of 59236 LinkedIn

‘Pas sociale paragraaf aan’

Op drie bijeenkomsten om het bestuursakkoord met het Rijk uit te leggen, kreeg het VNG-bestuur van de leden drie keer dezelfde boodschap in de oren getoeterd: pas de sociale paragraaf aan.

Op drie bijeenkomsten om het bestuursakkoord met het Rijk uit te leggen, kreeg het VNG-bestuur van de leden drie keer dezelfde boodschap in de oren getoeterd: pas de sociale paragraaf aan.

In Haarlem, Zwolle en Den Bosch gaven lokale bestuurders deze week lucht aan hun zorgen over de principe- afspraken die het VNG-bestuur met het kabinet heeft gemaakt over de onderkant van de arbeidsmarkt en de sociale werkplaatsen. VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma liet zich in Haarlem ontvallen dat daar een oplossing voor moet komen, ‘waarbij het goede van het akkoord behouden blijft.’ Of dat betekent dat ze opnieuw naar de onderhandelingstafel gaat, is onduidelijk. Eerder liet ze weten dat het bereikte onderhandelaarsakkoord een totaalpakket was, waar geen steen uit te halen valt. In haar woorden: het is slikken of stikken.

De gemeenteraad van Nijmegen heeft het college desalniettemin opgedragen bij het VNG-bestuur aan te dringen op aanpassing van de sociale paragraaf. Nijmegen is één van de gemeenten die op de ledenvergadering van de VNG op 8 juni tegen het bestuursakkoord zal stemmen.

Een keur van grote en kleine gemeenten wijst het akkoord af: deze week sloten onder andere Arnhem, Druten, Smallingerland, Beuningen, Schagen, Doesburg, Maastricht, Hengelo en Wageningen zich aan bij het ‘nee-kamp.’

Klik hier voor de actuele ontwikkelingen

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Anton van Haperen (lid PvdA fractie Provinciale Staten van Zeeland) op
In de commotie bij VNG rondom de voorlopige bestuursakkoorden tussen het Rijk en de andere overheden wil ik er op wijzen dat deze akkoorden ook op het gebied van de waterkeringszorg een belangrijk controversieel element bevatten. Het Rijk wil de zorg voor de primaire waterkering overdragen aan de waterschappen. Daarbij gaat het niet alleen om een overdracht van het feitelijk beheer. Het is de bedoeling dat ook de financiering van het Rijk naar de waterschappen gaat. Op korte termijn volgens een 50/50-verdeling; op langere termijn wil het Rijk de primaire waterkeringen geheel voor rekening laten komen van de waterschappen. De nationale solidariteit op het gebied van waterkeringszorg is hier in het geding. Het kan niet zo zijn, dat dunbevolkte gebieden met veel waterkeringen, zoals Zeeland en delen van het rivierengebied alleen moeten opdraaien voor de kosten van het dijkonderhoud. Hoewel Zeeland weinig snelwegen en spoorlijnen heeft, is het vanzelfsprekend dat Zeeuwen meebetalen aan de kosten van deze landelijke infrastructuur. Net zo vanzelfsprekend moet het zijn dat bewoners van de hogere en dichter bevolkte delen van Nederland meebetalen aan het onderhoud van alle primaire waterkeringen. In het bestuursakkoord Water wordt deze solidariteitsgedachte weliswaar met de mond beleden, maar de concretisering blijft vaag en niet effectief. Er zou geen onevenredige verschuiving van lokale lasten mogen optreden. Daartoe wordt gesproken over mogelijke verevening tussen waterschappen, die uiterlijk in 2014 in wetgeving zal worden vastgelegd. Ik stel vraagtekens bij deze oplossing. Allereerst bevat het bestuursakkoord een open eind. Er is immers niets opgenomen voor het geval de verevening in 2014 niet is geregeld of om een andere reden niet doorgaat. En waarom moeten straks 25 waterschappen geld gaan innen en via ongetwijfeld ingewikkelde vereveningsformules met elkaar gaan verrekenen? De geloofwaardigheid van deze constructie is in het geding. Aan een bewoner van de Veluwe of Twente valt niet uit te leggen waarom hij aan zijn waterschap zou moeten gaan betalen voor het onderhoud van primaire waterkeringen in andere delen van het land. Dat is iets voor de minister van Infrastructuur en niet voor de ‘dijkgraaf’ van de Veluwe. De financiering van de waterkeringszorg is nu via de nationale overheid eenvoudig en voor de burger begrijpelijk geregeld. In een tijd waar vermindering van bestuurlijke drukte en overbodige regelgeving centraal staan, vraagt nationale solidariteit om nationale financiering.