Gediplomeerde schuldhulp ver weg
Voor de schulphulpverlening is wel een officiële NEN-norm vastgesteld, maar er is voortdurend discussie over de inhoud daarvan. Intussen waagt bijna niemand zich aan een examen. Onlangs trok één van de twee bedrijven waar schuldhulpverleners een certificaat kunnen behalen zich terug van de markt. Het betreffende bedrijf, DNV, stopt met het afnemen van examens voor individuele schuldhulpverleners. Alleen organisaties kunnen zich er nog laten certificeren.
DNV (de letters staan voor Det Norske Veritas, een wereldwijd opererende dienstverlener op het gebied van risicomanagement) vindt dat de NEN-normen waar hun examenkandidaten aan moeten voldoen te weinig met de dagelijkse praktijk van schuldhulpverleners te maken hebben.
Erik van der Vaart van DNV: ‘We zijn aan de slag gegaan met de door de normcommissie opgestelde normen. Maar al vrij snel kwamen we er achter dat praktijkzaken daarin nauwelijks aan de orde komen. Hoe help je ex-ondernemers? Hoe begeleid je een cliënt in gesprekken? Het is nu allemaal erg juridisch. Wij proberen een bepaalde kwaliteitsnorm te hanteren en vonden dat we het in dit geval niet meer voor onze rekening konden nemen.’
Sinds de NEN-normen in 2008 zijn ingevoerd heeft DNV bij zo’n vijftig mensen een examen afgenomen. Daarvan is een derde geslaagd. Van der Vaart: ‘Ook dat is voor ons een signaal dat er met die normen wat mis is. Schuldhulpverleners met jaren ervaring kwamen er niet doorheen.’ KIWA is het andere bedrijf dat examens voor organisaties en individuele schuldhulpverleners mag afnemen. Zij gaan als enige wel door met de persoonscertificering, maar vinden ook dat de normen nu niet goed zijn.
Michael van der Vlies: ‘Voor echt goede schuldhulp is het belangrijk dat niet alleen de organisatie zijn processen op orde heeft, maar dat ook de medewerkers een bepaald niveau hebben. Daarom gaan we wel door. Maar het klopt dat de eindtermen nu niet aansluiten bij de praktijk. Wij gaan zelf veranderingen doorvoeren en eigen diploma’s uitgeven.’
Normen
De certificering van de schuldhulpbranche is een vurige wens van de Tweede Kamer. Het ministerie van Sociale Zaken stelde 150 duizend euro beschikbaar om een systeem van de grond te krijgen. Maar het afhaken van DNV is slechts de zoveelste indicatie dat het maar niet wil lukken.
In 2007 werd de normcommissie gevormd, waarin partijen als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Vereniging van Banken en de Raad voor de Rechtsbijstand zitting hebben. Na het openbaar maken van de normen bleven de leden van de commissie openlijk met elkaar ruziën over de inhoud ervan. Zo was er onenigheid over de vraag hoe lang een schuldhulptraject mocht duren en wordt er nog steeds gediscussieerd over de noodzaak van gelijktijdige certificering van organisaties en medewerkers.
NEN-certificering is een kostbare aangelegenheid: een individuele schuldhulpverlener die op alle onderdelen examen doet is circa 2.000 euro kwijt. Voor veel organisaties, waaronder gemeenten, een fors bedrag. De normcommissie nam onlangs een voorlopig besluit om persoonsen organisatiecertificatie los te koppelen. Een organisatie kan dan een certificaat krijgen zonder dat alle medewerkers een diploma hebben. Wanneer dat besluit definitief wordt, kan een NEN-woordvoerster niet zeggen.
Maar voor certificeerder DNV was het, naast de vermeende slechte kwaliteit van de normen, nog een reden om geen examens meer af te nemen. Omdat het rond de certificering geen moment rustig is geweest, kiezen de organisaties en personen waarop het examen is gericht intussen eieren voor hun geld. In de ruim anderhalf jaar dat de normen officieel van kracht zijn heeft pas één organisatie het aangedurfd zich te laten certificeren. In totaal 47 personen hebben totnogtoe een certificaat gehaald.
Minister Donner van Sociale Zaken lijkt nu ook ongeduldig te worden. Een woordvoerder meldt dat de minister na de zomervakantie in overleg wil om te zien ‘waar we nu staan met de certificering.’
Reactie op dit bericht
SIB, SIB, SIB!!!
Landelijk uitgerold sociaal incasso buro t.b.v. sociaal urgente partijen als huur, nutsbedrijven etc. Met een poot budgetbeheer, al of niet verplicht, afhankelijk van medewerking. Dit onder de maatschappelijke dienstverlening.
Voor dit incasseren ontvangt men vergoeding. Dat krijgt nu de incassoindustrie en de belastingbetaler en crediteuren kost het mega veel geld..
Waarom doet men dit niet? Omdat, neem ik aan, alle betrokkenen bij dit onderwerp buiten de clienten zelf, direct of indirect, hun bestaan op de tocht zien op een of andere manier. Net als bij bijvoorbeeld jeugdzorg is het afwachten tot men wel moet.
Je zou verwachten dat politieke partijen er na 8 jaar en met meer dan 350 miljard staatsschuld, voor open staan. Niks hoor.
Snoeimes of kaasschaaf ligt meer voor de hand blijkbaar.
Beunhazen en te lange wachttijden, zodat client nog verder van huis is.
Net als bij de zorg zijn er geen objectieve onafhankelijke ogen , die de wachttijd, kwaliteit en duur monitoort. Vertegenwoordigers van de (overheid) aanbieders zijn steeds aan het woord.
Als een schuldenaar zich meldt bij de gemeente of een lid van de NVVK (de club van kredietbanken) loopt hij geen enkel risico.
Wettelijk is betaalde schuldhulp verboden. Er zijn voldoende sancties om dit verbod te handhaven. Een iets actiever opstelling van de FIOD-ECD zou welkom zijn.
Wat is de echte reden van de mislukking?
De normcommissie is aangesteld om de certificering te normeren. Een aantal leden echter heeft deze commissie misbruikt om de normen van de schuldhulpverlening aan te passen.
Voorbeeld: al jaren geldt 3 jaar als de maximale looptijd van een schuldregeling.
Dit betekent: 3 jaar rondkomen van 95% bijstand, maar dan ook daarna: schuldenvrij.
Met name de commerciële partijen in de normcommissie wilden de looptijd verlengen naar 5 jaar: onacceptabel.
Deze poging tot misbruik van de certificering heeft het draagvlak ernstig ondermijnd.