Huisverbod bijna dagtaak voor politie
Het onderzoek is verricht door het Landelijk programmabureau Huiselijk geweld en de Politietaak, nadat verschillende korpsen zich al hadden uitgelaten over het vele werk dat gepaard gaat met het opleggen van een huisverbod aan een pleger van huiselijk geweld. Het onderzoeksrapport wordt niet openbaar gemaakt, maar Mariëtte Christophe van het programmabureau wil er wel wat over zeggen.
Volgens haar is de inschatting van de inzet zelfs minimaal. ‘We hebben alleen gekeken hoeveel tijd de hulpofficieren kwijt zijn aan het invullen van het risico-inventarisatieformulier en het informeren van de burgemeester. Wat we niet gemeten hebben is bijvoorbeeld hoeveel tijd een wijkagent investeert in nagesprekken met de betrokkenen.’
Er zitten heel veel stappen tussen het inroepen van een hulpfficier van justitie bij een huiselijk geweldssituatie en het daadwerkelijk opleggen van een huisverbod door de burgemeester. Christophe: ‘Er zijn meerdere partijen bij betrokken en dat vereist overleg en afstemming. Een voorbeeld. Sommige burgemeesters delegeren het opleggen van een huisverbod aan de hulpofficieren, maar de meesten willen zelf gebeld worden. Dat lukt niet altijd meteen en dan moet iemand daar achteraan. Dat soort zaken, daar gaat tijd in zitten.’
Omdat het zo’n tijdrovend instrument is, komt het voor dat korpsen soms zeggen ‘nu even niet’ als een huisverbod in een zaak aan de orde kan zijn, beaamt Christophe. En de inzet gaat ten koste van andere taken.
‘Een HOvJ die door een huisverbod de ene dag een paar uur overwerkt, is later in de week minder inzetbaar en moet zijn of haar planning omgooien. En als je als inspecteur drie zaken onder je hoede hebt en er komt een huisverbod bij, dan laat je eerder los. Je moet je aandacht nu eenmaal verdelen.’
Inventarisatie
Het proces moet sneller en minder gelaagd, bepleit Christophe. De aanpak in Rotterdam is daarbij een voorbeeld. Daar is het maken van een risico-inventarisatie verdeeld tussen de noodhulpagenten en de hulpverlening ter plekke. Die laatste maakt een inschatting van de gezinsachtergronden. De informatie van de agenten en de hulpverleners gaan naar de HOvJ, die zo niet meer ter plaatse hoeft te zijn en de informatie vrijwel kant en klaar krijgt.
Die werkwijze is echter niet zonder meer landelijk in te voeren, want het is niet overal zo dat hulpverleners direct ter plaatse gaan bij het opleggen van een huisverbod. In veel regio’s worden ze pas later erbij geroepen.
De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in de evaluatie van de Wet op het Tijdelijk Huisverbod. Ondanks de tijdsdruk vindt de politie het huisverbod een ‘fantastisch instrument, dat zeker moet blijven’, aldus Christophe. In 2009, toen het werd ingevoerd, werden 2.107 huisverboden in het hele land opgelegd.
Reactie op dit bericht
Nogmaals: het is belangrijk om e.e.a. tegen elkaar af te wegen.