Opvoedingshulp kan het beste via school
Allochtone ouders en kinderen maken nauwelijks gebruik van preventieve opvoedingsondersteuning, terwijl dezelfde groep oververtegenwoordigd is in de verplichte hulpverlening door Jeugdzorg en in de justitiële jeugdinstellingen. Ze krijgen dus pas hulp als het in feite al te laat is. In zijn recent gepubliceerde boek, Schaamte en strategisch handelen. Opvoeding in Marokkaanse en Turkse gezinnen, schetst Ibrahim Yerden, cultureel antropoloog van Turkse afkomst, wat voor problemen allochtone ouders ervaren. Yerden werkt bij adviescentrum Primo NH en is verbonden aan het onderzoeksinstituut IMES.
Volgens hem kunnen allochtone ouders door hun migratieachtergrond nauwelijks teruggrijpen op hun eigen opvoeding. Dit gecombineerd met een gebrek aan kennis van de Nederlandse samenleving maakt het opvoeden voor sommigen tot een herculische taak. Zo beschrijft Yerden het schrijnende dilemma van een Marokkaanse vader die niets begrijpt van computers of internet en als de dood is dat zijn zoon via de computer met de verkeerde mensen in contact komt. Tegelijk weet hij hoe belangrijk dat apparaat is voor diens opleiding. Het gevolg: soms slaat hij uit angst en woede de computer van zijn zoon kapot, om kort daarna toch maar weer een nieuwe te kopen.
Waarom zoeken Turkse en Marokkaanse ouders nooit hulp of begeleiding?
‘Opvoeden wordt binnen de Marokkaanse en de Turkse gemeenschap gezien als een familie-aangelegenheid, waarmee buitenstaanders zich niet bemoeien. De schaamtecultuur is een belangrijke factor: hulp vragen betekent toegeven dat het niet goed gaat met je kind. Maar het grootste obstakel is het wantrouwen dat ze koesteren tegen jeugdzorg en andere hulpverleningsinstanties. Via het roddelcircuit horen ze angstaanjagende verhalen over kinderen die zomaar uit huis geplaatst worden. Ze zijn bang dat zoiets hen ook overkomt. Ze zijn ervan overtuigd dat ze gestigmatiseerd worden als slechte ouders, vanwege alle negatieve berichtgeving over allochtone jongeren.’
Wat doen we daaraan?
‘De enige manier om allochtone ouders te bereiken is, denk ik, via een positieve benadering. De boodschap moet zijn: opvoeden is belangrijk voor de toekomst van je kinderen, hoe kun je daar als ouder beter in worden? Dat gebeurt nu eigenlijk nooit, alle hulpverlening en opvoedingsondersteuning is gericht op probleemgevallen. Dat weten Turkse en Marokkaanse ouders maar al te goed, en juist daarom hebben ze er weerstand tegen.
'Ik pleit voor opvoedcursussen in de vorm van groepsgesprekken tussen ouders, op de school van hun kinderen. De school is een neutrale plek, die niet geassocieerd wordt met hulpverlening. Scholen zouden die cursussen moeten organiseren in samenwerking met de Centra voor Jeugd en Gezin. En álle ouders van de school moeten eraan deelnemen, niet alleen de allochtone ouders. Zo kunnen ze van elkaar leren.’
Alsof scholen zitten te wachten op weer een nieuwe taak.
‘Inderdaad, scholen vinden opvoeding een taak van de ouders. Maar die ouders weten het niet, ze zitten met de handen in het haar! Iemand moet dat probleem toch aanpakken? Veel Turkse en Marokkaanse ouders denken - vanuit hun traditie - dat opvoeden hetzelfde is als verzorgen. Ze geven hun kind eten, kleding, en een bed. Maar dat je kinderen moet stimuleren, aanmoedigen, dat je ze structuur moet bieden, dat je ze ook moet belonen en niet alleen straffen, dat weten ze allemaal niet.
'Naar mijn idee is de school daarom niet alleen verantwoordelijk voor de kinderen, maar ook voor de ouders. De functie van de school moet opnieuw worden gedefinieerd. De politiek praat dagelijks over probleemjongeren, ze moet nu ook onorthodoxe keuzes maken.’
Hoe ziet u de rolverdeling tussen school en CJG als het gaat om opvoedcursussen?
‘Ze moeten het echt samen doen. Het CJG ontwikkelt en geeft de cursussen, maar ook de school is betrokken, want die kent de kinderen en hun ouders. Het is belangrijk dat tijdens de bijeenkomsten datgene waar de ouders mee zitten als uitgangspunt wordt genomen. Dan zal blijken dat we door samenwerking tussen ouders, school en opvoeddeskundigen veel kunnen bereiken.’
Zoals?
‘Dat school en ouders elkaar beter begrijpen, bijvoorbeeld. Neem mijn buurmeisje, ze zit op de basisschool. Haar moeder had van de leerkracht te horen gekregen dat ze het slecht deed op school. Ze was heel traag en leek altijd met haar gedachten ergens anders. De leerkracht vermoedde dat ze een ontwikkelingsstoornis had en wilde haar laten overplaatsen naar het speciaal onderwijs.
'De moeder, van Turkse afkomst, begreep er niets van. Volgens haar was er niks mis met haar dochter, ze had het gevoel dat de juf discrimineerde. Ze vroeg mij om advies en ik ben een week lang elke avond op bezoek gekomen. Toen zag ik dat er in het gezin ’s avonds niet gezamenlijk werd gegeten, en dat het meisje pas om 11 uur naar bed ging. Samen met de moeder heb ik een lijstje gemaakt van dingen die anders moesten, daar heeft ze zich aan gehouden en het gaat nu goed met haar dochter.’
Hoe weet u zo zeker dat allochtone ouders naar school komen voor zo’n cursus? Is de drempel daarvoor niet toch te hoog?
‘Niet als je duidelijk maakt dat het belangrijk is voor toekomst van hun kinderen. Eén ding vinden ze allemaal ontzettend belangrijk: dat hun kinderen slagen in de maatschappij. Daarvoor zijn ze ooit uit het land van herkomst vertrokken: omwille van de toekomst van hun kinderen.’
Schaamte en strategisch handelen. Opvoeding in Turkse en Marokkaanse gezinnen, Ibrahim Yerden, Van Gennep, 19,90 euro.
Reactie op dit bericht