of 59045 LinkedIn

‘Sturen op kwaliteit beter dan op boterzachte cijfers’

De Hilversumse welzijnswethouder en hoogleraar culturele economie schrijft dat in een essay in Binnenlands Bestuur. Het huidige denken in de overheid en politiek is volgens hem vooral instrumentalistisch.

Streefcijfers geven een sterk vertekend beeld van de efficiency van gemeentelijk beleid. Daarom zouden we beter op kwaliteit kunnen sturen, vindt Arjo Klamer.

De Hilversumse welzijnswethouder en hoogleraar culturele economie schrijft dat in een essay in Binnenlands Bestuur. Het huidige denken in de overheid en politiek is volgens hem vooral instrumentalistisch. ‘Instrumentele grootheden als winst, economische groei, aantal banen, koopkracht en het nettoresultaat op de BUIG worden als doelen benoemd. In dat denken past ook de nadruk op ‘SMART’ en ‘evidence based’ beleid. Als er maar streefcijfers zijn, benchmarks, of kwantitatieve indicatoren. Want die geven bestuurders grip op hun zaak. Althans dat denken ze. Maar dat is een serieuze misvatting. Instrumentalistisch denken gaat voorbij aan wat belangrijk is’, aldus Klamer.

Geborgenheid en liefde
‘Ik gebruik mijn thuis als voorbeeld. Mijn huis kan ik op verschillende manieren kwantificeren, zoals met de marktwaarde, de hoogte van de hypotheek, de inhoud, het aantal kamers, de kosten van het onderhoud en nog wat van die cijfers. Maar gaat het daarom? Wat is belangrijk? Waar is een huis goed voor?’, vraagt hij zich af. ‘Het valt me op dat veel mensen het dan gaan hebben over kwaliteiten als ‘veiligheid’, ‘een dak boven het hoofd’. Ik zelf zou zeggen dat mijn huis een instrument is om een ‘thuis’ te realiseren. Het gaat mij om een goed thuis. Een goed thuis gaat over gezelligheid, goede onderlinge relaties, warmte, gedeelde emoties (goede ruzies!), leuke en goede gesprekken, geborgenheid, en liefde.’

Een thuis is volgens de SP-wethouder niet te kwantificeren, is niet met geld te kopen en kan ook niet met bureaucratische procedures worden georganiseerd. Door thuis te vervangen door ‘cultuur’ of ‘atmosfeer’, ‘vertrouwen’, ‘veiligheid’, ‘vakmanschap’, ‘goed werk’ of iets anders inhoudelijks, dan wordt duidelijk dat kwantiteiten geen recht doen aan de kwaliteiten die ertoe doen. ‘Je kan de kwaliteiten er meestal ook niet van afleiden. Een huis met een hoge prijs staat niet garant voor een warm en gezellig thuis’, aldus Klamer.

Hij wil raadsleden graag duidelijk maken dat ambtenaren en bestuurders in de uitvoering druk doende zijn de kwaliteiten van de bemiddeling naar werk helder te krijgen. Klamer: ‘We doen dit als opmaat voor een visitatiecommissie van externe deskundigen. De bedoeling van zo’n commissie is een oordeel te krijgen van de gerealiseerde kwaliteiten. Hoe goed doen we het? Dat is de vraag aan de commissie.’

Afwijkingen
De evaluatie van gerealiseerde kwaliteiten kent verschillende stappen. Van de belangrijkste stakeholders van de arbeidsbemiddeling –  de wethouders, de consulenten van de gemeente, de mensen van arbeidsontwikkeling, en die van het werkgeverspunt, professionals van het UWV, een aantal scholen, een aantal werkgevers, en de kandidaten – moet duidelijk worden wat zij belangrijk vinden in het proces van bemiddeling naar arbeid. Door stakeholders te spreken bepaalt de visitatiecommissie in hoeverre de gerealiseerde kwaliteiten afwijken van de gewenste. De visitatiecommissie komt vervolgens met een kwalitatief oordeel en een reeks bevindingen, mogelijk aanbevelingen.

‘De ervaring leert dat bestuurders, toezichthouders alsook de andere stakeholders baat hebben bij de uitkomsten. Wordt de visitatie regulier dan hebben ze allemaal de prikkel om gedrag en beleid aan te passen om de volgende keer een beter kwalitatief oordeel te krijgen’, aldus Klamer. ‘Het articuleren en het beoordelen van de kwaliteiten vragen om deskundigheid. Net als het vergaren van goede cijfers, is het vaststellen van gerealiseerde kwaliteiten verre van eenvoudig. Ik weet dat van de keren dat ik deel uitmaakte van visitatiecommissies in de academische wereld. Dat neemt niet weg dat het kwalitatieve beeld van een organisatie gauw duidelijk wordt voor iemand die vertrouwd is met een gelijksoortige organisatie.’

Boterzacht
In het instrumentele denken hebben de cijfers volgens Ajro Klamer de reputatie ‘hard en concreet’ te zijn. In de op waarden gebaseerde benadering blijken cijfers zoals het aantal plaatsingen de resultante te zijn van vele factoren. ‘Ze zijn daarom bewerkelijk, grillig en in feite boterzacht. Kwaliteiten zijn daarentegen hard. Wanneer goede vakmensen in een organisatorische sterke omgeving met een sterke cultuur mensen naar arbeid bemiddelen, dan komen de resultaten vanzelf. Daarom zou ik graag willen dat mijn gemeenteraadsleden meer geïnteresseerd zijn in de kwaliteiten van onze arbeidsbemiddeling dan in het aantal geplaatste kandidaten.’

Lees het volledige essay van Arjo Klamer in Binnenlands Bestuur nr. 21 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
Kwaliteit, kwantiteit en prijs vormen al eeuwen de basis voor het tot stand komen van producten. Als Klamer denkt het wiel wel even uit te vinden slaat hij de plank mis.
Door G. Westn (initiator/ psycholoog) op
Probleem van deze manier van redeneren is dat het een tegenstelling in stand houdt die het echte probleem vormt. Naast kwantitatieve indicatoren zijn ook kwalitatieve nodig. Het aantal plaatsingen bij arbeidsbemiddeling is wel degelijk relevant, omdat het iets zegt over de effectiviteit ervan. Maar daarnaast zijn er ook andersoortige indicatoren nodig, bijv. de tevredenheid van bemiddelden over de behandeling, de tevredenheid van bedrijven over de werkwijze van de bemiddelaars…...