Provincies verstevigen greep op jeugdzorg
De provincie Utrecht stuurde dit voorjaar met behulp van de rechtbank de directeur naar huis wegens vermeend malfunctioneren. In Noord-Holland stapte de directie van Bureau Jeugdzorg zelf op toen het provinciebestuur het vertrouwen had opgezegd in de leiding. Noord-Brabant, ten vierde, wees een interim- directeur aan om orde op zaken te stellen, toen bleek dat onder andere door mismanagement de wachtlijsten bij het meldpunt kindermishandeling snel opliepen.
Inhoudelijk zijn de casussen slecht of zelfs helemaal niet vergelijkbaar. Maar dat ze zich zo relatief kort na elkaar voordoen is een teken aan de wand. De Wet op de jeugdzorg is bijna drie jaar geleden ingevoerd. Sinds dat moment zijn de provincies verantwoordelijk voor het functioneren van de jeugdzorg en politiek aansprakelijk als er bijvoorbeeld wachtlijsten ontstaan. De provincies zijn daarbij in grote mate afhankelijk van de Bureaus Jeugdzorg, die de toegang tot de zorg regelen. Sinds de Wet op de jeugdzorg van kracht is, fungeren Bureaus Jeugdzorg als toegangsportalen tot daadwerkelijke hulp.
Het heeft even geduurd voor alle partijen aan hun nieuwe rollen gewend waren, maar het lijkt erop dat de kat inmiddels aardig uit de boom is gekeken. De hiervoor genoemde incidenten duiden er op dat de provincies zich een actieve(re) rol beginnen aan te meten. Ze nemen minder vaak genoegen met de afstandelijke rol van de subsidieverlener die eens per jaar een rapport ontvangt over de wijze waarop geld is besteed. De provincies bemoeien zich steeds meer met de inhoud, ze stellen vaker de vraag waarom de Bureaus Jeugdzorg de dingen die ze doen zo hebben gedaan.
Gezien de grote maatschappelijke druk die op de jeugdzorg is komen te liggen, is deze ontwikkeling niet verwonderlijk. Geen gedeputeerde wil politiek verantwoordelijk zijn voor een nieuwe Savanna, de Alphense peuter die zo jammerlijk aan haar einde kwam nadat allerlei instanties langs elkaar heen hadden gewerkt. Ook de constante en steeds weer terugkerende ophef over wachtlijsten draagt ook niet bepaald bij aan een ontspannen sfeer.
De belangen van de provincies bij het functioneren van Bureaus Jeugdzorg zijn immens. Aanbieders van jeugdzorg zijn er genoeg, wanneer een provincie over de geboden hulpverlening niet tevreden is, kan ze in theorie overstappen naar andere aanbieders. Van het Bureau Jeugdzorg is er in elke provincie en stadsregio maar één. Als dat niet functioneert, loopt het hele systeem vast, met alle gevolgen van dien.