´Gemeenten mogen schuldhulp weigeren´
Inbouwen in wetsvoorstel
De Krom komt binnenkort met een nota van wijziging om dit in te bouwen in een eerder ingediend wetsvoorstel voor verbetering van de schuldhulpverlening door het vorige kabinet. De bedoeling is dat de Kamer in maart dit wetsvoorstel gaat behandelen.
In de wacht
Regeringspartij CDA herhaalde dat in deze wet nu eindelijk ook gemeenten de bevoegdheid moeten krijgen schuldeisers tijdelijk in de wacht te zetten om tijdens een schuldhulptraject een rustperiode in te bouwen. CDA-Kamerlid Mirjam Sterk zei met PvdA-collega Hans Spekman te overwegen daartoe een amendement in te dienen. Naar verwachting steunen SP en GroenLinks dit amendement en is er een Kamermeerderheid voor. De Krom en zijn partij, de VVD, hebben al eerder laten weten tegen een zogeheten moratorium te zijn, waarmee gemeenten de schuldeisers in de wacht kunnen zetten. Schuldeisers zouden daarmee te veel benadeeld worden en niet gestimuleerd worden om mee te werken.
Gedwongen meewerken
De staatssecretaris wees erop dat kleine ondernemers bij wie de rekeningen openstaan, in financiële problemen kunnen komen als schulden zich opstapelen. Ook kunnen schuldeisers al via de rechter gedwongen worden mee te werken aan een afbetalingsregeling, terwijl het bij gemeenten juist gaat om een minnelijk traject. Volgens De Krom is het doel ook niet alleen om mensen uit de schulden te helpen, maar ook dat schuldeisers hun geld krijgen.
Proefprojecten afwachten
De staatssecretaris zei het amendement te zullen afwachten van het CDA en oppositiepartij PvdA. Het vorige kabinet dreigde nog het wetsvoorstel voor betere schuldhulp in te trekken als een Kamermeerderheid een moratorium zou afdwingen. De Krom denkt daar nu niet aan, maar zei ook: ´het intrekken van een wetsvoorstel kan altijd nog'. Hij hoopt dat de Kamer zal besluiten eerst de resultaten van twee proefprojecten af te wachten. Hij verwacht dat deze zullen aantonen dat een moratorium niet nodig is, omdat schuldeisers vaak vrijwillig al meewerken.
Reactie op dit bericht
Dagelijks ervaren schuldhulpverleners dat zij in de minnelijke schuldregeling belangrijke instrumenten niet hebben die wel zijn voorzien in de wettelijke schuldregeling.
Dit is op het op enig moment verbindend verklaren van de schuldregeling voor alle schulden (bekend en onbekend) op dat moment. Dit kan alleen als de schuldenaar ter goeder trouw is en in de 10 jaar ervoor geen schuldregeling heeft gehad.
Een minnelijke schuldregeling kan pas slagen als ook de oorzaken van de financiële zijn opgelost. Dit kost soms veel tijd daarom moet er een stabilisatie fase voor bepaalde tijd komen, waarbij de schulden worden bevroren.
Als dan blijkt dat de oorzaken niet kunnen worden opgelost, dan moet een gemeente de mogelijkheid hebben om betrokkene uit te sluiten van schuldhulp tot aangetoond is de oorzaak van het ontstaand van de schulden is opgelost. Crediteuren moeten beschermd worden tegen deze laatste groep mensen, doordat personen worden geregistreerd.
Voor deze maatregelen moeten belanghebbende zich tot de rechter kunnen wenden voor toetsing en heroverweging.
De maatschappij zijn geheel heeft belang bij goede onderzoekfase voor mensen met problematische schulden. Daarom moet dit worden uitgevoerd door de gemeenten en door de overheid gefinancierd worden uit de algemene middelen.
Als er een schuldregeling tot stand komt kunnen de kosten (op basis van vaste tarieven) worden voldaan uit de voor de schuldeisers gereserveerde aflossing.
Schuldhulpverlening wordt beëindigd als de schuldenaar de afspraken niet nakomt.
Daarna rest de schuldenaar eigenlijk alleen nog faillissement.
Met terugval binnen het SHV traject wordt binnen redelijkheid door de SHV’er rekening gehouden.
De schuldenaar krijgt een serieuze gelegenheid zich te herstellen en de draad binnen het traject weer op te pakken. Met nadruk op “binnen”.
Een goede schuldhulpverlening zorgt ook voor nazorg. En die ontbreekt wel eens.
Daar vaak de overheden de SHV inhuren is het ook hun taak om toe te zien op goede SHV zorg.
Ook de WSNP hulp is beperkt tot één maal per tien jaar. Uitzonderingen daargelaten.
En ook hier geld dat de schulden te goede trouw moeten zijn.
De regels zijn heel duidelijk. Als een gemeente / WSNP rechtbank zelf kiest om af te wijken van die regels dan is slechts die gemeente / WSNP rechtbank daarop aan te spreken.
Deze mensen moeten dan onder curatele komen te staan zodat ze geen schulden meer kunnen maken (wettelijk instument bestaat al). Daar wordt je als ondernemer denk ik nog blijer van (en als schuldenaar uiteindelijk ook)
En wel om de volgende reden : Op deze wijze wordt de incassobureaus namelijk nog gelegenheid geboden om zogenaamd dure brieven “voor lucht” te sturen die de schuld bij de schuldenaar stuwen. Het incassobureau wordt dus eigenlijk nog snel een nieuw toe te voegen schuldeiser.
In een berekening, volgens welke procedure dan ook die de SHV’ er adviseert, betaald de schuldenaar altijd het maximaal haalbare bedrag terug aan de schuldeisers.
Dat bedrag veranderd niet door toename of afname van de totale schuld.
Het afwijzen van het bredere moratorium kost de schuldeisers dus altijd geld omdat er extra schulden worden toegevoegd van “nieuwe schuldeisers = de incassokosten” terwijl het te verdelen bedrag dat door de schuldenaar via een SHV regeling gespaard wordt gelijk blijft.
De schuldenaren met een vriendelijke incassoprocedure worden dus op deze wijze door de schuldenaren met nietsontziende incassoprocedures financieel benadeeld.
Een breed moratorium weigeren is daarom af te raden.