of 59236 LinkedIn

'Uitgestelde zorg' leidt tot tekorten jeugdbudget

De stijgende zorgvraag, het woonplaatsbeginsel, ‘uitgestelde zorg’ en afnemende solidariteit in jeugdzorgregio’s leiden dit en volgend jaar tot tekorten op het jeugdbudget van gemeenten. Ook het objectieve verdeelmodel en de korting op het rijksbudget leiden tot gemeentelijke spelen gemeenten (financiële) parten.

Niet alleen het objectieve verdeelmodel en de korting op het rijksbudget leiden tot gemeentelijke tekorten op het jeugdbudget. Ook door de stijgende zorgvraag, het woonplaatsbeginsel, ‘uitgestelde zorg’ en afnemende solidariteit in jeugdzorgregio’s schrijven veel gemeenten dit en waarschijnlijk ook volgend jaar rode cijfers.

Vroegsignalering

Leidschendam-Voorburg is een van de gemeenten die een forse groei van de vraag naar jeugdhulp ziet en daardoor dit jaar en in 2017 een tekort op de jeugdzorg zal noteren. Een van de oorzaken van die stijgende zorgvraag is vroegsignalering. ‘Kinderen komen op jongere leeftijd in jeugdzorg omdat de gemeente de vraag eerder signaleert’, zo laat een medewerker weten in de enquête van Binnenlands Bestuur en de NOS onder 215 gemeenten over de verwachtingen ten aanzien van het jeugdbudget over 2016 en 2017. Ook door strengere indicatiestelling voor toegang tot de langdurige zorg door het CIZ blijven kinderen langer onder de (financiële) verantwoordelijkheid van de gemeente.


Voogdijkinderen

Velsen zit in hetzelfde schuitje en stelt eveneens dat er door de (strikte) beoordelingscriteria van de Wet langdurige zorg (Wlz) meer kinderen onder de Jeugdwet vallen; en dus onder de (financiële) verantwoordelijkheid van gemeenten. ‘Een andere reden is de toename van het aantal voogdijkinderen dat verblijft in een residentiële voorziening in Velsen. Deze vallen onder onze financiële verantwoordelijkheid’, aldus een woordvoerder. Verder is dit jaar het aantal jeugdhulptrajecten toegenomen. ‘Sommige van deze trajecten lopen ook door in 2017. Dit betekent dat, vanwege de zorgcontinuïteit, de kosten ook in 2017 hoger zullen uitvallen.’


‘Uitgestelde zorg’

Eric van der Graaf, zorgmanager van Pluryn (als zorgaanbieder actief voor jeugdigen uit 270 gemeenten), onderscheidt drie belangrijke oorzaken van het ‘niet in de pas lopen van transitie en verlaging van het budget’, zoals hij het noemt. Het voorland (wijkteams), het woonplaatsbeginsel en het toegangsloket. De wijkteams doen volgens hem hun stinkende best, maar zijn veelal in opbouw, ook als het gaat om kennis over (gespecialiseerde) jeugdhulp. De grootste uitdaging van dit moment is het bewerkstelligen van evenwicht tussen inhoud en financiën, stelt Van der Graaf. ‘Het gaat er om dat er op tijd lichte interventies worden gepleegd zodat langdurige zware zorg kan worden voorkomen. Soms moet een wijkteam echter niet schromen een jongere door te verwijzen naar zwaardere zorg. Die kun je later weer afschalen. Als je te laat doorverwijst, loop je het risico dat er alsnog zwaardere zorg moet worden verleend, die langduriger nodig is.’ En dus duurder.


Woonplaatsbeginsel

De tweede oorzaak van een tekort bij een aantal gemeenten is het woonplaatsbeginsel, dat bepaalt wie de rekening voor de geboden jeugdhulp betaalt. Daarvoor is ‘nog steeds geen passende oplossing voor jeugdigen die te maken hebben met instellingsvoogdij’, weet Van der Graaf. Met als gevolg dat gemeenten met een gespecialiseerde zorginstelling op hun grondgebied, vaak lang moet wachten op het geld waarmee zij de zorg voor de betreffende jeugdigen hebben betaald. ‘Dat betekent een aanslag op het gemeentelijk budget.’ Dit speelt onder meer in Utrechtse Heuvelrug, de Food Valley, de regio Arnhem en de regio Midden IJssel-Oost Veluwe. De verwijzing naar tweedelijnszorg door andere verwijzers dan de sociale wijkteams, bijvoorbeeld huisartsen of gezinsvoogden, is volgens Van der Graaf een derde oorzaak van gemeentelijke tekorten op de jeugdhulp. Gemeenten hebben daar veel minder grip op. 


Solidariteit

Gemeenten kopen gezamenlijk specialistische jeugdhulp in en hebben veelal vooraf een verdeelsleutel afgesproken om de uiteindelijke rekening gezamenlijk te dragen. Hiermee wordt voorkomen dat een gemeente meteen in de financiële problemen komt, als een paar jongeren uit een gemeente dure zorg nodig heeft. Die solidariteit staat her en der onder druk, zo blijkt uit de enquête. ‘Het overeengekomen solidariteitsbeginsel van Drentse gemeenten wordt verlaten. De verwachting is een toename in de kosten voor Aa en Hunze’, zo laat de gemeente. Delfzijl verwacht om meerdere redenen een tekort, maar ook vanwege de toename van de inkoop van specialistische zorg en verminderde solidariteit in de regio.

 

Lees meer over het onderzoek en over de oorzaken van de tekorten in Binnenlands Bestuur nr. 23

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door JaapvV (adviseur, o.a. voorzieningen) op
Jeugdzorg is al 20 jaar een probleemdossier voor alle betrokkenen. Een het een-gezin-een-plan-een- hulpverlener ligt alweer achter de rododendrons. Want we hebben nieuwe afleidingsmechanismen, zoals het CIZ, de wet langdurige zorg en 'stinkend hun best doende wijkteams die veelal in opbouw zijn'. Het enige valide argument in dit artikel is het woonplaatsbeginsel, dat overigens ook al 20 jaar deel uitmaakt van 'het systeem'. Als je als zorgaanbieder zoveel gemeenten jeugdhulp biedt en blijkbaar nog geen plannen kan maken en kosten calculeren na een aanloopperiode van 10 jaar sinds de aankondiging van de Wmo in 2006, waar eindigt dit proces dan? Ik denk dat het hoog tijd wordt dat gemeenten gaan shoppen naar aanbieders die transparant inhoudelijk werk leveren tegen een prijs die ze aantoonbaar kunnen waarmaken. En die zich niet verschuilen achter de uitdaging van 'het bewerkstelligen van evenwicht tussen inhoud en financiën'. Want dat is hun vak namelijk. Hadden we daar trouwens geen inspectie voor?
Door Diane (Raadslid) op
Er zitten onvoldoende positieve prikkels in het systeem om hulp weer af te schalen. Als hulp eenmaal wordt geboden is de omzet voor de instelling een van de drijfveren een kind zo lang mogelijk in huis te houden. Omdat de instelling oordeelt over het welzijn van het kind, kan dat er altijd de maximale periode verblijven........is er wel eens een kwalitatief onderzoek gedaan naar dit soort praktijken en de kwaliteit v d geboden zorg? Zou die niet omhoog gaan als het systeem minder geld volgt kind zou zijn en meer op de beste zorg voor het kind?