of 59045 LinkedIn

Van Rijn belooft: continuïteit zorg gewaarborgd

Kinderen die nu hulp krijgen en waarvan bepaald is dat ze die hulp na 1 januari ook moeten krijgen, kunnen rekenen op continuïteit. Dat beloven Van Rijn en Teeven.

Jongeren die voor 1 januari jeugdhulp ontvangen waarvan voorzien is dat deze na 1 januari doorloopt, kunnen daar ook op rekenen. Die belofte doen de staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, SZW) en Fred Teeven (VVD, V en J) aan de Tweede Kamer.

Voldoende waarborgen
Aanleiding voor de brief waren vragen die de Kamer had nadat uit een uitzending van Nieuwsuur was gebleken dat zorgaanbieders continuïteit van zorg niet te kunnen garanderen. ‘Volgens de bewindslieden zijn er voldoende waarborgen ingebouwd en hebben ze maatregelen gereed mocht dat nodig zijn.’ 
Burgemeesters en wethouder zijn er verantwoordelijk voor zijn dat jeugdigen de hulp die is ingezet volgend jaar ook bij dezelfde aanbieder kunnen krijgen, ‘indien dat redelijkerwijs mogelijk is’.

Zorgverlener
Gemeenten zijn vanaf 1 januari verplicht ook de rekening te betalen voor jeugdhulp van aanbieders waar ze géén contract mee afgesloten hebben als de hulp al voor 1 januari gestart is en doorloopt na 1 januari. De bewindslieden benadrukken dat de continuïteit van zorg is gegarandeerd, maar niet die van de zorgverlener.

Naar TAJ

Als de zorgaanbieder aangeeft de zorg niet te kunnen leveren, bijvoorbeeld omdat er geen overeenstemming is over het contract, kan de zorgaanbieder naar de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ). De TAJ beoordeelt de situatie en kan een oplossing zoeken. Een aanbieder kan bijvoorbeeld een beroep doen op de regeling houdende vergoeding van bijzondere transitiekosten. De TAJ adviseert het ministerie hierover en als het beroep op de regeling gegrond is, kan de continuïteit van zorg vergoed worden. ‘De uitkomst voor jeugdigen is in dat geval continuïteit van zorg bij dezelfde aanbieder’, aldus Van Rijn en Teeven.

Noodzakelijke stappen
Volgens de staatssecretarissen zijn alle gemeenten op dit moment bezig de noodzakelijke stappen te zetten. De twee houden daarbij de vinger aan de pols. Eind november  gaat een brief naar de Kamer met uitkomsten van de Transitiemonitor Jeugd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bert op
Onderstaande reactie geeft een vreemd beeld.
Enerzijds valt Amsterdammer1, zichzelf later noemend Jeugdzorgdeskundige, de jeugdzorg aan op het –niet- uit huis halen van kinderen, eerder waren de vele aanvallen van deze Jeugdzorgdeskundige vooral gericht op het –wel- uit huis halen van kinderen.
De vraag komt boven: wat wil deze Jeugdzorgdeskundige?
Het geeft een gespleten beeld van deze jeugdzorgdeskundige die wel de aanval van 2 kanten opent, maar geen oplossing geeft hoe je de veiligheid van kinderen wel zo goed mogelijk zou kunnen garanderen.
De vraag die overblijft is: wanneer een kind uit huis halen en wanneer niet. De vraag is simpel, het antwoord niet. Wanneer een kind uit huis halen en wanneer in huis laten als er een veiligheidsprobleem is. Alle kinderen thuis laten gaat fout en alle kinderen uit huis halen is ook geen oplossing. De beslissing om een kind al dan niet uit huis halen, neemt de rechter.

De cruciale vraag bij kinderen gaan over de veiligheid van het kind en de mogelijkheid om zichzelf gezond en vrij te ontwikkelen. De jeugdzorg voor het kind gaat in 2015 rondom het kind worden georganiseerd met één verantwoordelijke regisseur onder verantwoordelijkheid van de gemeente.

Eerder lag deze onderzoeksverantwoordelijkheid bij de provincie en Bureau Jeugdzorg voerde uit. Bureau Jeugdzorg wordt opgeheven per 31-12-2014.
De gemeenten beslissen vanaf 2015 over de zorg die geboden gaat worden en/of de vraag betreffende veiligheid bij de rechter neergelegd moet worden. De medewerkers die dit onderzoeken en uit gaan voeren zijn in dienst bij de gemeenten. Medewerkers vallen onder het tuchtrecht en moeten geregistreerd en regelmatig bijgeschoold zijn, beslissingen moeten besproken worden in teamverband.

Anderzijds worden de 30.000 jeugdzorgwerkers en instellingen aangevallen die 300.000 kinderen met hun opvoeders: ouders, verzorgers en scholen, over het algemeen, goed ondersteunen. Als al deze ervaren mensen en instellingen zouden verdwijnen, zou de ondersteuning en veiligheid van het kind in handen komen van zeer goed bedoelende helpers, die niet geremd door opleiding, kennis, kunde en ervaring, vanuit allerlei inzichten en achtergronden zich gaan bemoeien met onze kinderen, de wijze van opvoeden en de begeleiding van kinderen. We kennen het effect van deze wijze van werken uit de geschiedenis en daarom is de Jeugdzorg geworden zoals hij nu wordt: geregistreerde professionele jeugdwerkers met hun eigen toetsbare verantwoordelijkheid.