. Zonder nu zelf op individuele gevallen in te gaan moet men maar even van mij aannemen dat cliënten waar echt behoorlijk wat mee aan de hand is er heel goed in kunnen slagen om een geloofwaardig verhaal in de pers neer te zetten. Niemand hoeft wat mij betreft te twijfelen aan de oprechte wens van de meeste ouders om het beste voor hun kinderen te willen. Die authentieke liefde van ouders voor hun kinderen laat zich over het algemeen goed in beeld brengen ook door ouders die toch echt onmachtig zijn om goed voor hun eigen kinderen te zorgen.

 

De vraag kan gesteld worden of het belang van meer evenwichtige berichtgeving over bijvoorbeeld de Bureaus Jeugdzorg niet groter is dan het in alle gevallen volledig waarborgen van de privacy van cliënten. Een spannend voorbeeld waarin de grenzen worden opgezocht is bijgaand persbericht van Bureau Jeugdzorg Flevoland naar aanleiding van de al genoemde NCRV documentaire “Document Klem”. In de documentaire zelf viel al op dat alleen de familie zelf en de advocaat in beeld werden gebracht en niet instanties als de RvdK en Bureau Jeugdzorg (al was het voor de aandachtige kijker wel duidelijk dat er meer aan de hand was in dit gezin). Volgens de documentairemaker omdat jeugdzorg niet mee wilde werken. Volgens jeugdzorg omdat men onvoldoende zeggenschap kreeg over de wijze waarop een bijdrage aan de documentaire verwerkt (“geknipt”) zou worden. Uit het persbericht van Bureau Jeugdzorg Flevoland blijkt dat er in ieder geval ook een ander verhaal te vertellen is.

 

Toch blijft deze vorm van terugpraten lastig. Er is namelijk niet alleen sprake van privacy aspecten. Ik weet van een aantal gevallen waarbij het ingaan op individuele casuïstiek zou hebben geleid tot een publicitaire dynamiek die waarschijnlijk zeer schadelijk zou zijn geweest voor het bedreigde kind. En dan bereik je toch een grens als Bureau Jeugdzorg. Daar staat weer tegenover dat het geven van éénzijdige publiciteit aan feitelijk onmachtige ouders of moeilijk handelbare kinderen ook een negatief effect kan hebben op de veilige ontwikkeling van kinderen door het “VIP-status-effect”. Dat is het geval wanneer ouders of kinderen met die publiciteit bevestigd worden in of zelfs gestimuleerd worden tot zorgmijdend gedrag. Moet je dan wachten totdat het vanzelf wel weer een keer fout gaat en dan direct uit huisplaatsen of kan publicitair tegengas op casusniveau fungeren als extra “interventie” gericht op het weer op orde brengen van het disfunctionele gezinssysteem?

 

Hier spelen uitermate lastige afwegingen die met de grootste prudentie gemaakt moeten worden. En als het gaat om het belang van een beter imago voor jeugdzorg of het belang van het in hun veilige ontwikkeling bedreigde kinderen dan moet het laatste belang altijd zwaarder wegen. Maar wat te doen wanneer die belangen veel minder met elkaar in strijd zijn? Dan zullen we mijns inziens de grenzen van het op casuïstiekniveau terugpraten moeten gaan verkennen.

 

Dit laat onverlet dat het nog altijd het beste is voor alle partijen als gewerkt kan worden aan het oplossen van complexe gezinsproblematiek buiten de publiciteit. Een manier om dit te bevorderen is door journalisten die op het spoor zijn van een spannend verhaal onder geheimhouding het hele verhaal te vertellen en het aan de integriteit van de journalist over te laten of en zo ja hoe het verhaal in de publiciteit wordt gebracht met inachtneming van de privacy van betrokkenen uiteraard. De vraag is of de huidige privacyregelgeving deze ruimte biedt. Maar het is de moeite van het verkennen waard.

 

Het is kortom in het belang van het voorkomen van de uitverkoop van de Bureaus Jeugdzorg en daarmee de uitverkoop van de bescherming van in hun veiligheid bedreigde kinderen, dat er meer wordt teruggepraat op openhartige, zelfkritische, feitelijke, zakelijke en vooral ook prudente wijze. Laten we gezamenlijk de grenzen van het maximaal toelaatbare verkennen in het belang van een meer realistisch en evenwichtig imago van de Bureaus Jeugdzorg en daarmee in het belang van een beter functionerende jeugdzorg en een betere bescherming van de veiligheid van kwetsbare kinderen.

 

Erik Gerritsen

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door mw van hoeven gevaerts  (oma en pleegmoeder) op
Ik ben oma en pleegmoeder v.a. 2007.








Prima voogd met inzicht,is gestopt worden er voogden op je losgelaten met de mededeling wij gaan het anders doen-de problematiek die de vorige voogd onder controle had bestaat niet meer-info uit rapportage niet nodig dit is geweest alles word van de tafel geveegd en ik erbij-ondanks herhaaldelijk mijn zorgen te uiten over mijn kleindochter met een verstandelijke beperking en woonachtig binnen een behandel groep en de problemen word je van de tafel geveegd-2010 binnen de behandelgroep blijk mijn kleindochter die daar veilig zou zijn s,avonds laat jongens van buiten af naar binnen te kunnen laten en op zolder waar zij door plaats gebrek haar bed had staan niemand wist wat zich daar afspeelde tot het uitkwam-overgeplaatst naar een dependance in dezelfde plaats-weer niet in de gaten dat zij tussen pauze,s van school of stageplek mijn kleindochter geen zuivere kontakten had totdat?? wil dit even niet melden-politie aangifte gedaan naar de volwassen dader,ondanks alle waarschuwingen van deze allerte oma-raad....? van de tafel geveegd-goh nu blijk mijn kleindochter is op korte termijn voor de kerst overgeplaatst naar een gesloten instelling op eigen verzoek vlak voor de kerst,raad eens.....?mijn voorspelling en die van mijn zoon zijn uitgekomen maar weer met een natte vinger genomen-het loverboy circuit-en dat alles door het besluit wij gaan het anders doen-gelukkig heb ik een fijne pleegzorgwerker die ik achter mij heb staan-onlangs heb de kinderrechter laten weten dat oma niet gehoord word en er binnen de stichting iets aan gedaan moet worden-ik trek naar iedereen mijn mond open dit is nodig en gaat ook nu met de laatste ontwikkelingen aan de slag-er is niet altijd een excuus-let wel je heb het over kindren en hun toekomst die al beschadigd zijn dus geen excuus naar slordig werkende voogden die door blijven beschadigen-maar het systeem komt wel van uit de organisatie-dus aanpakken die handel.








OH ja die ervaring heb ik ook-het verleden is geweest-ja maar niet voor de kids wil je het verleden niet weten weet je ook niet wat het kind nodig heb.








Door J.B.Scheenloop  (Oma) op
Jeugdzorg vertikt om naar verleden kijken, zouden ze dat wel doen, zouden mijn kleinkinderen niet zoveel hebben mee gemaakt.
Al meer dan 7 jaar geleden, maakte wij al melding, dat het niet goed ging in het gezin.
Ik heb het hier over mishandeling en seksueelmisbruik.
Mijn kleindochter zit al meer dan 2 jaar in een plaatsvervangend gezinshuis.
Al in de 1e week in de crisis opvang, wist Jeugdzorg al dat het kind de waarheid sprak, en 2 jaar daarvoor ook al.
De misbruiker van het seksueelmisbruik is niet de vader.
Desondanks houd Jeugdzorg mijn kleindochter, nu al meer dan 2 jaar onder OTS.
In die meer dan 2 jaar, dat zij nu uit huis is ( bij haar moeder, waar alles plaats vond ) kwam zij ook nog eens in aanraking met misbruik in het plaats vervangend huis.
Jeugdzorg pikt die beschuldiging niet van vader.
Het is zelfs niet 1 keer gebeurt, maar jaaaaa zelfs 3 keer.
Hoe is dat mogelijk, bij 1 keer thuis, word je kind met geweld uit huis geplaatst.
Maar bij Jeugdzorg blijft het kind zitten.
Ouders worden opgepakt enz enz, en Jeugdzorg, ja daar gebeurt natuurlijk niets mee, en dat terwijl zij net als ouders, een zorgplicht hebben.
Ze komen met smoes op smoesen, om haar niet naar de vader te laten gaan.
Vader is gezaghebbende ouder, waar aan voorbij gelopen word.
Smoes op smoes, zoals vader en stiefmoeder eens ruzie hebben gehad.
Ja dat klopt, de kinderen waren boven, en hebben dat gehoord.
Kom nou zeg, moet je een hotelkamer nemen, om een meningverschil uit te vechten, omdat kinderen dat niet mogen horen dat je ruzie heb.
Iedereen heeft wel eens ruzie,ook kinderen.
En wat stiefmoeder heeft mee gemaakt in het verleden ( seksueelmisbruik ) en mishandeldt door haar ex-man, is ook een drog reden.
Wie heeft er geen rugzakje ??????.
Als kinderen niet op gevoed kunnen worden, door ouders met een rugzakje, dan word er geen kind meer bij biologische ouders groot gebracht.
Een groot deel, heeft te maken gehad met misbruik, maar niet iedereen praat daar over, kijk maar eens naar de kerk.
Ik vermoed, en dat weet ik uit ervaring van mijn eigen werk, dat vele voogden bij Jeugdzorg, vermoedelijk zelf slachtoffer zijn geweest van, mishandeling en/of seksueelmisbruik.

Jeugdzorg verzint problemen en klachten, ze vervalsen rapporten enz enz..
Als er aan aangiftens van buiterstaanders aandacht werd besteed, zouden de juiste kinderen geholpen kunnen worden.
Jeugdzorg gijzelt meer dan 2 jaar mijn kleindochter.
Onnodig, vader is geen dader, maar word net als zijn dochter, en grootouders gestraft.
Jeugdzorg krijgt ook altijd van de rechter waar ze om vragen OTS en VTOS
De rechter leest immers alleen het voorblad waar staat !!!! Jeugdzorg adviseert.

Mevr Scheenloop

Door francis  (moeder) op
zoals al in mijn eerdere reactie het zwarte pieten is weer aan de gang en blijft aan de gang zolang de jeugdzorg zo bezig blijf t niet reageren op een klacht die op de juiste manier is ingedient zolang ze zich niet aan hun geheimhoudings plicht houden en je vals van dingen beschuldigen en liegen al doen ze dit volgens hun nooit en maken ze nooit fouten het lijkt wel of of ze heilig veklaart zijn en onschend baar vind het dan ook jammer dat ik nog geen reactie hier op heb gehad.zelfs niet van de oprichter van deze site feed beck is wel gewenst anders heeft het toch geen zin om reacties te plaatsen
Door francis montfoort  (ouder) op

de zwarte piet toe delen ik kan uit eigen ervaring spreken van de vele fouten nu en in verleden zijn gemaakt door de jeugdzorg en dat er van hun uit vaak niet aan afspraken wordt gehouden in mijn en het leven van mijn dochtertje is nu 3 jaar weg gegooid wat nooit meer terug te draaien is en zelfs al geven ze hun eigen fouten toe veranderd er niks je krijgt een sorry die nergens opslaat want er is niks van gemeend en als je er ergen sorry voor zegt wil je wat er fout gaat ook veranderen lijkt me kan iedereen die iemand de ander tegen de scheen aan schopt sorry zeggen en dan is die schop nooit uit gedeeld ik zeg sorry als ik ook mijn fout kan veranderen of zorg er voor dat het niet meer voorkomt.maar een sorry van de jeugdzorg is een sorry die niet gemeend is.spreek eens met ouders en kinderen die dit mee maken en zeg dan nog eens dat jeugdzorg de zwarte piet toegewezen krijgt voor mij is de jeugdzorg niks anders dan de zwart piet die helaas niet naar spanje toe gaat.en als ze eens minder fouten maken zou het zwarte pieten ook niet aan de orde zijn.
Door Erik Gerritsen  (auteur van deze blog) op
Ik heb de heer Konijnenburg aangeboden om me te verdiepen in zijn casus als het een casus betreft die onder mijn verantwoordelijkheid valt danwel zijn casus persoonlijk onder de aandacht te brengen van mijn collega bestuurder BJZ die anders verantwoordelijk is
Door jackie  (jeugdwerker(nietactief)/moeder) op
Ik ben zelf opgeleid als jeudwerker en ondervond met een zoon van mij wat problemen.
Door dat feir ben ik zelf hulp gaan vragen of mijn kinderen hulp konden krijgen.
De hulp die ik gevraagt heb was een emdr training,
een spel therapie, en een koppgroep.
Nu vijf jaar later en een uithuisplaatsing later hebben mijn kinderen hulp,
Maar niet dankzij jeugdzorg!
Iedereen vind jeugdzorg zo goed, maar door meineed te plegen,
Te liegen en bedriegen hebben ze mijn kinderen uit huis kunnen krijgen.
/elukkig heb ik het triversum, ggz en een medewerker
Van parlan die achter mijn staan.
Aan mijn verhaal zit nog een hele lange staart en wat mijn betreft is jeugdzorg
Zijn interegriteit en doel uit ogen verloren.
Door Bregje Arts  (student Maatschappelijk Werk en Dienstverlening) op
Bureau Jeugdzorg Brabant is al bezig om zich beter te profileren. Zij hebben vorig jaar een uitzending laten maken door Premtime om te laten zien hoe het werk van een gezinsvoogd er uitziet, en waar zij allemaal tegen aan lopen.
Zie onderstaande link voor de uitzending:

http://www.uitzendinggemist.nl/index.php/aflevering?aflID=8390237&md5=d7b8b92eca8e8da97d229d82af8a62ca
Door Edwin Lauxen  (beleidsmedewerker en verzetsstrijder.) op
Ik pleit ervoor om het jeugdzorgbeleid onder het strafrecht te vallen, dus uit het civiel recht.

Namelijk werkt de raad voor de kinderbescherming niet op waarheidsvinding, dus onderzoek gebasseert op feiten. U weet dat deze instantie een onderdeel van Justitie is.

Er word wel tijd gespendeert om laster en smaadrapportage's te schrijven, maar geen tijd om bij de politie een procesverbaal op te laten nemen.

Wel word de politie ingeschakelt als taxibedrijf om kinderen uit huis te ontvoeren en word de ouders zonder nazorg achtergelaten.

Achter de rug van het gezin word er een fax verstuurt naar de kinderrechter en kind is weg, en kan pas de ouder murv geslagen na 10 dagen voor het eerst verweer gaan voeren voor de kinderrechter die slechts maximaal 20 minuten per zaak kan besteden.

Door meningen en veronderstellingen raken ouders hun kinderen kwijt en geraken in een uitzichtloze situatie met vaak een totale vernietiging maatschappelijk etc..tot gevolg.

Aangaan van strijd tegen zulke instantie's kan zelfs gebeuren dat de kinderen en ouders elkaar uit het oog verliezen en het P.A.S syndroom op telopen en de ouders zwaar getraumatiseert.

Wat vind u ervan om het Jeugdzorgbeleid uit het civiel te halen en onder het strafrecht te laten plaatsten?

http://www.jeugdzorgbeleid.nl
Door j.kleingeltink@bjzhlzh.nl  (leidinggevende) op
ter informatie, Groet Jenneke
Door T. Strubbe op
Nog even: Het boek ‘De Jungle van de Jeugdzorg’ (2010) van Truus Barendse met rechterlijke uitspraken en handleidingen voor betere diagnostiek, is een aanrader, en bewijst dat er wat mis is met BJZ zelf; niet met vooroordelen van ouders. Integendeel. In de adoptiewereld verbazen belezen adoptieouders over de niet-verwachte onkunde bij BJZ. Dan gaat er veel mis.
Het wantrouwen zou meer algemeen moeten zijn. Er moet aan valide diagnostiek gedaan worden, en vermindering van de sleur van maar uithuisplaatsen! On-Europees.

Uitverkoop van deze structuur van Jeugdzorg, inclusief de scheiding van indicatie en gezinsvoogdij, zou een zegen zijn.

Het zijn geen grote probleemgevallen die het jeugdzorgwerk “taai en weerbarstig” maken; het is een verkeerd begrip binnen BJZ van indiceren zonder door te sturen naar een diagnost. En zonder te luisteren wat gezinnen willen, zonder overleg…
Vedivo destijds en de MO-groep nu leiden werkers op met de beweringen in het BJZ-handboek De Gezinsvoogd als Jongleur (zie http://www.stichtingkog.info/pages/publicaties.php) . Daarop had het Platform SCJF de reactie geschreven en gepubliceerd: De Jongleur over de Schreef, op de genoemde site van Stichting KOG te vinden.
Wat hebben journalisten eraan om met bestuurders van BJZ te praten: die onderkennen niet wat niet tot hen komt van de bodem van de werkvloer: onderkennen dat ze te ondeskundig zijn, en hooghartig, epaterend, zoals ouders melden.

En wat is een ‘professional’, de schoonmaker is ook professioneel, maar wie gaat bij hem in een ziekenhuis om een diagnose vragen voor een operatie?

De smoes dat de rechter voor een UHP heeft gezorgd, is nu te doorzien: deze ging af op de ongekwalificeerde mening van de werker op de bodem van BJZ, niet van een diagnost.

Veel jongeren in contact met BJZ leven niet in de geschetste situatie van vele problemen, maar daar zijn de gedragsproblemen door BJZ niet onderkend, en men gooit ’t maar op een hoop. Anders zou er geen bestaansrecht zijn voor meerdere ouderorganisaties.
BJZ ontvangt inderdaad ‘koppengeld’, om het maar zo te noemen.
BJZ noemt te veel ouders “geen goede opvoeders”, zoals in de praktijk is voorgekomen met adoptieouders, die zelfs een VIA-cursus moesten volgen vòòr adoptie, en belezen zijn, … en de gewone man en gewone politicus denkt dat BJZ met z’n p.r. gelijk heeft.
Het zijn niet “veel ouders die de publiciteit zoeken”, en wel uit angst voor meer straf voor het kind, dat een long-term-belang heeft: het kennen van zijn ouders, en recht heeft op uitvoering van artikel 24 van het IVRK: recht op de hoogst mogelijke mate van gezondheid en daarbij horende (psycho-medische en pedagogische) zorg.
BJZ en diens onderzoeken gaan van verkeerde signalen uit!

Het voorkomt leed en belastingcenten wanneer BJZ deels juist in de uitverkoop gaat.

De regering dient eens na decennia negeren van wetenschappers en cliënten-organisaties aan een integraal plan te werken, waarbij BJZ enkel de gezinsvoogdij als case-manager behoort te krijgen.
De plannen liggen er.
Dat zou het imago van jeugdzorg verbeteren.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen