of 59045 LinkedIn

Sleutelrol gemeenten bij transformatie sociaal domein

Gemeenten hebben een lastige, maar cruciale rol bij de daadwerkelijke transformatie van het sociaal domein. Aan de ene kant moet de lokale overheid loslaten, maar aan de andere kant ook inhoudelijke kaders stellen, stimuleren en belemmeringen wegnemen. Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in zijn vandaag uitgebrachte advies ‘Leren innoveren in het sociaal domein’.

Gemeenten hebben een belangrijke, maar lastige rol bij de daadwerkelijke transformatie van het sociaal domein. Aan de ene kant moet de lokale overheid loslaten, maar aan de andere kant ook inhoudelijke kaders stellen, stimuleren en belemmeringen wegnemen. Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in zijn vandaag uitgebrachte advies ‘Leren innoveren in het sociaal domein’.

Valkuil

Vanaf 1 januari zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Jeugdwet en de Participatiewet. Zoals al vaker gezegd, is de transitie slechts een eerste stap van de meest fundamentele staatsrechtelijke herziening sinds Thorbecke. Uiteindelijk gaat het om de transformatie. Het heeft geen zin om het oude systeem te vervangen door een nieuw systeem, zonder dat er echt iets verandert in de organisatie van zorg en ondersteuning, benadrukt de RMO. ‘Dat is de valkuil die de transformatie misschien wel het meeste in de weg staat’, stelt de Raad in zijn advies, dat op verzoek van staatssecretaris Van Rijn (VWS) is uitgebracht. Het proces van transformatie is ‘een van de lastigste beleidsopgaven waarvoor de overheid zich sinds tijden gesteld ziet. Het gaat om het overstijgen van jarenlang ingesleten patronen (niet alleen bij de overheid), van hardnekkige werkwijzen en van allerlei institutionele belangen’.

 

Sleutelrol

Hoe ziet de rol van de overheid er in het sociaal domein uit als zij samenredzaamheid en sociale innovatie als uitgangspunt neemt? En wat kan zij doen om de beoogde transformatie breder ingang te laten vinden? Dit waren de centrale vragen in het RMO-advies. Onder meer op basis van ervaringen van bestuurders, ambtenaren, zorgprofessionals, vrijwilligers, mantelzorgers, hulpvragers en kenniswerkers komt de Raad tot de conclusie dat de overheid een sleutelrol inneemt in een verdere verbreding van het transformatieproces. Hij komt met drie aanbevelingsrichtingen.

 

Meetlat

Gemeenten moeten ten eerste voorkomen dat ze (te veel) sturing te geven aan maatschappelijke

initiatieven. ‘Zij dienen daar juist zo veel mogelijk van weg te blijven. Wat burgers ondernemen is vooral iets van henzelf’, aldus de Raad. Dat is lastig want ‘nieuwe initiatieven passen vaak niet in de bestaande categorieën van ondersteuning, waardoor ze ofwel met argwaan worden bekeken ofwel al snel worden blootgesteld aan allerlei regels’. Om te voorkomen dat initiatieven in de kiem worden gesmoord, adviseert de Raad om initiatieven niet langs de juridische meetlat te leggen, maar langs ‘de meetlat van een toegevoegde maatschappelijke waarde’.

 

Sturen op eindresultaat

Bij maatschappelijke zorg- en welzijnsorganisaties kunnen gemeenten ‘sturen op ruimte geven’, luidt de tweede aanbeveling van de RMO. Inhoud en innovatie moet voorop worden gesteld en maatschappelijke doelstellingen moeten centraal staan. Met andere woorden: gemeenten bepalen het inhoudelijk (eind)resultaat, maar schrijven niet voor hoe dit moet worden bereikt. Gemeenten geven de kaders voor financiering en monitoring; maatschappelijke organisaties kunnen met die randvoorwaarden op zak hun ondersteuningsaanbod ontwikkelen. Zij moeten zelf innovatieve werkwijzen ontwikkelen om zorgvragers te kunnen ondersteunen bij hun hulpvraag. De RMO adviseert gemeenten niet op basis van productie te financieren, maar op basis van populatie en

maatschappelijke doelen.

 

Leren innoveren

Ten derde moeten in de ogen van de Raad processen op gang worden gebracht waarin alle betrokkenen kunnen leren innoveren. ‘Verandering is alleen mogelijk wanneer de zorgen en fricties die transformatie belemmeren een plaats krijgen in het veranderingsproces’, stelt de RMO in zijn advies. ‘Verandering vereist dan ook actie en organisatie.’ Gemeenten, maatschappelijke organisaties en rijksoverheid staan samen aan de lat om verandering ook echt mogelijk te maken. ‘Niet door de verandering af te kondigen en door te voeren, maar door de ruimte te creëren waarin mensen kunnen leren en experimenteren met ‘wat werkt’ en doen wat nodig is.’ Het delen van ervaringen en het creëren van leefomgevingen die mensen uitnodigen vernieuwing uit te proberen, zijn daarbij essentieel.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Rebecca Siebinga (zelfstandige professional) op
De aanbevelingen van de RMO aan gemeenten snijden mijns inziens hout; niet teveel sturing geven aan maatschappelijke initiatieven, inhoud en innovatie voorop stellen, maatschappelijke doelstellingen centraal stellen en ruimte creëren om te leren en te experimenteren. Daardoor komt er een transformatie tot stand. En dan komt de VNG/KING met de ontwikkeling van een "gemeentelijke monitor sociaal domein", compleet met een indicatorenset, aanleverprotocollen en het registreren van aantallen (euro's, mensen. deelnemers etc....). Ik neem er kennis van en verbaas mij slechts...
Door Erik Sons (consultant) op
3D als leerproces oppakken!
Ik denk dat Yolanda de spijker op z'n kop slaat. Het risico bestaat dat gemeenten de zorg gaan dichttimmeren met regels en bemoeizucht, vanuit angst en onzekerheid. Wil een gemeente succesvol worden dan is het m.i. raadzaam de decentralisaties aan te pakken en te zien als leerproces: hoe het zal uitpakken is grotendeels onbekend; je kunt proberen goede kaders en een heldere visie te creëren en vervolgens te monitoren hoe het proces en de resultaten uitpakken. Door dat laatste proactief te doen kun je tijdig bijstellen, zowel in proces als resultaat! Dat vraagt echter wel een nieuwe houding bij ambtenaren en ook bij managers en bestuurders.
Door Pieter Buisman op
En het zou goed zijn daarbij ook over de grenzen van het eigen sociale domein te kijken; veel oplossingen en innovaties liggen daarbuiten of juist op het grensvlak. Dus kom uit je hok. Meer weten? http://www.geldstromendoordewijk.nl/ontdekkingss …
Door Aad Francissen op
Ruimte voor innoveren en sturen op maatschappelijke doelen. Beide best lastige opgaven, zeker in deze tijd van transitie. Voor het sturingsvraagstuk is deze Linked-ingroep in het leven geroepen, om vragen te stellen en uit te wisselen over Sturen in het sociale domein: https://www.linkedin.com/groups?home=&gid=820196 …
Door henk op
Wat een blablabla:
-de daadwerkelijke transformatie
-het sociaal domein.
- loslaten
- stimuleren
- belemmeringen wegnemen.
- de transitie
- de meest fundamentele staatsrechtelijke herziening sinds Thorbecke.
- Uiteindelijk gaat het om de transformatie.
- Het heeft geen zin om het oude systeem te vervangen door een nieuw systeem
- het overstijgen van jarenlang ingesleten patronen -allerlei institutionele belangen



Sleutelrol

Hoe ziet de rol van de overheid er in het sociaal domein uit als zij samenredzaamheid en sociale innovatie als uitgangspunt neemt? En wat kan zij doen om de beoogde transformatie breder ingang te laten vinden? Dit waren de centrale vragen in het RMO-advies. Onder meer op basis van ervaringen van bestuurders, ambtenaren, zorgprofessionals, vrijwilligers, mantelzorgers, hulpvragers en kenniswerkers komt de Raad tot de conclusie dat de overheid een sleutelrol inneemt in een verdere verbreding van het transformatieproces. Hij komt met drie aanbevelingsrichtingen.



Meetlat

Gemeenten moeten ten eerste voorkomen dat ze (te veel) sturing te geven aan maatschappelijke

initiatieven. ‘Zij dienen daar juist zo veel mogelijk van weg te blijven. Wat burgers ondernemen is vooral iets van henzelf’, aldus de Raad. Dat is lastig want ‘nieuwe initiatieven passen vaak niet in de bestaande categorieën van ondersteuning, waardoor ze ofwel met argwaan worden bekeken ofwel al snel worden blootgesteld aan allerlei regels’. Om te voorkomen dat initiatieven in de kiem worden gesmoord, adviseert de Raad om initiatieven niet langs de juridische meetlat te leggen, maar langs ‘de meetlat van een toegevoegde maatschappelijke waarde’.



Sturen op eindresultaat

Bij maatschappelijke zorg- en welzijnsorganisaties kunnen gemeenten ‘sturen op ruimte geven’, luidt de tweede aanbeveling van de RMO. Inhoud en innovatie moet voorop worden gesteld en maatschappelijke doelstellingen moeten centraal staan. Met andere woorden: gemeenten bepalen het inhoudelijk (eind)resultaat, maar schrijven niet voor hoe dit moet worden bereikt. Gemeenten geven de kaders voor financiering en monitoring; maatschappelijke organisaties kunnen met die randvoorwaarden op zak hun ondersteuningsaanbod ontwikkelen. Zij moeten zelf innovatieve werkwijzen ontwikkelen om zorgvragers te kunnen ondersteunen bij hun hulpvraag. De RMO adviseert gemeenten niet op basis van productie te financieren, maar op basis van populatie en

maatschappelijke doelen.



Leren innoveren

Ten derde moeten in de ogen van de Raad processen op gang worden gebracht waarin alle betrokkenen kunnen leren innoveren. ‘Verandering is alleen mogelijk wanneer de zorgen en fricties die transformatie belemmeren een plaats krijgen in het veranderingsproces’, stelt de RMO in zijn advies. ‘Verandering vereist dan ook actie en organisatie.’ Gemeenten, maatschappelijke organisaties en rijksoverheid staan samen aan de lat om verandering ook echt mogelijk te maken. ‘Niet door de verandering af te kondigen en door te voeren, maar door de ruimte te creëren waarin mensen kunnen leren en experimenteren met ‘wat werkt’ en doen wat nodig is.’ Het delen van ervaringen en het creëren van leefomgevingen die mensen uitnodigen vernieuwing uit te proberen, zijn daarbij essentieel.

Door Harald Zegers (begeleider / coach bij transformatie & transitie) op
Wat zal er overblijven van het hoofddoel van de decentralisatie, namelijk ruimte geven aan lokale variatie en maatwerk? In hoeverre is er sprake van échte, gelijkwaardige dialoog over het doel en de vorm van de door (afhankelijke) gemeenten uit te voeren decentralisatietaken? Verwordt de decentralisatie tot een 'dochter-op-kamers-syndroom', namelijk wel op kamers (gemeenten), maar elke avond bellen (centrale overheid)? Hoe lang blijven onze gemeenten de vooral pragmatische decentralisatie van onze centrale politiek en overheid slikken, zónder te gaan stikken? Weten we nog wel dat de decentralisaties geen doel maar een middel zijn?
Lees: 'DE DECENTRALISATIE IN OPENBAAR BESTUREN' Over dunne denkramen, pertinente pragmatiek en ambivalente ambities. 11e ROB lezing 2014 van Wim van der Donk (op persoonlijke titel)
Door Anke Siegers (Expert familiegroepsplannen, kantelen sociaal domein) op
Het is belangrijk dat er niet alleen ruimte wordt gegeven aan professionals, maar er ook kennis wordt toegevoegd over nieuwe manieren van werken voor er een transformatie plaats kan vinden. Dit artikel sluit aan bij dit vraagstuk.https://www.linkedin.com/today/post/article/2014 …