Voetbalwet stuit op scepsis
Na 17 jaar discussiëren kunnen gemeenten, politie en Justitie aan de slag met de Voetbalwet. De wet reikt veel verder dan het voorkomen en bestrijden van geweld in en om de stadions. De maatregelen zijn ook van toepassing voor grootschalige evenementen. Zo kan de wet nuttig zijn om op te treden tegen relschoppers tijdens de jaarwisseling of tegen intimiderende hangjongeren. De wet voorziet ook in maatregelen tegen overlastgevende jongeren onder de 12 jaar.
De eerste reacties van gemeenten op het aannemen van de wet zijn positief. Er ligt nu tenminste een Voetbalwet. Maar de meeste aarzelen of ze de bevoegdheden zullen benutten. Een groot deel is nog bezig de wet te vertalen naar de praktijk.
‘Amsterdam is nog druk doende de wet uit te werken’, klinkt het vanuit de hoofdstad. Tilburg: ’Hoewel we eigenlijk al veel van de maatregelen kunnen nemen via de APV, beschouwen we de wettelijke regelingen als een steun in de rug. Maar verwacht geen spectaculaire ommezwaai.’
Burgemeester Van Gijzel van Eindhoven vindt vooral ‘het signaal dat er van de wet uitgaat prima’. Ook hij heeft ‘twijfel of hij de wettelijke bevoegdheden gaat gebruiken’. In Eindhoven wordt ‘gestudeerd hoe een en ander in de praktijk kan worden uitgewerkt’.
Strafbaar
Officieel gaat het om de ‘Wet ter bestrijding van voetbalvandalisme en ernstige overlast’. In die wet staat onder meer dat een burgemeester een omgevings- en contactverbod kan opleggen. Het is ook mogelijk een (potentiële) raddraaier te verplichten zich op een bepaald tijdstip ergens te melden. In de wet worden voorbereidingen strafbaar gesteld. Een telefoontje van een ‘supporter’ van de harde kern van Feyenoord met een Ajaxhooligan met cryptische afspraken om met elkaar op de vuist te gaan, kan al aanleiding zijn om ze op te pakken.
Woordvoerder Ruud van Bennekom van het Genootschap van Burgemeesters vindt het een goede zaak dat naast de gemeente het Openbaar Ministerie meer bevoegdheden krijgt. De officier van justitie kan net als de burgemeester een gebiedsverbod opleggen en ook een meldingplicht. Daaraan gekoppeld kan het OM de relschopper een verplichte behandeling van zijn agressie of andere stoornissen opleggen.
Van Bennekom: ‘We zijn niet tegen het neerleggen van meer bevoegdheden bij de burgemeester. We zijn in het algemeen huiverig voor het ophopen van repressie bij de burgemeester. Daarom is het goed dat het OM ook een belangrijke rol krijgt toebedeeld.’
Hooligan-nomaden
Peter den Oudsten, burgemeester van Enschede: ‘Een voordeel van de wet is dat het een goede wettelijke basis geeft om preventief op te treden.’ Daarop laat hij meteen volgen: ‘Of de wet uitvoerbaar is, dat moet je afwachten. De kracht hangt af hoe goed de communicatie binnen de keten politie, bestuur en OM is.’
Met landskampioen FC Twente binnen de gemeentegrenzen verwacht Den Oudsten dat het ordeprobleem in Enschede zal toenemen. ‘Meestal gaat het hier redelijk goed. Maar ook wij krijgen steeds meer te maken met rondreizende herrieschoppers.’ Den Oudsten doelt op het fenomeen Hooligannomaden. Voetbal is voor deze relzuchtigen al lang niet meer het enige middel om met elkaar de confrontatie aan te gaan. Ze richten zich niet op een rivaliserende groep maar op de politie, zoals in Hoek van Holland begin dit jaar.
Den Oudsten: ´Die tendensen vragen een nog betere informatiepositie ten opzichte van relschoppers dan we nu hebben. Niet alleen lokaal via wijkagenten, jongerenwerkers en voetbalclub. Het vereist ook een goede uitwisseling van intelligence tussen gemeenten en politiekorpsen.’
Strategie neemt in belang toe, weet de burgemeester. ‘Soms is het beter helemaal niet op te treden. Bij het kampioensfeest van FC Twente vroegen ze aan me: moet je geen noodverordening uitvaardigen? Ik vond van niet. Het moest een feest worden. Een noodverordening heeft meteen zo’n grimmige uitstraling. Er waren 70 duizend feestvierders in de binnenstad, er is geen ruit stukgegaan.’
Maar het kan ook anders, beseft Den Oudsten. Toen Olympique Marseille op bezoek kwam, waarschuwde de Franse politie. Er waren groepen zonder kaartje en praktisch zonder geld op weg naar Enschede voor een pittige kloppartij. ‘Toen heb ik wel de noodverordening ingesteld. Die geeft de mogelijkheid tot preventief fouilleren.’ Het resultaat was dat de politie allerlei wapens zoals ijzeren staven in beslag kon nemen en de politie de Franse raddraaiers de stad uit konden zetten. Den Oudsten: ‘In zulke gevallen heb je aan de huidige bevoegdheden genoeg.’
Handhaving
Jan de Jonge volgt al jaren de ontwikkeling van de Voetbalwet. De burgemeester van Heerenveen vindt het spijtig dat de nu aangenomen wet geen stevigere strafmaten heeft. ‘De strafmaat is geënt op een tijd, waarin een kermisklant die amok maakt, een dag in de cel kon worden gezet. Nu gooien ze met stenen, organiseren zich, richten vernielingen aan en nog steeds kan je ze maar één dag vasthouden.’
De Jonge denkt dat een gebiedsverbod en meldplicht kunnen bijdragen aan het beteugelen van rellen. ‘Met als kanttekening dat ik beducht ben voor problemen in de handhaving. Wie moet dat allemaal controleren en uitvoeren. De politie?’ Aleid Wolfsen maakte als Tweede Kamerlid mee hoe zijn collega Jan Rijpstra (VVD) rond 2004 probeerde een Voetbalwet tot stand te brengen. Tevergeefs.
De overgrote meerderheid vond dat burgemeesters met de noodverordening en het noodbevel voldoende mogelijkheden hadden. En er was toch ook de maatregel van bestuurlijke ophouding, waarmee de burgemeester groepen kan vastzetten om zo ordeverstoringen te voorkomen of te beëindigen?
Nu als burgemeester van Utrecht zegt Wolfsen de nieuwe wet vooral te zien als goede aanvullingen op de APV. ‘De verboden die je kunt opleggen zijn een stuk ruimer.’ Voor het optreden rond FC Utrecht zal de wet niet veel veranderen. Maar zijn handen jeuken om de bevoegdheden in te zetten op Kanaleneiland en andere Utrechtse wijken waar sprake is van ernstige overlast en dreiging. Wolfsen ziet ook gevaren. Voor een effectief optreden volgens de nieuwe wet, is het van belang dat het overleg tussen burgemeester en officier van justitie optimaal is.
‘Als de officier een gedragsaanwijzing geeft, is de burgemeester niet langer bevoegd een bevel te geven’, legt Wolfsen uit. Als de officier later toch tot een verbod besluit, moet de burgemeester zijn bevel intrekken. Wolfsen: ‘Ja, er kunnen complexe situaties ontstaan.’
Gerrit van de Kamp van de politievakbond ACP, oordeelt dat de wet te beperkt is. ‘Een burgemeester kan volgens de nieuwe wet alleen een stadion- of gebiedsverbod in de eigen gemeente opleggen.’ Met andere woorden: een Feyenoordhooligan die zich in Amsterdam bij Ajax misdraagt, kan dat daarna in Utrecht, Tilburg en Groningen weer doen.
‘En het is maar de vraag of burgemeesters de instrumenten allemaal wel zullen inzetten. Dat denken wij niet. Dat geeft uiteindelijk een rechtsongelijkheid.’ De meldingsplicht ziet hij ook nog niet voor zich. De hele week door hooligans op het bureau laten komen om zich te melden? ‘Van dat beeld word je niet vrolijk.’
Namens de Raad van korpschefs waarschuwt Frank Paauw voor overspannen verwachtingen. ‘De wet gaat ons wel helpen deze hooligans te bestrijden, maar lijkt niet op de Engelse Voetbalwet, die is veel ingrijpender.’ Begrijpelijk, vindt hij. In Engeland is, nadat er bijna tweehonderd doden vielen, een massieve wet gekomen.
‘Daar zijn rechters bijvoorbeeld verplicht een sanctie op te leggen en kunnen ze ook veroordelen op zogenaamde “zachte informatie”. Dat gaat in Nederland veel te ver. In ons land is het geweld ook veel minder heftig. Al heb je hier ook uitbarstingen.’
Omaatje
Een hooligan is in Engeland bestempeld tot een echte paria, weet Paauw. ‘De straffen zijn veel zwaarder dan hier. De uitvoering ervan is zonder pardon. Ze krijgen een landelijk stadionverbod, een contact- c.q. omgevingsverbod voor alles dat met voetbal met maken heeft en een uitreisverbod voor het buitenland.’
Dat is in de Nederlandse wet milder. ‘3 maanden tot 1 jaar als maximum strafeis voor het overtreden van het stadion- of omgevingsverbod. Naast het bestaande stadionverbod kan gescheiden een omgevings- en/of contactverbod opgelegd worden. Dat zullen wij zeker adviseren. Wat ons betreft ook op niet-speeldagen van de club. Dergelijke hooligans moet je ook het supportershome afnemen.’
Preventief ingrijpen
Met de ‘Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast’, krijgen burgemeesters bevoegdheden om preventief in te grijpen. Ze kunnen een groepsverbod en/of een meldplicht opleggen. Een bevel duurt 3 maanden en kan drie keer verlengd worden tot maximaal 1 jaar. Voorbereidingshandelingen tot rellen zijn strafbaar.
Daarnaast kunnen burgemeesters een avondklok instellen voor kinderen onder de 12 jaar en een gebiedsverbod opleggen aan ordeverstoorders. Minderjarigen moeten dan op bepaalde tijden thuis zijn. Als vrees bestaat voor herhaling, kan de officier van justitie een gebiedsverbod (en/of meldingsplicht), een contactverbod of het verplicht volgen van een behandeling tegen agressie of verslaving opleggen.
De gedragsaanwijzing loopt vooruit op de strafrechtelijke afhandeling door de rechter. Burgemeester en officier van justitie moeten onderling afspreken wie in welk geval optreedt. De Gemeentewet kent nu al de noodverordening en het noodbevel. Als ernstige ordeverstoringen worden verwacht, kan de burgemeester aanwijzingen geven, bijvoorbeeld een gebiedsverbod.
Het noodbevel gaat verder en is gericht op één of meer mensen. Niet opvolgen van een verordening is een overtreding, negeren van het noodbevel een misdrijf. De KNVB kan een landelijk stadionverbod opleggen. Ook de rechter kan dat, maar die doet dat sporadisch.
'Wassen neus'
‘Hadden we nu de Voetbalwet maar gehad’, verzuchtte voorzitter Henk Kesler van de KNVB in april, vlak voor de bekerfinale in Rotterdam. De bondsbestuurders zag zich uit vrees voor geweld, genoodzaakt de finale tussen Ajax en Feyenoord over twee wedstrijden te verspelen zonder uitpubliek.
‘Daarmee schetst hij een fout beeld van de Voetbalwet’, zegt de Groningse hoogleraar rechtswetenschap Jan Brouwer. ‘Daarmee suggereerde hij dat het om een soort Engelse Voetbalwet gaat. Dat wil zeggen, een wet die vergaande bevoegdheden bevat om het hooliganisme en de hooligans effectief te bestrijden. Dat is echter - hoe pijnlijk ook om vast te stellen - een misvatting. De hooligans kunnen vooralsnog zorgeloos door het leven gaan’.
Brouwer noemt de Nederlandse wet een ‘panacee’ en een ‘slap aftreksel’. Hij denkt zelfs dat de wet het optreden van burgemeesters minder daadkrachtig maakt. De burgemeester moet volgens de Voetbalwet wachten tot de officier van justitie heeft beslist of een raddraaier strafrechtelijk wordt aangepakt. ‘Dat houdt maar op.’
Het stadionverbod dat een burgemeester kan opleggen, stelt niets voor, vindt Brouwer. ‘Het is een wassen neus. Een burgemeester kan zo’n verbod alleen opleggen aan een relschopper die in zijn stad rotzooi heeft getrapt in zijn stadion. De volgende week kan de hooligan in een andere speelstad de boel weer op stelten zetten.’
Er kunnen nu al landelijke stadionverboden opgelegd worden door de KNVB. Dat gebeurt heel weinig. ‘En die werken niet’, weet Brouwer. ‘De controles door de clubs zijn zo lek als een mandje.’ Daarom had de Voetbalwet niets kunnen betekenen voor het spelen van de bekerfinale dit jaar, weet Brouwer.
In de praktijk zal de Voetbalwet sporadisch uit de kast worden gehaald, voorspelt Brouwer. ‘De burgemeester zal grijpen naar zijn eigen APV en daaruit omgevingsverboden inzetten.’ De hoogleraar heeft om de helpende hand toe te steken de zelfgemaakte Voetbalverordening in de aanbieding: een eenvoudige modelverordening, compleet met juridische basis, bevelen en sancties.
Zie Brouwers modelverordening: www.binnenlandsbestuur.nl/voetbalverordening
Reactie op dit bericht