Politie gaat alle risicokinderen signaleren
Van alle kinderen die als dader, slachtoffer of getuige in de politiedatabestanden staan, wordt een risicoprofiel gemaakt. De politie brengt in kaart welke kinderen gedrag vertonen dat wijst op problemen: spijbelen, pesten, rondhangen, vuurtje stoken, dierkwelling, alcohol- of drugsgebruik, geweld en agressie, enzovoort. Er wordt ook gekeken naar het aantal keren dat een kind als verdachte met de politie in aanraking is gekomen en naar de zwaarte van de delicten. De gegevens worden gekoppeld aan informatie over de thuissituatie: heeft het kind een criminele ouder, broer of zus, of is er sprake van huiselijke ruzies of geweld.
Uiteindelijk krijgt ieder kind een code: wit staat voor geen risico, geel voor opkomend risico, oranje voor probleemkind of probleemgezin en rood is de hoogste alarmfase. Voor de risicokinderen volgt een hulpverleningstraject. ‘De winst van dit landelijke systeem is dat het signaleren van risicokinderen niet meer van toevalligheden afhangt’, zegt woordvoerder Frank van Wassenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Dat is nu wel het geval, bijvoorbeeld als een wijkagent een kind onder de aandacht brengt.’
Van alle kinderen tot en met twaalf jaar die met de politie in contact komen, komt een kleine vier procent in de criminaliteit terecht, zo blijkt uit een proef die drie politiekorpsen in Gelderland hebben gehouden. Tijdens de proef zijn in een jaar tijd de gegevens van 2932 kinderen in de politiecomputers bekeken. Een kleine 40 procent (1147 kinderen) kwam in de categorie wit (geen risico) terecht, 23 procent (681 kinderen) kreeg de code geel (opkomend risico), 34 procent (991 kinderen) oranje (probleem) en 113 kinderen kregen rood. Maar deze laatste vier procent is wel verantwoordelijk voor meer dan 60 procent van de jeugdcriminaliteit.
De Radboud Universiteit Nijmegen heeft het systeem wetenschappelijk onderzocht. Het blijkt betrouwbaar te zijn en de voorspellende waarde van de methode is aangetoond. Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) stelt 270 duizend euro beschikbaar voor het systeem, dat in het najaar van 2009 operationeel moet zijn.