of 59045 LinkedIn

Toeleiding naar werk ggz-client schiet tekort

Gemeenten hebben geen zicht op het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid zonder werk. Ook is er weinig kennis over de specifieke beperkingen en mogelijk­heden van deze doelgroep op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van het Landelijk Platform GGz (LPGGz).

Gemeenten hebben geen zicht op het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid zonder werk.

 

Ook is er weinig kennis over de specifieke beperkingen en mogelijk­heden van deze doelgroep op de arbeidsmarkt.Dat blijkt uit onderzoek van het Landelijk Platform GGz (LPGGz) onder 24 gemeenten. Momenteel worden nog eens 39 gemeenten getoetst op hun beleid voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. De resultaten daarvan worden begin volgend jaar naar buiten gebracht.

Vanaf 1 januari moeten gemeenten hen wel toeleiden naar betaald werk of vrijwilligerswerk. Hierdoor dreigen mensen met psychische problemen de aansluiting te missen. Om dit te voorkomen is samenwerking met hulpverleners, ervaringsdeskundigen en werkgevers hard nodig.

Slechts 7 procent van de respondenten in het onderzoek heeft regulier betaald werk. Dat is 10 procent lager dan uit eerder landelijk onderzoek naar voren kwam. 18 procent doet vrijwilligerswerk. Eenzelfde percentage krijgt ondersteuning via een sociale werkplaats. Nieuwe ggz-cliënten kunnen daar vanaf januari niet meer instromen.

 

De 24 gemeenten geven stuk voor stuk aan generiek beleid en geen doelgroepenbeleid te voeren. Het generieke beleid moet leiden tot participatie van alle inwoners. Gevolg hiervan is dat gemeenten aangeven geen zicht te hebben op het aantal mensen met een psychische kwetsbaarheid zonder werk. Ook is er weinig zicht op de specifieke beperkingen en potenties van deze doelgroep op de arbeidsmarkt. Vanwege het gebrek aan kennis, stellen gemeenten veel vertrouwen te hebben in de kennis van uitvoerende organisaties.

Inkopen

Met de Participatiewet op komst, zijn veel gemeenten zoekende hoe ze zo goed mogelijk maatwerk kunnen bieden en hoe ze het beste kunnen aansluiten op behoeften en mogelijkheden van de cliënten. Gemeenten zijn druk doende met het inkopen van juiste ondersteuning. Zij gaan wisselend om met de inzet van ervaringsdeskundigen. Sommige gemeenten werken daar helemaal niet mee, enkele gemeenten overwegen ervaringsdeskundigen in te zetten en andere gemeenten experimenteren daar al wel mee. Het is jammer dat ervaringsdeskundigen niet meer ingezet worden, vindt Nic Vos de Wael, beleidsmedewerker participatie en langdurende zorg bij het LPGGz:  ‘Ervaringsdeskundigen hebben meer tijd dan een gemeentelijk casemanager om met de cliënt mogelijk- en onmogelijkheden door te nemen. Ook snappen ze de problematiek beter, waardoor ze sneller toegang hebben tot een cliënt.’

 

Hoewel de banen niet voor het oprapen liggen, zien gemeenten via de Participatiewet wel meer mogelijkheden om werkgevers te bewegen mensen met een beperking in dienst te nemen. Naast het gebrek aan banen, spelen echter ook persoonlijke en organisatorische knelpunten parten bij het zoeken en vinden van een baan. Vos de Wael: ‘Eigen onzekerheid of schaamte – bijvoorbeeld over verslavingsachtergrond en schulden – speelt ook een rol. Begeleiding op de werkplek kan daarbij helpen, maar daar ontbreekt het juist vaak aan.’

 

Kwetsbaar

Hoewel de arbeidsparticipatie erg laag is, zijn er volgens Vos de Wael mogelijkheden om mensen met een psychische kwetsbaarheid te helpen, zeker als gemeenten de verbinding tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet leggen. ‘De decentralisaties maken het mogelijk om meer te kijken naar doorgroeimogelijkheden. Via dag­besteding kunnen cliënten doorgroeien naar vrijwilligerswerk en  betaald werk. Dat vragen mensen vaak ook, want ze willen vooruit. Gemeenten moeten daarop inspelen.’ Bij iets meer dan de helft wordt (soms) rekening gehouden met doorstroommogelijkheden en bij 21 procent helemaal niet. 30 procent heeft geen behoefte aan doorstroming, zo blijkt uit het onderzoek.

 

Boete

Het LPGGz ziet pluspunten in de Participatiewet. ‘De wet gaat uit van participatie door iedereen. Afschrijven van mensen is er niet meer bij.’ Wel vreest het platform voor de bezuinigingen die met de decentralisatie gepaard gaan. ‘We vrezen dat er onvoldoende budget voor begeleiding beschikbaar zal zijn’, stelt Vos de Wael. ‘Samenwerking met hulpverleners, ervaringsdeskundigen en werkgevers is hard nodig.’

Ook de Quotumwet biedt perspectief. Evenals de Participatiewet wordt deze wet op 1 januari van kracht, maar wordt pas van stal gehaald als bedrijven niet de beloofde banen creëren. Dan hangt werkgevers een boete boven het hoofd. Tussen nu en 2026 moeten in de marktsector 100.000 en bij de overheid 25.000 banen worden geschapen voor mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt.

Vos de Wael: ‘Het is ook wel een paardenmiddel. Mensen moeten niet het idee krijgen dat ze worden binnengehaald om het quotum te halen. Het is belangrijker om iets te doen aan de beeldvorming en stigmabestrijding.’

Gemeenten kunnen tot eind dit jaar (gratis) voorlichting krijgen over de doelgroep en hoe de toeleiding naar (vrijwilligers)werk of participatie  vorm te geven. Kijk voor meer info op www.platformggz.nl/lpggz/open_voor_werk/voor_gemeenten

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Y.Mus (GGZ-ervaringsdeskundige) op
Pas op: in verschillende gemeenten gaat men gebruik maken van burgerparticipanten en vrijwilligers. De kans is groot dat ook GGZ-ers daarvoor ingezet worden of dat ze rechtstreeks als ontvangers ermee te maken krijgen.inzet van vrijwilligers en burgerparticipatiepanten kan de volgende gevolgen hebben voor de mensen waar ze bij ingezet worden: onvermogen wegens ondeskundigheid / pedofilie / onder druk zetten van cliënten in de vorm van afpersing c.q. chantage c.q. overbevraging van “eigen verantwoordelijkheid” en “wel zelf kunnen doen”( de luie vrijwilliger) Inzet is voor de vrijwilligers ook gevaarlijk: gaat men zich vereenzelvigen met de ‘patient’, welke gevolgen heeft inzet voor een vrijwilliger? Komt iemand niet met eigen (verborgen) problemen in conflict etc..
Waarom kom ik hiermee: Veel gemeentes zijn van plan om de begeleiding op deze manier te organiseren en niet met professionele hulp!
Door Frans Aarts (beleidsmedewerker Atea-groep) op
In Breda hebben wij al een aantal jaren een goede samenwerking tussen GGZ-breburg en de ATEA-groep. De ATEA-groep is het leerwerkbedrijf van de gemeente Breda en voert zowel de sociale werkvoorziening uit als de toeleiding van WWB gerechtiogden naar e arbeidsmarkt. Via deze samenwerking zijn aantal cliënten vanuit de GGZ doorgestroomd naar betaald werk.
Door Leny Gubbi (lid WMO raad) op
Er ontstaan nu dus initiatieven waarbij organisaties in de GGZ zelf werkprojecten opzetten waar medeburgers terecht kunnen. Dit bestaat al jaren in sector verstandelijk beperkten en start nu ook in de GGZ. Zo ontstaat een soort schaduw economie voor groepen mede-burgers, die in de samenleving bij gewone bedrijven niet terecht kunnen. Is dit een goede tussenvorm op weg naar gewoon werk? Er is in ieder geval goede begeleiding aanwezig. Misschien kunnen bedrijven ook zo hun quota gaan halen. Gewoon een samenwerking aangaan met een GGZ organisatie zodat de vrijwilligers werknemers worden en de begeleiding gewaarborgd blijft. Innovatieve oplossing? Lijkt mij wat voor grote cateringorganisaties.
Door Johan Horeman (uitkeringsvechter) op
Het valt iedere keer weer op hoe schrijnend deze mensen naast de realiteit staan. het gebrek aan banen is gene probleem. het probleem is het tekort aan begeleiding op de werkplek en de eigen onzekerheid en schaamte.
Die schaamte is er omdat de schuld bij het slachtoffer gelegd wordt, de onzekerheid ontstaat door het gebrek aan kansen en ondersteuning om de problemen te overwinnen, en de begeleiding ... Wat kan ik daar over zeggen? Bedrijven zijn er om te werken en tegen de laagst mogelijke kosten een goed of dienst aan te bieden. Een bedrijf is geen begeleidingsinstituut. Dat was juist de taak van de instituten die zijn wegbezuinigd. En het bedrijfsleven laat zich niet dwingen om inefficiënt te worden en daardoor de concurrentiestrijd te verliezen. Of is dat juist de bedoeling?