of 59045 LinkedIn

Rol rijk in zorg is mistig

Gemeenten zijn eerstverantwoordelijke geworden op het gebied van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. De rijksoverheid is als systeemverantwoordelijke slechts verantwoordelijk voor kaders en randvoorwaarden. De scheidslijnen zijn volgens de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) nog mistig. Dat schrijven Pauline Meurs (voorzitter) en Albertine van Diepen (senior adviseur) namens de RVS deze week in een essay in Binnenlands Bestuur.
2 reacties

Met de decentralisaties zijn gemeenten eerstverantwoordelijke geworden op het gebied van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. De rijksoverheid is als systeemverantwoordelijke slechts verantwoordelijk voor kaders en randvoorwaarden. De scheidslijnen zijn volgens de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) nog mistig.

Dat schrijven Pauline Meurs (voorzitter) en Albertine van Diepen (senior adviseur) namens de RVS deze week in een essay in Binnenlands Bestuur. Maar al te vaak worden problemen, waarvoor gemeenten nu verantwoordelijk zijn, teruggelegd bij het rijk die op haar beurt de handschoen oppakt.


Verwarring

Dat is op het eerste gezicht behulpzaam en wordt dan ook vaak als aantrekkelijk beschouwd. Denken in termen van systemen belooft ook duidelijkheid over de rol van de overheid in de aanpak van complexe vraagstukken. Verantwoordelijkheden zijn in het systeem begrijpelijk onderscheiden, met de rijksoverheid als integrale, overkoepelende systeemverantwoordelijke. In de praktijk ziet de RVS echter uiteenlopende wijzen waarop systeemverantwoordelijkheid door de rijksoverheid wordt ingevuld. ‘Dat leidt niet tot rolduidelijkheid, maar juist tot verwarring over de rol en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid en het type sturings­instrumenten dat daarbij hoort. Verwarring ook over wat andere partijen in het ‘systeem’ van de systeemverantwoordelijke rijksoverheid kunnen verwachten’, aldus Van Diepen en Meurs.


Ruimte laten

De ene keer beweegt de systeem­verantwoordelijke als strateeg mee met de verschillende partijen aan tafel, de andere keer stelt hij zich op als manager om gestructureerd, maar snel te interveniëren opdat risico’s zo veel en zo vroeg mogelijk worden ingeperkt. ‘Juist bij ingewikkelde vragen is voor alle partijen de verleiding groot om de centrale overheid een leidende rol te geven bij het zoeken naar oplossingen’, constateren ze. Dat leidt in hun ogen echter ook tot inperking van maatschappelijke variëteit in plaats van de ruimte te laten aan anderen.


Lastige gevallen

Over de nieuwe rol van de rijksoverheid als systeem­verantwoordelijke vindt volgens de auteurs nog maar weinig discussie plaats. Dat is problematisch. ‘Ten eerste ligt de focus op het afbakenen en beleggen van verantwoordelijkheden waarmee we ons voor ogen houden dat we de complexe vraagstukken die in de samenleving bestaan ook kunnen beheersen. Met zoiets als systeemverantwoordelijkheid lijkt het alsof er altijd, elders in het systeem nog een vangnet is. Deze focus op afbakening van verantwoordelijkheden leidt nogal eens tot verlies van het zicht op waar het echt om draait: de maatschappelijke problematiek en het leed van mensen. Door het systeem zelf zo centraal te stellen worden situaties die daar niet goed bij passen ‘lastige gevallen’. We zouden er beducht op moeten zijn als beleidsmakers zich vooral gaan bezighouden met het oplossen van problemen van het systeem’, aldus Meurs en Van Diepen. ‘Ten tweede gaat het debat niet over welke organisatie en sturing in de zorg en maatschappelijke ondersteuning wij in Nederland wenselijk vinden. Die discussie zou wel gevoerd moeten worden.’


Aanvaardbare verschillen

Tot slot versluiert het denken in verantwoordelijkheid van systemen de politieke vraag die naar hun oordeel centraal zou moeten staan: welke verschillen vinden we acceptabel en welke niet? Op grond van welke waarden en uitgangspunten is overheidsinterventie te rechtvaardigen? Welke vormen van verschil zijn gewenst en aanvaardbaar en welke niet meer? ‘Juist in tijden van maatschappelijke verschuivingen en verschillende decentralisaties is het van belang dat de ontstane verhoudingen in de organisatie van zorg en maatschappelijke ondersteuning kritisch tegen het licht worden gehouden’, besluiten Van Diepen en Meurs.

 

Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur nr. 10 van deze week.(inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
Een grote transitie als dat van het sociaal domein gaat altijd met problemen gepaard. Aan deze transitie is 10 jaar discussie voorafgegaan. Hoezo is het te snel gegaan?
Wat de Rijksoverheid - alle waarschuwingen uit het werkveld ten spijt - wel mag worden verweten is dat het voor algemeen werkende vraagstukken (bijv. de huishoudelijke hulp) veel te onduidelijk is geweest. Via het stellen van algemeen werkende randvoorwaarden had hiermee veel onnodige verjuridisering kunnen worden voorkomen.
Door Gepensioneerd (Gepensioneerde) op
Het proces is m.i. te snel gegaan, waarbij de lokale overheden voor voldongen feiten zijn gesteld. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat er van alles mis gaat.