of 59250 LinkedIn

Verwijzing naar jeugdzorg vaker via gemeenten

De verwijzing naar de jeugdzorg liep vorig jaar vaker dan in 2015 via de gemeenten, in plaats van via andere verwijzers. Dat blijkt uit de vandaag verschenen Overall rapportage sociaal domein 2016 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB).

De emotionele eenzaamheid onder mensen die een Wmo-voorziening krijgen is vorig jaar licht gestegen. De verwijzing naar de jeugdzorg liep vorig jaar vaker dan in 2015 via de gemeenten, in plaats van via andere verwijzers. Gemeenten zijn nog onvoldoende toegekomen aan de realisatie van de transformatiedoelen.

Ontwikkelingen

Dit zijn enkele conclusies uit de vandaag verschenen Overall rapportage sociaal domein 2016 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB). Die is op verzoek van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken, coördinerend bewindspersoon voor de drie decentralisaties, opgesteld. De rapportage schetst de ontwikkelingen in het sociaal domein sinds deze taken naar gemeenten zijn gedecentraliseerd; het zijn geen evaluaties van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet.  

 

Beperkte invloed

Gemeenten hebben nog altijd een beperkte, maar groeiende invloed op de toegang tot de jeugdhulp, concludeert het SCP. In 2016 kwam ongeveer een kwart van de jeugdhulp via directe bemoeienis van de gemeente van de grond. De (huis)arts is met vijftig procent nog altijd de grootste verwijzer. Het overige kwart komt op conto van andere verwijzers, waaronder de kinderrechter. De betrokkenheid van de gemeente bij de instroom in de jeugdhulp bedroeg begin 2015 slechts veertien procent.

 

Afnemende hulp

De emotionele eenzaamheid (geen intieme relatie of vertrouwenspersoon hebben) onder mensen die van de Wmo 2015 gebruik maken is het afgelopen jaar gestegen van 17 naar 22 procent. Het afnemende hulp tussen 2015 en 2016 die mensen in de Wmo 2015 van een beroepskracht krijgen (van 23 naar 18 procent), zou een oorzaak kunnen zijn, maar dat is slecht een aanname, benadrukken de SCP-onderzoekers. Ook de reden van die afnemende hulp kan het SCP niet verklaren. Wel is duidelijk dat de grootste afname in professionele hulp te vinden is bij de huishoudelijke hulp. Die verdwijnende hulp wordt niet gegeven uit iemand ut het eigen netwerk. ‘Onduidelijk is of en hoe mensen dit opgelost hebben’, aldus het SCP.


Stapeling

Van ‘stapeling’ van gebruik van voorzieningen is nauwelijks sprake. De meeste huishoudens doen een beroep op één voorziening vanuit de Wmo, de jeugdzorg of de Participatiewet. 11 procent van de 1,4 miljoen huishoudens die hulp of ondersteuning krijgt vanuit het sociaal domein, krijgt dat vanuit meerdere domeinen. Het gaat dan meestal om een combinatie van participatievoorzieningen en maatschappelijke ondersteuning (6,5 procent), of participatie en jeugdzorg (2,7 procent). Mensen met problematische schulden maken 2,5 keer zo vaak gebruik van 3D-voorzieningen dan als er geen problematische schulden zijn.

 

Inhoudelijke vernieuwing

Gemeenten zijn nog onvoldoende toegekomen aan de realisatie van de  procesmatige en inhoudelijke vernieuwing om de dienstverlening aan burgers te verbeteren en de inzet van de overheid te beperken (de transformatie), concludeert het SCP. ‘De transitie heeft veel aandacht en inspanning van de gemeenten gevergd, waardoor gemeenten nog onvoldoende zijn toegekomen aan de realisatie van de transformatiedoelen. Dit zal nog wel enige jaren vergen.’ Zo zijn gemeenten nog te weinig toegekomen aan het inrichten en benutten van algemene voorzieningen waar mogelijk en de ‘inzet van preventieve activiteiten waar dit zinvol is’.

 

Maatschappelijke uitkomst

De beweging om de burger meer centraal te stellen is in gang gezet, concludeert het SCP. Het SCP stelt dat het weliswaar inherent is aan de decentralisaties dat er verschillen ontstaan tussen gemeenten, bijvoorbeeld bij het vaststellen van wat een gewenste maatschappelijke uitkomst is. Maar ‘enige uniformiteit’ bij het vaststellen van wat een gewenste maatschappelijke uitkomst ‘zou echter helpen tot het komen van kennisopbouw, het duiden van verschillen en het vaststellen wat wel werkt en wat niet’. Gemeenten en rijk moeten samen optrekken om tot een gezamenlijke aanpak te komen, door uit te gaan van enkele kernbegrippen als participatie, eenzaamheid en redzaamheid. ‘Als er overeenstemming is over wat de belangrijke indicatoren van deze kernbegrippen zijn, kan aan de kennisinfrastructuur worden gewerkt om ontwikkelingen hierin zichtbaar te maken.’

 

Lees meer over de tweede overall rapportage van het SCP in Binnenlands Bestuur nr. 23 dat vrijdag verschijnt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.