of 59045 LinkedIn

Wijkteams door gemeenten in het diepe gegooid

Veel gemeenten hebben niet duidelijk omschreven op welke manier ze het sociale domein willen organiseren. Leden van sociale wijkteams en hun teamleiders worden daardoor in het diepe gegooid.  Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Platform31 (kennis- en netwerkorganisatie voor stedelijke en regionale ontwikkeling), uitgevoerd door de Universiteit Twente en adviesbureau BMC.

Veel gemeenten hebben niet helder omschreven op welke manier ze het sociale domein willen organiseren. Leden van sociale wijkteams en hun teamleiders worden daardoor in het diepe gegooid.

Onderzoek

De teamleden moeten overal zelf uitvinden hoe ver hun taken en bevoegdheden strekken, op welke doelgroepen ze zich richten en hoe ver ze in hun ondersteuning moeten en kunnen gaan. Die conclusie is te trekken uit onderzoek in opdracht van Platform31 (kennis- en netwerkorganisatie voor stedelijke en regionale ontwikkeling), uitgevoerd door de Universiteit Twente en adviesbureau BMC. De onderzoekers keken naar de organisatie van teams in 29 steden. In drie daarvan, Zaanstad, Leeuwarden, Enschede, inventariseerden zij knelpunten en dilemma’s bij de (door)ontwikkeling van de teams.

 

Onmisbare schakel

Sociale wijkteams zijn in veel gemeenten een onmisbare schakel in de wijkgerichte aanpak. Ze zijn er in alle soorten en maten, voor verschillende doelgroepen, met verschillende taakgebieden en werkwijzen. Opvallende verschillen zijn of de teams er voor iedereen in de wijk zijn, uitsluitend voor multiprobleemhuishoudens en of ze alleen een regisserende rol hebben of ook zelf ondersteuning bieden.

 

Voorrang geven

Veel van hun tijd en aandacht wordt opgeslokt door (multi)probleemgezinnen, waardoor er, ook als dat de opdracht is, onvoldoende tijd overblijft om aan preventie te doen en bij te dragen aan ‘buurtkracht’ en ‘eigen kracht’. Mirjan Oude Vrielink, onderzoeker aan de Universiteit van Twente en bestuurskundige: ‘Als er zware en complexe problematiek speelt, is er minder te tijd om te werken vanuit aanwezigheid in de wijk. In dat geval kun je minder snel signaleren. De natuurlijke neiging van hulpverleners is gezinnen met grotere en ingewikkelde problemen voorrang te geven.’

 

Kostenbewustzijn

De nadruk op ernstige gevallen schuurt met de intenties van veel beleidsmakers en politici die, vooral onder invloed van de naderende decentralisaties en bezuinigingen, beklemtonen dat vroegtijdig ingrijpen verergering van problemen voorkomt. Daardoor kunnen op papier de kosten in de hand gehouden worden, omdat lichtere of informele vormen van zorg doorgaans goedkoper zijn. ‘Het moet heel goed georganiseerd zijn, als je wilt dat de wijkteams er voor iedereen zijn,’ waarschuwt Oude Vrielink. De onderzoekers betwijfelen of er voldoende kostenbewustzijn in de sociale wijkteams. Als dat wel verwacht wordt, moeten gemeenten daarvoor duidelijke prikkels inbouwen, stellen ze.

 

Leefgebieden

Vanuit het landelijk gehanteerde principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ moeten de teams ondersteuning bieden op vrijwel alle leefgebieden (financiën, dagbesteding en dagelijks leven, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, verslaving, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie). In de praktijk is hun eigen inzet meestal beperkt tot enkele leefgebieden, omdat de samenstelling niet altijd breed genoeg is om problemen zelf op te pakken. Volgens het rapport pakt het goed uit als de samenstelling van teams in aanvang flexibel is, zodat gaandeweg duidelijk wordt welke expertise past bij de typische problemen van een wijk.

 

Lokale context

Concrete aanbevelingen bevat het rapport niet. ‘Maar met deze systematische vergelijking kunnen gemeenten hun eigen plannen vergelijken met die van andere,’ zegt Oude Vrielink. Zij adviseert gemeenten waar de wijkteams volop in ontwikkeling zijn, goed na te denken over de lokale context en ambities en daar de vormgeving van de teams op af te stemmen. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Moeder op
Ik heb een kind met een vorm van autisme en ben zelf altijd de regisseur geweest. Ik zorgde ook voor logistiek en extra kennis van zaken. Ging me ook prima af als ik af en toe professioneel advies kreeg. Ik vraag me af of zo'n sociaal wijkteam ouders nog wel voor vol aanziet.
Door Bert op
"Wijkteams door gemeenten in het diepe gegooid." Gelukkig worden niet alle wijkteams in het diepe gegooid. Als je op begroting en organisatie stuurt, dan mis je vaak essentiële kennis van de werkvloer en mis je kennis van een aantal problemen en oplossingen die voorhanden ligt. Als je de wijkteams mede op laat bouwen door de huidige jeugdzorgwerkers, die nu midden in de problematiek zitten en een volledig beeld hebben van de toegang vrijwillig en gedwongen kader, getraind zijn in triage en een veiligheidsanalyse kunnen maken van het kind, samen met de gemeentelijke verantwoordelijken en organisatoren, dan wordt er vanuit de huidige kennis, kunde en ervaring de nieuwe werkwijze ingevoerd. Het wiel opnieuw uitvinden kost vele missers in de beslissingen, trial and error is een slechte leerweg, blijkt uit het verleden. Het wiel hoeft niet uitgevonden te worden, het bestaat al. De huidige Jeugdzorgwerkers zijn, over het algemeen, professioneel opgeleid dan wel bijgeschoold, zij hebben vanaf 01-01-2015 hun eigen expertise en tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid, geborgd in de registratie met verplichte bijscholingen. Stichting Kwaliteitsregister Jeugd houdt de kwaliteit van de opleidingen en bijscholingen bij en bepaald wie er voldoen en in de Jeugdzorg mogen werken. Maak gebruik van de oude en de nieuwe expertise, organiseer een overgangsperiode en je bereikt niet alleen een zachte landing, maar ook een vloeiende overgang.