Overheid maakt korte metten met eikenprocessierups
De Plantenziektekundige Dienst in Wageningen verwacht dit jaar een plaag die minstens zo omvangrijk zal zijn als in 1996, toen de overlast van eikenprocessierupsen aanzienlijk was. De haartjes van de rups veroorzaken irritaties van de huid en luchtwegen. Tot vorig jaar bestreden de overheden de rups pas wanneer er sprake was van overlast. De rupsen werden dan weggebrand of weggezogen. Vanaf dit voorjaar wordt er een nieuwe methode beproefd: populaire plekken voor eikenprocessierupsen worden preventief in mei besproeid met het natuurlijke bacillus thuringiensis (‘BT’) . Als de rupsen deze bacil al etend binnenkrijgen, sterven ze. Nadeel is wel dat zo alle rupsen sterven, dus ook de rupsen die geen overlast veroorzaken.
De eikenprocessierups komt sinds 1983 voor in Nederland, aanvankelijk vooral in Brabant en Limburg, maar sinds enkele jaren ook in Gelderland, met name rond Nijmegen. De provincie Brabant informeert haar gemeenten dit jaar actief over de bestrijding van de eikenprocessierupsen en brengt daarbij ook het natuurlijke BT onder de aandacht. Limburg adviseert gemeenten op verzoek en zet dit jaar ook het biologische middel op grotere schaal in. ‘Vorig jaar heeft Rijkswaterstaat langs een aantal wegen een proef genomen met dit middel en dat bleek heel succesvol’, aldus een provinciewoordvoerder.
Ook Gelderland gaat BT gebruiken op vier bekende ‘haarden’ langs provinciale wegen. ‘De ouderwetse bestrijdingsmethoden hebben nogal wat nadelen’, zegt beleidsmedewerker Wietze Bruggink. ‘Het wegbranden blijkt niet altijd afdoende en zorgt soms voor ongewenste bermbranden. En de afgezogen rupsen moeten vijf jaar blijven afgedekt in een diep gat. Pas dan zijn de brandhaartjes uitgewerkt. Bovendien krijgen de bestrijders zelf veel last van irritatie. Daarom is preventief spuiten met een biologisch middel een aantrekkelijk alternatief.’