of 59221 LinkedIn

Reserves ‘sociaal’ voor barre tijden

De overschotten op de Wmo en jeugd zullen afnemen. Omdat gemeenten ruimhartiger gaan indiceren en omdat het macrobudget de komende vier jaar met 700 miljoen euro daalt. De tekorten op werk en inkomen blijven, maar worden wel iets minder.

De overschotten op de Wmo en jeugd zullen afnemen. Omdat gemeenten ruimhartiger gaan indiceren en omdat het macrobudget de komende vier jaar met 700 miljoen euro daalt. De tekorten op werk en inkomen blijven, maar worden wel iets minder.

Overschotten zorg en jeugd geen blijvertje

‘Een aantal gemeenten heeft al bekend gemaakt ruimhartiger te gaan indiceren en de tot nu toe gevraagde eigen bijdragen te verlagen of zelfs af te schaffen. Andere gemeenten zullen volgen’, verwacht Leo Aarts, partner bij APE Public Economics. ‘De gerealiseerde overschotten bieden ook financiële ruimte om bij de inkoop hogere kwaliteitseisen te stellen. Gemeenteraden en cliëntenraden zullen daarop aandringen. Dat alles zal leiden tot hogere uitgaven en dus lagere overschotten.’

Bovendien is de komende vier jaar een daling voorzien van 700 miljoen euro op het macrobudget. ‘Ook daardoor zullen de overschotten dalen.’ De tekorten bij werk en inkomen komen de komende jaren wel terug, maar zullen kleiner zijn dan de 400 miljoen over vorig jaar. ‘Hiervan was 200 miljoen euro toe te schrijven aan een tekort op de bijstandsuitkeringen, maar over de jaren is het macro-budget voor de bijstandsuitkeringen steeds ongeveer gelijk aan de lastenontwikkeling. De andere 200 miljoen zit in de hoek van de sociale werkvoorziening. Daar zullen voorlopig nog wel tekorten blijven bestaan’, verwacht Aarts.

Totaal ander licht
De verontwaardiging over het overschot van 1,2 miljard euro (zie kader) is groot. Net zoals in het voorjaar overigens toen onderzoek van Binnenlands Bestuur en NOS Journaal een veel lager overschot op de zorg en jeugd (310 miljoen) voorspelde. Bij verantwoordelijstaatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) roept het wel heel forse overschot vragen op. ‘Zijn gemeenten extra voorzichtig geweest in het eerste jaar? Hoe pakt dit uit voor individuele gemeenten? We moeten daar samen met gemeenten snel induiken. In ieder geval werpt dit een totaal ander licht op de signalen van sommige gemeenten die denken dat ze geld tekort komen voor Wmo en Jeugd. Daarmee voeren we voortaan een ander gesprek’, aldus Van Rijn in een reactie. Gemeentekoepel VNG benadrukt dat er zeker verschillen tussen gemeenten zijn; de ene houdt geld over terwijl de andere met tekorten kampt.

Reservepotjes
De overschotten op de Wmo en jeugdhulp blijven overigens grosso modo behouden voor de zorg; zij worden veelal toegevoegd aan een speciale reserve sociaal domein. Ook worden met de overschotten tekorten elders in het sociaal domein opgevangen, zo blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur onder ambtenaren die werkzaam zijn in het sociaal domein, uitgevoerd door I&O Research. Slechts een klein percentage van de ambtenaren geeft aan dat het overschot in de algemene reserve terecht is gekomen. Het overschot wordt gereserveerd voor 2016 en later, zo stelt ook de VNG. En dat is in haar ogen geen overbodige luxe. Dit jaar voerde het rijk al een budgetkorting door en volgend jaar komt daar een nieuwe korting van 400 miljoen euro bovenop.

Aarts (APE) heeft verschillende verklaringen voor de overschotten versus tekorten. Gemeenten sturen ten eerste op een sluitende begroting voor het hele domein. ‘Bijstandsuitkeringen en sw-verplichtingen zijn relatief ‘harde’ verplichtingen die voor de gemeenten moeilijker beïnvloedbaar zijn dan de ‘zachtere’ zorguitgaven zoals wachttijden en vermindering van uren. Negatieve financiële vooruitzichten in de harde component (werk en inkomen) leiden mogelijk tot extra voorzichtigheid in de zachtere component. Daar blijft dan macro geld over.’ Veel gemeenten hebben daarnaast ingezet op strengere indicatie, om het risico op financiële tekorten te voorkomen. ‘Wellicht strenger dan nodig gelet op de beschikbare budgetten. Een deel van de overschotten is naar mijn mening te wijten aan deze financiële voorzichtigheid.’ Daarnaast zijn de macrobudgetten ‘aan de ruime kant gebleken’ en is de verdeling van het macrobudget her en der scheef.

‘Het gevolg daarvan is dat gemeenten die relatief ruim in middelen zitten het budget niet opmaken, terwijl gemeenten die relatief krap bemiddeld zijn hun best doen de uitgaven binnen het relatief lage budget te houden. Bij een flink aantal lukt dat, met als gevolg dat er, per saldo, geld over blijft.’ Ook is het inkoopeffect groter geweest dan bij de vaststelling van het macrobudget werd verwacht. ‘Veel gemeenten hebben flinke besparingen gerealiseerd door scherp in te kopen, volgens sommigen te scherp.’ Daarnaast blijkt dat veel van de onder de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) afgegeven indicaties niet meer actueel zijn; ofwel de situatie is verbeterd dan wel verslechterd. In het eerste geval is zorg niet meer nodig en in het tweede geval wordt de zorgbehoevende naar de Wet langdurige zorg (Wlz) ‘doorgeschoven’. Gemeenten hebben in beide gevallen voor die zogeheten overgangs cliënten lagere zorguitgaven dan verwacht.

Knelpunten
Ondanks de forse overschotten over 2015 geeft 77 procent van de ambtenaren in het BB-onderzoek aan dat er zich volgend jaar (grote) knelpunten gaan voordoen. De grootste knelpunten verwachten zij in de jeugdzorg (46 procent), waarbij het budget als belangrijkste probleem wordt genoemd. Minder zorgen maken ze zich over de Participatiewet (21 procent) en nog minder ambtenaren (16 procent) maken zich zorgen over de Wmo. Het budget wordt bij de Participatiewet door ambtenaren als op een na belangrijkste knelpunt voor 2017 genoemd. Aarts snapt dat ambtenaren zich met name zorgen maken om de jeugdzorg en het minst om de Wmo. ‘De stuurbaarheid van de jeugdzorguitgaven is veel kleiner. De bedragen per cliënt zijn in de jeugdzorg gemiddeld groter en de aanspraken ‘harder’, na bijvoorbeeld medische indicaties. De uitgaven zijn hierdoor moeilijker beheersbaar. Dit leidt bij de ambtenaren tot zorgen.’ Hij wijst er tevens op dat er weliswaar macro bij de jeugdzorg geld overblijft, maar dat een behoorlijk aantal gemeenten een tekort heeft en een nog groter aantal vreest voor een tekort in de toekomst.


Overschot van 1,2 miljard
Over 2015 noteerden gemeenten een overschot van bijna 1,2 miljard euro op hun budget voor de Wmo en jeugdzorg en een tekort van bijna 400 miljoen euro op de Participatiewet, meldde het CBS maandagmiddag. Het baseert zich op de financiële gegevens die gemeenten over 2015 (verplicht) hebben aangeleverd. De (toen nog) 393 gemeenten gaven vorig jaar bijna 800 miljoen euro minder uit dan zij voor de uitvoering van de Wmo 2015, Jeugdzorg en de Participatiewet ontvingen. Per saldo hebben gemeenten vorig jaar 3,2 procent van het totale budget van 24,4 miljard overgehouden, volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.