of 59054 LinkedIn

Werk en inkomen krijgen rol in meeste sociale wijkteams

Ruim de helft van de sociale wijkteams hebben taken op het gebied van werk en inkomen in het takenpakket. Knelpunten bij het inbedden van deze taken in de teams zijn het te krappe budget, onvoldoende capaciteit of kennis bij de teamleden en onduidelijkheid over taakafbakening, mandatering of verantwoordelijkheden. Dat blijkt uit onderzoek van Divosa en Movisie.

Ruim de helft van de sociale wijkteams hebben taken op het gebied van werk en inkomen in het takenpakket. Knelpunten bij het inbedden van deze taken in de teams zijn het te krappe budget, onvoldoende capaciteit of kennis bij de teamleden en onduidelijkheid over taakafbakening, mandatering of verantwoordelijkheden. Dat blijkt uit onderzoek van Divosa en Movisie.

Integratie is verrassend
Van alle gemeenten beschikt 70 procent inmiddels over een vorm van (sociale) wijkteams. Meer dan de helft daarvan verzorgen taken
die daarvoor door de sociale dienst werden uitgevoerd. Zo wordt inkomensondersteuning gegeven maar ook schuldhulpverlening of budgetbegeleiding en worden inkomensvoorzieningen getroffen. De integratie van zorg en jeugdzorg enerzijds en werk en inkomen anderzijds verloopt daarmee sneller dan tot nu toe werd aangenomen, aldus Divosa en Movisie die dat verrassend vinden. Vooral het verbinden van zorgnetwerken en het coördineren van aanbod wordt een voordeel genoemd van de integratie van werk en inkomen in wijkteams. Ook is het een voordeel dat de hulp laagdrempelig en dichtbij is.

Vergaderclub 

Opvallend is het dat de wijkteams vaak relatief groot zijn. De helft van de teams heeft 5 tot 8 leden, 31 procent heeft 9 tot 12 leden. Een nadeel hiervan is het risico op het worden van een vergaderclub. Ook wordt als nadeel gezien dat gemeenten de teams voor alles inzetten of te zwaar optuigen. Een te groot en log team kan niet meer snel reageren op de zorgvraag. Ook wordt gesignaleerd dat ‘professionals en integraal werken’ in de praktijk soms een paradox lijkt te zijn en dat een team soms zo aanbodgericht werkt dat er te veel (nieuwe) taken worden gecreëerd. Ten slotte wordt opgemerkt dat sociale (wijk)teams en werk en inkomen een andere focus lijken te hebben, wat samenwerking soms wat ingewikkeld maakt.

 

Aan het onderzoek van Divosa en Movisie deden 62 gemeenten mee.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bert op
Margot Limburg: "Een te groot en log team kan niet meer snel reageren op de zorgvraag."
Een te klein team heeft niet de expertise om de vinger op de zere plek te leggen. Jeugdzorg, budgetproblematieken, GGZ, werk en inkomen, mensen die de snelle maatschappij niet bij kunnen houden, criminaliteit enz. enz. enz. zijn specialismen die je niet allemaal in een te klein team kunt vinden. De weg, je moet gaan zoeken, naar de kennis wordt dan te complex om het goede antwoord te krijgen.

Een groot team, die elkaar kennen en elkaars expertise weten, kunnen direct contact met elkaar opnemen en overleggen. Waarom zou je hier een vergaderclub van willen maken. Dit is nu, in veel gemeenten, ook niet het geval, als je de juiste persoon maar snel weet te vinden en spreken.

Het gaat er nu op lijken dat in het verleden alles verkeerd ging, gelukkig niet. Er zijn gemeenten die heel goed kijken naar de fouten die er in het verleden gemaakt zijn en nu al jaren op een snelle manier communiceren door over allerlei muren heen te springen, met de slogan:
Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.
Als je op deze manier de nieuwe organisatie opbouwt, dan heb je veel expertise in een groot team, wat zelden of nooit in één teamvergadering aanwezig hoeft te zijn. Zij zijn al gewend om elkaars kunde te gebruiken. In een dergelijk team kunnen alle problematieken samenkomen en met gezamenlijke kennis en kunde opgelost worden.

De nieuwe Jeugdprofessionals hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten geregistreerd zijn en vallen onder het tuchtrecht, net zoals verpleegkundigen en artsen. Na 01-01-2015 zijn zij volledig verantwoordelijk voor hun eigen handelen en beslissingen. De gemeenten faciliteren, maar zijn niet verantwoordelijk voor de beslissingen.

Jeugdprofessionals kunnen nu zelf vanuit hun opleiding, ervaring, kennis en kunde de Jeugdzorg vorm gaan geven. Absolute werkopdrachten, die verplicht uitgevoerd moeten worden van bovenaf in de organisatie, kunnen niet meer gegeven worden, omdat de jeugdzorgwerker zijn/haar eigen tuchtrechtelijke aansprakelijkheid heeft. Dit wil ook zeggen dat de Jeugdprofessional haar/zijn kennis en kunde bij moet houden en zich bij een opdracht af moet vragen, heb ik voldoende kennis, kunde en ben en voel ik me bekwaam en ben ik bevoegd om deze opdracht uit te voeren. Zo niet, zal hij/zij kennis en kunde moeten vragen aan een collega of de zaak over moeten dragen aan iemand die zich wel bekwaam en bevoegd acht. Niet bekwaam is niet bevoegd.
De Jeugdprofessional is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen beslissing en zij kunnen gezamenlijk het beroep verder ontwikkelen.