Wachtlijsten jeugdzorg blijven probleem
Flevoland, Zeeland en Zuid-Holland hebben relatief hoge wachtlijsten, zo blijkt uit de inventarisatie over het derde kwartaal van 2007. Drenthe en Haaglanden hebben het aantal wachtenden op jeugdzorg in die periode stabiel weten te houden. Groningen is de enige provincie die de wachtlijst naar beneden wist te brengen.
In totaal wachtten op 1 oktober 2007 in Nederland 4100 kinderen langer dan negen weken op provinciale jeugdzorg, een stijging van 793 kinderen ten opzichte van 1 juli. Zuid-Holland stond op kop met 604 wachtenden. In juli waren dat er nog 427. Drenthe heeft de kortste wachtlijst. Daar wachtten in oktober 13 kinderen op zorg.
Het oplopen van de wachtlijst verklaart de minister uit een toename van de vraag naar jeugdzorg. Maar sommige provincies zijn ondanks deze groeiende vraag toch in staat tijdig zorg te bieden, schrijft hij aan de Tweede Kamer. Op basis van de Wet op de jeugdzorg zijn provincies zelf verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende aanbod in de jeugdzorg. Op die verantwoordelijkheid gaat de minister ze aanspreken.
Ook het aantal gezinnen dat wacht op een onderzoek bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), verschilt sterk per regio. In Drenthe, Utrecht, Zuid-Holland en Haaglanden waren deze wachtlijsten op 1 oktober 2007 weggewerkt, terwijl deze in Rotterdam en Groningen juist waren verdubbeld.
Het Kabinet heeft dit jaar 865 miljoen euro uitgetrokken voor de provinciale jeugdzorg. Daarvan was 56 miljoen euro beschikbaar gesteld, nadat uit de cijfers per 1 juli 2007 was gebleken dat de vraag was toegenomen.
Zie ook: Ondoorgrondelijke wachtlijsten (29/06/2007)